Maaien, schudden, wiersen en persen

Van oudsher is juli de hooimaand. Maar door het mooie weer is het hooi al veel eerder gereed om te oogsten.

Het gemaaide gras ligt te drogen

Het is weer hooitijd. Altijd een zorgvuldig geplande activiteit. Er hoeft maar iets mis te gaan – onverwachte regen – en de oogst is mislukt. En een tweede kans is niet altijd aanwezig. Afgelopen week was het zover, alle seinen stonden op groen, een week lang mooi, zonnig en droog weer lagen in het vooruitzicht.

Werkzaamheden lijken ook altijd tegelijk te komen. De natuur laat zich immers niet dwingen. Wij deden op 3 juni mee aan de open tuindagen van de ecologische tuinvereniging Velt waar wij lid van zijn. Daarvoor moesten we nog een hoop voorbereidend werk doen. De laatste weken groeide de actielijst, maar er was geen ontkomen aan. Soms is een deadline handig om zaken voor elkaar te krijgen.

Vlierbloesemsiroop
Ook staat begin juni de vlier altijd in bloei en is het tijd om vlierbloesemsiroop te maken. Daarvoor is meestal maar één week beschikbaar, daarna zijn de schermen uitgebloeid en ontstaan de bessen. Omdat ik voor de open tuindagen wat extra wilde maken om te kunnen verkopen heb ik dit jaar twee series gemaakt. Dubbel zoveel als anders, dubbel zoveel werk.

Er bestaat een kookboek dat vermeldt dat het slechts 10 minuten duurt om vlierbloesemsiroop te maken. Ja, dank je de koekoek. Dan tellen we simpelweg de voorbereiding maar even niet mee. Dat begint met schermen plukken, soms alleen via een ladder te bereiken. Dan zoveel mogelijk groen van de schermen verwijderen, een monnikenwerkje. Daarna in een pan onder water zetten en 24 uur laten staan. Dan zeven, zeven en nog eens zeven, tot het water mooi helder is. Dan de flessen ontsmetten en pas daarna gaan de 10 minuten in en dan hebben we het vullen van de flessen ook nog niet meegeteld! Maar lekker dat het is, echt de moeite waard.

Hooien
Met schapen ontkomen wij er ook niet meer aan om baaltjes hooi op stal te hebben liggen voor het geval er te weinig gras is in de wintermaanden, als er sneeuw ligt of de velden bevroren zijn. Met eigen grond, de juiste machines en wat mankracht kunnen wij dat zelf produceren. Hooien, een echte activiteit die bij het boerenleven hoort. Alleen is door de jaren heen de methode wat veranderd. Door de ruilverkaveling zijn grote percelen ontstaan waar machines in een paar minuten het gras gemaaid en geoogst hebben.

Onze ‘postzegel’ oogsten wij zelf. Daar past geen nieuwerwetse machine op. Hooien is niet anders dan het oogsten van gras. Allereerst wordt het gras gemaaid met een grote maaier achter de trekker, die wij daarvoor speciaal hebben aangeschaft. Na het maaien blijft het gras een paar dagen op het veld liggen om te drogen tot het hooi is, waarbij zon en wind een belangrijke rol spelen.

Schudden
Om het gras sneller te laten drogen is er het proces van het ‘schudden’, oftewel het keren van het gras zodat ook de onderkant goed droogt. Voor het schudden is ook weer een machine nodig, dus hebben wij eveneens vorig jaar een hooischudder aangeschaft. De meeste boeren huren een loonwerker in om te maaien en te oogsten, maar dan praat je over meerdere hectaren aan grond. Maar voor ons kleine stukje land lukt dat niet, zo’n machine past amper op ons hooilandje.

Na een paar dagen hooi schudden komt de volgende bewerking aan de orde: het wiersen. Het in lange rijen verzamelen zodat de inpakmachine er balen hooi van kan persen. Voor het wiersen wordt de hooischudder anders afgesteld.

Kleine pakjes hooi persen
De moderne boeren met grote hoeveelheden land laten ook voor het persen een loonwerker komen. De gigantische machines rijden over het land en persen grote ronde of vierkante pakken hooi, die worden geseald in groen of zwart plastic. Bij het voeren heb je daar ook weer machines voor nodig, zo groot zijn die pakken. Wij laten een buurman komen met een ‘ouderwetse’ hooi inpakmachine die kleine hanteerbare baaltjes produceert die je in je eentje kunt optillen. Voor kleinverbruikers zoals wij veel handiger. Zo ook voor veel andere bedrijfjes of hobbyboeren.

De buurman perst de hooibalen

Op zondag hebben wij gemaaid, maandag, dinsdag en woensdag geschud en donderdag is het hooi in balen geperst. De buitenradar voorspelde donderdagavond al regen dus enige druk zat er wel achter. Het gras was mooi droog en de buurman perste ruim driehonderd pakjes.

Hooibalen verzamelen
Maar na het persen begint het echte werk pas goed: de balen hooi binnenhalen. Een echte familieaangelegenheid. Ik rij de trekker en man en zonen stapelen de balen op de hooiwagen. Twee man prikken de balen op met een hooivork en steken ze met een zwaai omhoog de lucht in bovenop de kar. Een man bovenop de kar pakt de baaltjes aan en legt ze uitgekiend neer zodat er zoveel mogelijk opgestapeld kan worden. Een hele klus en een uitgekiend werkje. En natuurlijk worden die balen steeds zwaarder. Het vooruitzicht is een lekker koud biertje. Dit jaar hadden wij gelukkig wat extra hulp.

Dit jaar is het hooi van topkwaliteit. Het lijkt wel blauw en het ruikt geweldig. Het ligt nu netjes opgestapeld in de schuur en iedere keer dat we de schuur inlopen komt de geur van vers gemaaid gras je tegemoet. Dat geeft zo’n heerlijk zomers gevoel.

 

Te Koop:
Kleine baaltjes hooi van topkwaliteit. Ons perceel is onbespoten en wordt natuurlijk bemest. Vrij van Jacobs Kruiskruid.

Advertenties

Lammertijd

Dit is Gerrit, onze ram. Hij is op 11 november 2017 bij ons gekomen. Gerrit is net als drie van onze schapen een volbloed Wiltshire Horn en bleek een goede match met onze ooien. Om een goede ram voor onze dames te vinden hoeft op zich niet zo lastig te zijn, maar je moet wel weten hoe dat werkt. Om de raszuiverheid te behouden en te voorkomen dat er sprake is van inteelt is het matchen van de juiste ram belangrijk. Gelukkig bestaat er een hulpmiddel.

De Vereniging Speciale Schapenrassen (VSS) heeft een softwaresysteem ontwikkeld waarmee een match gemaakt kan worden. En zo kwamen wij uit bij Gerrit. Hij had er al een dek-ronde opzitten en was beschikbaar voor een tweede ronde. Wij waren wat aan de late kant. Alles wat schapenhouden betreft was nog zo nieuw dat wij ons in oktober pas realiseerden dat er een ram moest worden geselecteerd. Het heeft een aantal dagen gekost voordat ik goed en wel in de gaten had hoe het systeem werkte en hoe de onderhandelingen voor de aanschaf in zijn werk gingen.

Op een zaterdagmiddag haalden wij Gerrit op. Heel gewillig ging hij mee in de aanhanger. Bij aankomst bij onze schapenwei kwamen de dames al nieuwsgierig poolshoogte nemen. Gerrit had er wel zin in want na een hoop gesnuffel besprong hij gelijk een van de ooien en binnen 5 minuten had hij nummer twee al te pakken. Wij hebben er giechelend bij staan kijken.

De eerste lammeren

De draagtijd van de ooien is ongeveer 150 dagen. Twee ooien waren al behoorlijk dik de laatste dagen en vertoonden ander gedrag dan normaal, dus ieder moment kon er wel wat komen. Afgelopen zondag zaten wij koffie te drinken en keken uit over de schapenweide. Ineens zie ik iets klein en wits in de wei. “Ik zie een lammetje!” riep ik verrukt uit. Dus op een holletje naar de schapen. Ja hoor, de eerst ooi was bevallen van een tweeling

De dag erop werden bij twee andere ooien weer ieder twee lammetjes geboren. Een van de ooien is onze Dieuwertje die voor het eerst gedekt was. Over het algemeen is de eerst worp een eenling. Deze lammetjes, allebei van het mannelijk geslacht, waren wel heel erg klein. Dieuwertje, zelf ooit een leblammetje, wist niet goed raad met haar kroost en liet ze een beetje aan hun lot over. Na uren van regelmatige observatie had ik nog geen drinkbewegingen gezien. Wat nu? Wij zagen het niet zo zitten om opgezadeld te worden met twee leblammetjes die om de zoveel uur de fles moeten krijgen.

Leblammetjes

Wij besloten om het drietal op te sluiten. Dus een van de twee schuilhutten gereed gemaakt en Dieuwertje gelokt met brokken. Het kleinste lammetjes moesten wij zelf meenemen, te verzwakt om mee te komen. Mijn man en ik zijn daarna aan de slag gegaan. Hij hield Dieuwertje vast en ik probeerde de uiers te melken. Let wel dat had ik ook nog nooit eerder gedaan! En na een paar minuten kwam er inderdaad een straaltje melk uit. De eerste hobbel was genomen.

De volgende stap was het aan het drinken zetten van de lammeren. Dat ging totaal niet. Van alles geprobeerd. Lam in de goede richting duwen. Kopjes tegen de uier stoten, wat de lammeren altijd doen, om vervolgens het lam bij de tepel te houden. Uiteindelijk heb ik zelfs de bekjes opengemaakt en de tepel erin gestopt. Maar zoals het spreekwoord luidt: “je kunt een paard naar het water brengen, maar je kunt het niet forceren te drinken” was ook hier aan de orde.

De natuur redt zichzelf

Voor het naar bed gaan had mijn man nog een tijdje bij Dieuwertje gezeten. Er waren wat drinkpogingen maar echt fanatiek was het niet. Ik heb er een nacht slecht van geslapen.

Schaap en lammeren observeren

De volgende morgen waren beide lammetjes opmerkelijk levendig. Een pak van ons hart. Ik heb nog een tijd bij Dieuwertje doorgebracht in het hok en inderdaad ze wisten de weg naar de tepels te vinden en moeder liet het toe.

Na een paar uur ging ik weer even kijken. Een van de twee lammeren was uit het hok ontsnapt en lag erbuiten te slapen. Ik zette hem terug in het hok. Hij besprong de tepel en dronk of zijn leven ervan afhing. ’s Middags heb ik ze weer losgelaten en bleven ze netjes met z’n drieën bij elkaar. Dat het nog niet helemaal goed zit bleek vanmiddag. Dieuwertje lag met slechts een lam in de wei, de tweede was spoorloos. Tot ik een eindje verder een van de andere schapen zag liggen met drie lammeren. Hoofdschuddend ben ik maar gauw weggelopen, de natuur redt zichzelf wel.

 

Regelzucht van de overheid in de schapenhouderij

Er is zo veel gebeurd dit jaar dat ik amper de tijd heb gehad om blogjes te schrijven. Het houden van schapen is een geheel nieuwe ervaring en heeft ook heel wat tijd in beslag genomen. Het is een schok om te ervaren hoeveel bureaucratie erbij komt kijken. Wat ik niet aan formulieren heb moeten invullen…. Niet meer te tellen. Je kunt niet zomaar schapen houden, zelfs niet als hobby. Alles wat dieren betreft moet geregistreerd en bijgehouden worden. En dan te bedenken dat Rutte bij zijn aantreden in 2010 beloofde de regelzucht te verlagen.

Mijn schoonvader had een gemengd boerenbedrijf, dat wil zeggen een combinatie van dieren en fruitteelt. Mijn man kan zich niet herinneren dat zijn vader ooit zoveel heeft moeten registreren als wij nu. Natuurlijk moet je de bloedlijnen in de gaten houden wil je gezond nageslacht garanderen. Daar gaat wel wat tijd in zitten. Zijn vader kocht stieren en rammen op een veemarkt. Maar de meeste veemarkten zijn inmiddels opgedoekt vanwege de angst voor uitbraak van ziekten. De computer vervangt tegenwoordig de veemarkt. Maar dan moet er wel geregistreerd worden.

Bij het invullen van het ene document na het andere moest ik ineens denken aan de documentaire over de Deense boer die vanuit idealistisch oogpunt al die rompslomp en inmenging van de overheid weigerde en zijn dieren gewoon dier wilde laten zijn. Zelfs oormerken vond hij geen goed plan. De ene bekeuring na de andere viel hem ten deel vanwege het niet naleven van de regels. De documentaire is het kijken waard.

Als reden voor de registratiezucht geeft de betreffende overheidsdienst aan dat men de kwaliteit van dieren wil garanderen en vooral de uitbraak van ziekten op deze manier onder controle wil houden en bij voorkeur in Nederland volledig wil uitbannen. Alsof een ziekte stopt bij de landsgrens… Maar als je dan denkt dat je weet waar je moet zijn, heeft ieder aspect van de schapenhouderij – en voor andere dieren is het niet anders – weer een aparte overheidsdienst met eigen website, nieuwe contactpersonen, nieuwe inlogcodes en ga zo maar door.

Iedere schapenhouder moet in het bezit zijn van een UBN nummer. Het aanvragen daarvan nam al heel wat tijd in beslag omdat het nieuw was en uitzoekwerk vergde. Daarvoor moet je bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zijn. Alsof wij willen ondernemen met onze hobby. Daarnaast heeft ieder dier ook nog een uniek levensnummer, dat als oormerk in beide oren moet worden aangebracht. Inmiddels heb ik onze vijf lammeren van die gezellige oorbellen ingegeven. Tang aangeschaft en knippen maar. De eerste keer sta je zelf van spanning wel even te trillen, maar de tweede ging al makkelijker.

Om deel te nemen aan gezondheidsprogramma’s moet je weer ergens anders terecht, te weten de Gezondheidsdienst voor dieren, je moet het maar weten. Gelukkig gaat inloggen tegenwoordig via DigiD, dat maakt het wel iets gemakkelijker. Het deelnemen aan gezondheidsprogramma’s is niet verplicht als je tenminste je eigen veestapel niet wilt uitbreiden. Maar zodra je schapen – met name rammen – wil verhandelen, om inteelt binnen de eigen groep te voorkomen, dan is dat bijna een voorwaarde. De eerste vraag die een koper stelt is of je schaap is goedgekeurd.

“Welkom in de wereld van de veehouderij”, merkte mijn man onlangs op, gevolgd door “hobby’s kosten nu eenmaal tijd en geld.” En inderdaad het kost naast tijd vooral: geld! Voor ieder dier dat geregistreerd wordt moet betaald worden, natuurlijk. Alsof je om de registratie gevraagd hebt! En die verplichte van die lelijke oormerken in en die zijn ook niet gratis. Ach ik troost mij met de gedachte dat iedere hondenbezitter hondenbelasting moet betalen.

Onverwacht nieuw leven in het landschap

Gisterenmorgen was het treurigheid alom. De regen kwam met bakken tegelijk loodrecht naar beneden. Op zich niet verkeerd, want de natuur kan wel wat nattigheid gebruiken. Het voorjaar is opmerkelijk droog. Goed nieuws voor de pompoenen, want er zijn weinig slakken. De afgelopen weken hebben we meer water gegeven dan slakken geraapt. Gelukkig.

Daisy met lam

Nadat de regen was opgehouden gisterenmiddag ging ik even kijken of de schapen nog niet verdronken waren. Aangekomen bij de schapenweide dacht ik in een flits: “Wat zijn de lammeren nog klein. Het lijkt wel of ze gekrompen zijn!” Ik keek nog eens goed, wreef in mijn ogen en vroeg mij af of er sprake was van een optische illusie. Ik liep nog verder naar het hek en kwam tot de conclusie dat er een nieuw lammetje geboren was. Daisy, een van de jaarlingen, liep met een kleintje. Ongelooflijk want we wisten niet dat ze drachtig was.

Op 26 februari hebben wij onze zeven schapen gekregen. We wisten dat Camilla drachtig was, dus waren niet verbaasd toen zij op 25 april twee lammeren ter wereld bracht. In de 2,5 maand zijn de lammeren al behoorlijk gegroeid, vandaar mijn verwarring. Maar voor ons was het totaal onbekend dat een van de andere schapen, allemaal geboren in het voorjaar van 2016, drachtig was. Dat was niet de bedoeling. Terugrekenend met een draagtijd van 150 dagen moet ze net voor de verhuizing gedekt zijn. Volgens de vorige eigenaar is het waarschijnlijk de vader van de jaarlingen geweest. Inteelt dus. Beetje jammer, maar het kleintje lijkt gezond.

Ruim twee weken geleden zijn de schapen geschoren. Zo zonder ‘winterjas’ leken het maar kale scharminkels, net geiten. We hebben er wel even over moeten gniffelen hoe ze eruit zagen. Maar hoe dik of dun ze eruit zouden moeten zien hadden wij geen idee van. Dat het ene schaap wat voller uit de ‘winterjas’ was gekomen viel wel op maar deed geen belletje rinkelen.

Achteraf herinner ik mij dat het mij wel een keer was opgevallen dat een van de schapen een nadrukkelijk buikje had, “lekker veel gegeten” was het enige dat ik dacht. Dat bij een aantal jaarlingen ook al flinke uiers zichtbaar waren deed bij ons als onervaren schapenhouder ook geen bellen rinkelen. Immers meisjes krijgen op zekere leeftijd ook borsten terwijl ze niet zwanger zijn. Toch?

Deidre met lam

Mijn man wist ook niet wat hij zag. Tijdens het eten verbaasden wij ons er over dat het ons niet eerder was opgevallen. Een telefoontje naar de vorige eigenaar leidde ook slechts tot verbasing. Na het eten gingen we nog wat foto’s maken. Mijn man aan de ene kant van het veld en ik aan de andere kant. En weer had ik het gevoel van een optische illusie. Waarom stond hij aan de overkant te fotograferen terwijl het lammetje voor mijn neus lag? Weer moest ik in mijn ogen wrijven om de werkelijkheid tot mij door te laten dringen. Er was een tweede lammetje! Nu bij Deidre, de jaarling zonder hoorns. We waren lichtelijk geschokt.

Nadat wij goed en wel bekomen waren van de verrassende gebeurtenis hebben wij de andere jaarlingen maar eens wat nadrukkelijker bekeken. Er is er nog eentje bij die ook wat dikker is dan de rest met vollere uiers. Gaat het nog een lammetje opleveren? We weten het niet en gaan het zien.

Zwaluwnestje

Ondertussen was mijn man de schuilhutten van vers stro aan het voorzien. Op zeker moment stak hij zijn hoofd uit de hut en riep: “Jolanda, kom eens kijken”. “Is er al weer een derde geboren?” schoot er door mijn hoofd. Dat was niet het geval. Hij wees op een hoek van de schuilhut en ik ging wat dichterbij en stond oog in oog met een zwaluwnestje vanwaar vier kopjes mij aankeken. Nog meer verbazing! Dat wij dat ook al niet hadden opgemerkt, terwijl wij de schapen tijdens het scheren in dat hok hadden ondergebracht. Het nest is goed gecamoufleerd, alleen door de nieuwsgierige kopjes viel de camouflage weg. Wat is de natuur toch bijzonder.

Bij gebrek aan beschuit met muisjes hebben we maar een biertje gedronken op het nieuwe leven.

Wiltshire Horn lammetjes

Sinds 26 februari 2017 hebben wij 3 Wiltshire Horn schapen en nog 4 stuks waarvan de moeder een Shetland schaap is en de vader een Wiltshire Horn. De oudste Wiltshire Horn is Camilla, zij is voor de tweede keer drachtig, de andere twee zijn eenjarig. Afgelopen dinsdagavond was het zo ver en werden onze eerste lammetjes geboren. Voor mij was dat echt de allereerste keer om dat van zo dichtbij mee te maken. Mijn schoonvader had vroeger ook schapen dus voor mijn man was het niet nieuw.

Camilla met lam

Al weken keken wij reikhalzend uit naar de lammeren. Blijkbaar is ze pas heel laat gedekt. Dinsdagavond rond een uur of tien zei mijn man: “Ik ga nog even bij Camilla kijken”. Nooit eerder ging hij zo laat nog kijken. “Ik ga mee”, zei mijn jongste zoon. Met 10 minuten waren ze terug. Mijn zoon is nogal een grapjas en vaak weet je niet of iets waar is of niet als hij een verhaal verteld. “Mam, er is een lammetje geboren”, zei hij tegen mij. Ik geloofde hem niet. Ik had ’s middags niets opmerkelijks gezien aan Camilla.

“Zie je wel, ze gelooft het niet”, zei mijn zoon tegen zijn vader die zijn hoofd om de hoek stak. “Het is echt waar en het is nog maar net geboren”, beaamde hij. “Vanmorgen was mij al wat opgevallen, haar vagina was wat opgezet en rood, dus had ik al een vermoeden, vandaar dat ik even ging kijken.” Daar had hij mij vanmorgen niets over gezegd en mij was niets bijzonders opgevallen.

Afijn met z’n drieën gingen we de wei in naar de schuilhut. Bij aankomst bleek een tweede lam geboren, de eerste stond al overeind. Ik was er ontroerd van. Wat bijzonder, wat is de natuur toch mooi! Gauw hebben we een van de twee schuilhutten afgesloten zodat de andere schapen er niet bij konden en moeder Camilla alleen kon zijn met haar twee lammeren. Inmiddels weten we dat het twee rammetjes zijn. Een beetje jammer want die kunnen wij niet houden, dat leidt tot inteelt.

Wiltshire Horn schapen zijn een makkelijk ras. Zij zijn stevig, vriendelijk, kortharig dus hoeven niet geschoren te worden, ze zijn goede moeders en lammeren zelfstandig, desnoods in de open lucht. Dat hebben wij inmiddels zelf ervaren. Mijn man was vol verbazing en kon niet ophouden te vertellen hoe lastig de Tesselaren zijn, die zijn vader altijd had. Ieder voorjaar moest zijn vader geregeld zijn bed uit omdat er van alles aan de hand was en er steevast geholpen moest worden bij de bevallingen. “Tesselaren, die wil ik nooit”, bleef mijn man de afgelopen dagen herhalen.

Hierbij de eerste foto’s van onze lammetjes.

Impressie van de Japanse kers in bloei

Ieder voorjaar kijk ik weer uit naar het moment dat de Japanse sierkers (Prunus serrulata) in bloei staat. Hij is niet te missen als je bij ons de oprit opkomt, maar valt dan eigenlijk niet bijzonder op. Slechts een week per jaar kan je niet om de Japanse kers heen dan is hij uitbundig diep roze gekleurd. Een sieraad voor iedere tuin.

De Japanse kers in bloei

Van een afstandje krijgt de boom in een paar weken iedere dag een beetje meer kleur tot hij in de laatste fase, waarin de bloemen volop zijn opengebarsten, geheel roze is. Beeldschoon.

Als je er op let is het heel bijzonder hoe het bloeiproces in z’n werk gaat. Op de kale tak ontstaat een knop. Uit die knop komt niet slecht een bloem, maar een heel bouwwerkje aan takken en blaadjes en uiteindelijk, om het af te maken als de kers op de taart, ontvouwt zich een rozet aan roze bloemen.
Ook het ontstaan van de bloemen gaat niet zomaar maar doorloopt een paar stappen. Eerst ontstaat een trosje steeltjes met een klein kelkje van nog geen centimeter, om na een paar dagen open te barsten tot een bloem van zo’n 5 centimeter in doorsnee.

Ieder jaar weer houd ik mijn hart vast in de hoop dat het niet gaat stormen, zelfs niet flinke gaat waaien, want dan kan, net als bij de magnolia’s, de Japanse kers in een klap al haar bloemen kwijt zijn. Even lijkt het dan of het sneeuwt, eindigend in een, weliswaar roze, sneeuwtapijt. En dan moeten wij het weer hebben van de herinnering tot het volgende voorjaar.

Zie hier de impressie in beeld.

Moestuinmoeheid

Ik weet niet wat het is dit jaar maar ik kom maar niet op gang met de moestuin. Andere jaren begin ik al in februari binnenshuis te zaaien, gevolgd door het zaaien van spinazie in maart in de volle grond in de kas. Maar dit jaar is het anders. Mijn tuindagboek ligt er nog onbeschreven bij. Het plan is er, de zaden liggen klaar, maar verder is het nog niet gekomen. Inmiddels is het al begin april. Waarom ben ik nog steeds niet begonnen, vraag ik mij af?

Moestuin vorig jaar mei

Allerlei redenen passeren de revue. Aan de ene kant zijn wij druk geweest met de voorbereidingen van de komst van de schapen. Maar ook hadden we nog de nodige ingekuilde bomen en stuiken die de grond in moesten. Dat is wel een excuus maar dat weerhield mij er vorig jaar niet van om al in februari aan de slag te gaan, nadat in januari het moestuinvirus de kop op stak. Dit jaar geheel niet. Er zit meer achter.

Moestuinieren is zwaar werk, zeker op de klei. Aan het begin van het seizoen moet eerst de grond worden voorbereid en de bedden gemaakt. Veel van het werk doe ik alleen. Een aantal jaren geleden had ik een vriendin die hielp, maar zij heeft inmiddels weer een drukke baan en weinig tijd. Mijn man heeft alleen in de weekenden tijd om te helpen, maar ook hij is druk met andere zaken. En in je eentje ploeteren is niet fijn.

Het afgelopen jaar viel de oogst heel erg tegen en dan vraag je je af of de opbrengst al die inspanning wel waard is. Daar komt nog bij dat ik een heel jaar lang iedere week meerdere uren yogales heb gegeven, ook geen sinecure. Een lichamelijke inspanning waar heel wat tijd in ging zitten, hoewel daar weer veel energie voor terugkwam. En dan zijn er nog de pubers die liever voedsel eten uit de supermarkt, dan uit de eigen moestuin. Ook niet echt een motivator.

Oogst van vorig jaar

Dan is er ook de groene politiek waar het niet lekker loopt. Er is veel ruzie binnen de partij en dat is nog zacht uitgedrukt. Dit heeft vooral veel ergernis en frustratie opgeleverd. Vanaf oktober ben ik lichamelijk aan het kwakkelen gegaan met als klap op de vuurpijl een heuse griep, wat ik mij niet meer kon heugen zo lang was dat geleden.

Ook het idee dat ik straks weer massaal slakken moet gaan vangen, omdat er anders niets van de oogst overblijft is beslist niet aantrekkelijk. Zo maar even op vakantie gaan, al is het maar een paar dagen, zorgt voor een hoop geregel en de nodige voorbereidingen. Immers de moestuin heeft ieder dag aandacht nodig. Al met al niet echt steekhoudende argumenten om niet aan het moestuinieren te slaan, maar toch is de stapeling van de argumenten genoeg om niet in actie te komen.

Misschien moet ik constateren dat na zo’n 10 jaar moestuinieren de moestuinmoeheid heeft toegeslagen. Ik ben er wel een beetje klaar mee moet ik bekennen. En misschien is het ook wel goed om de grond een jaartje met rust te laten, stiekem hopend dat de slakken dan vanzelf verdwijnen, wat natuurlijk niet het geval zal zijn.