Wie niet waagt, wie niet wint

Dit jaar waren wij aan de beurt om voor de familie het kerstdiner te organiseren. Soms wil je wel eens wat anders dus besloot ik om zelf een vispaté te maken. “Zou je dat nu wel doen? Dat heb je nog nooit eerder gemaakt.” zei mijn man. Eigenlijk wilde ik het vóór het kerstdiner al een keer maken, maar zoals zo vaak is december een drukke maand, dus kwam het er niet van. Toch wilde ik zelf vispaté eten. Even overwoog ik om een kant-en-klare paté te kopen, maar dat idee heb ik gauw laten varen. Wie niet waagt, wie niet wint.

wp_005360Mislukken kwam in mijn hoofd niet op toen ik op zoek ging naar een recept. Wat zouden we zijn zonder internet? Het eerste recept dat ik tegenkwam viel direct af. Na het samenvoegen van alle ingrediënten luidde het recept: Plaats nu de bakvorm in de magnetron. Nou dat dacht ik toch niet. Ik ga mijn gasten niets voorzetten dat met behulp van de magnetron bereid is. Hij zit wel in onze keuken, maar stamt nog uit de tijd dat ik niet wist hoe schadelijk de magnetron is voor de voedingswaarden van hetgeen door de magnetron is verwarmd. Afijn, daar ga ik het nu niet uitgebreid over hebben. Geen magnetron dus.

Uiteindelijk vond ik een aantal recepten die mij redelijk in de oren klonken maar nog net niet waren wat ik voor ogen had. Daarom heb ik op basis van een recept uit de NRC mijn eigen variatie aangebracht. Ik wilde namelijk iets speciaals op tafel zetten en dacht aan een vispaté in twee kleuren met een duidelijke laag ertussen. Op de ochtend van ons kerstdiner heb ik samen met mijn zoon de paté bereid. Het resultaat overtrof mijn eigen verwachting. De vispaté was heerlijk en zag er geweldig uit. Gewaagd en gewonnen. Dit recept houden wij erin.

Recept voor vispaté met saus:

Ingrediënten vispaté:

200 gram kabeljauwfilet

200 gram pangasiusfilet

400 gram zalmfilet (zonder vel)

200 gram crème fraîche

4 eieren en 2 eidooiers

1 kleine ui

300 gram verse bladspinazie

el biologische tomatenketchup

versgemalen peper en zeezout

Ingrediënten saus:

1 flinke el crème fraîche

1 flinke el biologische tomatenketchup

mespunt paprikapoeder

scheutje droge sherry

Apparatuur:

Een standaard cakevorm

Een keukenmachine

Een oven

Bereiden:

Verwarm de oven voor op 160 graden (hete lucht). Controleer de vis op graten. Snij de ui fijn en verdeel in twee delen. Was de spinazie en kook heel kort en laat uitlekken en afkoelen in de vergiet. Vet de cakevorm in met boter.

Begin met pureren in de keukenmachine met de witte vis. Doe de vis en de ui in de kom en pureer tot een gladde massa. Voeg 100 gram crème fraîche toe, 2 eieren en 1 eierdooier en wat zout en peper en klop nog een keer goed door elkaar. Schep het geheel in de cakevorm. Knijp de spinazie goed uit en beleg de witte vis geheel met een laagje spinazie. Pureer nu de zalm op dezelfde manier als de witvis. Voeg een eetlepel tomatenketchup toe voor extra kleur, de rest van de crème fraîche, 2 eieren en 1 eierdooier en wat zout en peper. Schep de zalm in de cakevorm bovenop de spinazie. Dek de cakevorm af met aluminiumfolie en prik met een satéprikker gaatjes in de folie.

Bak de vispaté in ongeveer 1,5 uur in het midden van de oven. Verwijder na 1 uur de folie en bak nog ca. 25 minuten verder. Controleer met een satéprikker of de vispaté gaar is. De bovenlaag moet niet meer heel vloeibaar zijn. Haal uit de oven en laat afkoelen. Haal de vispaté uit de vorm en zet hem daarna afgedekt in de koelkast. Haal een uur voor serveren weer uit de koelkast om tot kamertemperatuur te komen.

Maak net voor serveren de saus. Meng de crème fraîche en de tomaten ketchup door elkaar tot een gladden saus, voeg de sherry toe en roer deze voorzichtig door de saus, voeg paprikapoeder toe. Controleer de dikte. Snij een flinke plak van de vispaté en leg op een bord, schep een beetje saus half over de paté en versier het gerecht met verschillende soorten sla.

Eet smakelijk!

 

Verdwaalde jam

“Wil jij voor mij de jam meenemen uit de koelkast” vraag ik aan mijn zoon. Vervolgens zet hij een pot jam op tafel die ik de dag ervoor niet uit de kelder in de koelkast heb gezet. Ik sputter een beetje tegen en mompel, “Nee die bedoel ik niet”. Mijn favoriete jam is de oranjekleurige pruimenjam van de Early Laxton met de smaak van tropisch fruit. Maar de mooie donkerrode jam met het opschrift ‘Vlierbesjam met braam en appel’ en dat in mijn handschrift, trekt toch de aandacht. Ik weet niet eens meer dat ik die gemaakt hebt. Deze pot heeft mijn man vast ergens uit de kelder geplukt, ik wist niet eens dat wij die nog hadden. Niet vreemd want hij is al van 2013!

wp_005248De jam die wij maken, weten we uit ervaring, is lang houdbaar ondanks de geringe hoeveelheid suiker die we erin stoppen. Dus smeer ik mijn boterham vol met mooie dieprode jam. Hij smaakt nog altijd verrassend lekker en dat na drie jaar. “Toch die proeven?” zegt mijn zoon. Nieuwsgierig geworden smeert hij zelf ook een boterham vol. “O, dat smaakt lekker, heel anders dan de andere soorten jam.” Nooit eerder hoorde ik hem zo uitgesproken zijn mening geven over onze zelfgemaakte jam.

Na het eten duik ik de kelder in op zoek naar het recept. Van iedere serie jam die we maken schrijf ik op datum precies op wat er is ingegaan. Inmiddels niet zo heel precies meer is de conclusie van de zoektocht. Het briefje dat ik opdiep uit de stapel in de kelder bevat weinig informatie. Tja, als je al zo’n 15 jaar jam maakt, gaat het afwegen gewoon op gevoel. Het is lastig uit te leggen hoe deze jam smaakt, maar ik kan je wel vertellen wat er ongeveer in zit (zie het receptenblaadje).

Recept: vlierbesjam met appel en braam
Ik verwacht dat de grootste hoeveelheid fruit van de bramen afkomstig is geweest en een flinke hoeveelheid vlierbessen en als verrassing heb ik er wat appel aan toegevoegd. Omdat bramen en appel weinig vocht bevatten heb ik er wat water bij gedaan. Suiker erbij, meestal doe ik niet meer dan 300 gram per kilo fruit, en daarnaast voeg ik meestal stevia toe ter vervanging van suiker. Aan het geheel heb ik nog een scheutje citroen en een snufje kaneel toegevoegd. Waar ik mij wel over verbaas is het ontbreken van geleipoeder. Dat gaat ook altijd in de jam en vermeld ik er altijd bij. Nu heeft de braam niet veel nodig en de appel en citroen zijn goede ingrediënten om te conserveren dus heb ik er waarschijnlijk niets ingedaan. Dat maakt het nog opmerkelijker dat hij zo goed gebleven is.

Aan ieder recept voeg ik tot slot een opmerking toe over de smaak, waarom zou je anders een receptje maken. Toch? Op dit briefje staat: ‘Niet zoet. Aparte smaak.’ Zelfs na 3 jaar is deze jam nog prima en de kleur is geweldig. In een eerdere blog schreef ik al over mijn pruimenjam.

 

Het pompoenseizoen zit er weer op

De populariteit van pompoenen groeit. Dat merk ik vooral sinds ik zelf grootschalig pompoenen kweek. Het eerste verkoopjaar op de markt, nu al weer vijf jaar geleden, ging wat weifelend van start. Wat de boer niet kent eet hij niet. Zeker niet hier op het platteland. Dus zorgde ik voor een recept van pompoensoep, gratis bij iedere aankoop. En zo nu en dan nam ik een grote pan met soep mee om te laten proeven.

wp_005191

Als ik op de markt sta spreek ik mensen aan. “Eet u wel eens pompoen?” vraag ik dan. Negen van de tien keer zeiden mensen “Nee, hoor, dat lust ik niet.” Als ik dan weer eens mijn eigen soep mee had genomen kon ik ongegeneerd zeggen: “Dan heeft u nog nooit mijn pompoensoep geproefd?” Als ik ze dan wat aanbied om te proeven is het altijd hilarisch om te zien hoe snel mensen zich uit de voeten maken. Slechts een enkeling laat zich verleiden en proeft wat van mijn soep. Nu is het altijd heerlijk als het een beetje koud en miezerig weer is om wat warms naar binnen te werken. De mensen die ik heb overgehaald te proeven waren ook meestal bereid het eens zelf uit te proberen.

Inmiddels heb ik een grote schare trouwe klanten. Zij weten dat ik in het najaar op de markt sta en komen een aantal weken geregeld een pompoen kopen. Ook de mensen van het eerste uur die het aandurfden mijn soep te proeven komen ieder jaar terug. Ook de Halloween pompoenen zijn gewild. Onderstaande foto kreeg ik van een van mijn klanten toegestuurd die creatief bezig was geweest.

Dit jaar was het pech voor mij maar ook voor mijn klanten. Normaal sta ik zo’n 3,5 maand op de markt, dit jaar slechts 5 weken. De pompoenoogst was dramatisch slecht ten opzichte van andere jaren. Door het natte voorjaar waren er extreem veel slakken die niet alleen de moestuin hebben geplunderd maar ook de pompoenoogst voor 80% hebben opgegeten. Er was geen houden aan. We hebben de oogst geprobeerd te redden door iedere ochtend en iedere avond met de hand slakken te rapen, emmers vol. Maar helaas gaan de slakken vrolijk de hele nacht door met eten.

Vooral de goed verkoopbare Uchiki Kuri pompoen, de kleine oranje van ca. 1,5 kg, moest het ontgelden. Na twee weken was ik de kleine hoeveelheid al kwijt. De wat grotere pompoenen van ca. 10 kg hebben de slakken weten te weerstaan. Maar ja, wie koopt er een pompoen van 10 kg om te consumeren? Daarom heb ik de laatste twee weken de grote pompoenen in stukken verkocht. Ik mag wel zeggen met succes, want het snijden, wat altijd een lastig karwei is, hadden wij al gedaan. Misschien volgend jaar weer.

Vanmorgen bij het wakker worden was alles wit van de vorst. Gelukkig hoefde ik op deze koude ochtend niet vroeg mijn bed uit om naar de markt te gaan. “Elk nadeel heeft zijn voordeel”, zoals de uitspraak van een bekende Nederlander luidt.

 

 

 

Het bereiden van spaghettipompoen

Wat een succes deze voor mij nieuwe pompoen!

Ieder jaar probeer ik een nieuw soort pompoen uit. Vorig jaar vroeg iemand naar spaghettipompoen. Ik had er wel eens van gehoord, maar nooit gegeten. Ook mijn leverancier van biologische zaden had er geen in het assortiment, dus had ik er nog niet mee geëxperimenteerd. Maar op de ruilbeurs in februari op landgoed Kraaybeekerhof kwam ik de zaden tegen. De spaghettipompoen heeft wat weg van de Butternut, of flespompoen, maar zijn meer ovaal van vorm.

WP_003394

Spaghettipompoen met Uchiki Kuri

Het grote voordeel van de spaghettipompoen is dat het vruchtvlees uit slierten bestaat waardoor je gerechten kunt maken die vergelijkbaar zijn met de gewone spaghetti. Dat scheelt als je geen deegwaren wilt eten en het past daarmee in een koolhydraatarm dieet (brood, pasta, aardappelen, rijst). Deze pompoen voegt hierin echt iets toe want het bevat veel mineralen en vitaminen. De spaghetti van de pompoen is heel neutraal van smaak en daardoor een gezond en mooi alternatief voor de gewone spaghetti.

Zoals alle pompoenen waren ook deze spaghettipompoenen vrij laat rijp dit jaar. Ze moeten echt mooi crèmekleurig zijn net als de Butternut. Gisteren was het zover en ging ik er mee aan de slag. Op internet is voldoende te vinden over het bereiden van pompoenen dus daar doe ik altijd mijn inspiratie op. Ook voor de spaghettipompoen kwam ik diverse recepten tegen. Ik heb de pompoen in de oven bereid volgens onderstaande wijze en gecombineerd met gekookte rode biet en een roerbakgerecht met ingrediënten uit eigen tuin.

Spaghettipompoen bereiden:
Verwarm de oven voor op 190°C. Snij van de boven- en de onderkant van de pompoen een klein stukje af. Snij de pompoen daarna een keer in de lengte door, dit is het lastigste werk. Verwijder de pitten. Leg de beide helften met de binnenkant naar beneden in een ovenschaal. Voeg een cm water toe en zet ze 20 min in de oven.
Haal vervolgens de schaal uit de oven en schraap de binnenkant van de pompoen voorzichtig met een vork los waardoor de draden loskomen. Serveer met crème fraîche en voeg zout en peper toe naar smaak. Proef vooral zo neutraal mogelijk zodat je weet wat voor smaak de spaghettipompoen heeft.

Overige ingrediënten:
Bak in de olijfolie een grote ui glazig, voeg daarbij in blokken gesneden courgette, een aubergine in stukken gesneden, een gele puntpaprika, wat verse tijm en wat peper en zout naar smaak. Roerbak dit tot het gaar is en serveer erbij. De rode biet had ik al eerder gekookt en hoefde alleen te worden verwarmd. Dit is maar een voorbeeld van een gerecht, ik wilde het zo neutraal mogelijk houden om te ervaren wat de spaghettipompoen doet.

Wij zijn razend enthousiast, de hit van het jaar. Deze pompoen houden we er zeker in. Dus vanaf nu wordt het flink experimenteren. Eet smakelijk.

Op de volgende site kwam ik nog een filmpje tegen over de bereiding van spaghettipompoen.

Risotto met pompoen

Hoewel de oogst wat later was dan de afgelopen jaren komen de pompoenen nu volop van het land. Omdat we niet iedere keer alleen maar pompoensoep willen eten experimenteer ik regelmatig met pompoen voor de broodnodige variatie. Dus is het weer tijd voor diverse recepten. Het afgelopen jaar maakte ik van overgebleven pompoensoep een heerlijke risotto. Lekker makkelijk ook. Nu heb ik het omgedraaid en risotto met pompoen gemaakt. Ook dat was prima te doen en ook redelijk snel klaar.

WP_000282Ingrediënten:
500 gr pompoen (Oranje Uchiki Kuri)
150 gr risotto
1 prei
1 ui
Verse koriander
Olie (of boter)
500ml water
1 (vegetarische) groenten bouillonblok
Peper en zout naar smaak
Parmezaanse kaas
Een kleine kookpan en een grote koekenpan of hapjespan

Bereiden:
Snij de pompoen in stukken en verwijder de zaden. Schillen hoeft niet.
Snipper de ui en snij de prei fijn in ringetjes. Ik gebruik prei uit eigen tuin en snij flink wat groen mee. Knip de verse koriander fijn.

Zet de pompoen op met 500ml water (of volg de hoeveelheid op het pak), voeg daarbij de helft van de ui, prei en koriander, gevolgd door het bouillonblok plus wat peper. Breng aan de kook, temper daarna de warmtebron en laat pruttelen tot de pompoen zacht begint te worden (na ca. 10 minuten).

Verhit wat olie in de koekenpan of hapjespan en fruit de ui en de prei aan. Bak de risotto tot een glazige massa. Schep nu een scheutje bouillon van de pompoen bij de risotto tot het vocht door de rijst is opgenomen. Herhaal dit. De pompoen met bouillon pruttelt gewoon door tot hij helemaal zacht is. Druk de pompoen een beetje fijn in de pan en schep de pompoenmassa mee met de bouillon bij de risotto. Blijf dit herhalen tot de risotto gaar is (in ca. 20 min.) en een mooie massa is ontstaan. Voeg de rest van de koriander toe. Breng indien nodig verder op smaak met peper en zout.

Serveer met geraspte Parmezaanse kaas.

Eet smakelijk.

 

Eten wat de oogst voortbrengt

Het was vandaag bloedheet, daarom hadden wij niet echt zin om te koken. Maar de vis die gepland stond voor vanavond moest toch verwerkt worden. Dus trok ik de koelkast open om te zien wat er nog voorhanden was. Een hand rijpe pomodori tomaten, knoflook, een paar uien en een bosui, uiteraard allemaal van eigen oogst. Ineens zag ik een recept voor mij dat ik jaren geleden regelmatig maakte: een vispotje uit de oven met aardappelpuree. Op de keukentafel stond ook een bak met rijpe pruimen. “Zullen we eens gek doen” zei ik tegen mijn man, “en wat pruimen mee stoven?” Het resultaat was verbluffend.

Alle ingrediënten bovenop de vis

Alle ingrediënten bovenop de vis in de ovenschaal

Hier volgt het recept:

Ingrediënten:
Witte vis (Tilapia of Pangasius) wel verantwoord natuurlijk.
2 el olijfolie
4 el kokosolie
2 teentjes knoflook geperst of fijngesneden
Twee uien in grove stukken gesneden
Bosui in ringetjes gesneden
4 (pomodori) tomaten in schijfjes gesneden
200 gram ontpitte rijpe (Sint Hubertus) pruimen in stukken gesneden
5 grote aardappelen, scheutje melk en klontje boter en nootmuskaat voor de puree
Diverse kruiden zoals: basilicum, oregano en laurier, peper en zout

Bereiding:
Schil en kook de aardappelen. Wrijf de vis in met olijfolie, knoflook en kruiden, laat even staan om in te trekken. Snij de tomaten, uien en de pruimen. Verwarm de oven voor op 220 °C. Doe de vis in een ovenschaal en dek de vis af met alle ingrediënten en schep daaroverheen de kokosolie (die vanwege het warme weer vloeibaar was). Ik vond nog wat verdwaalde peultjes in de koelkast die heb ik schoongemaakt en er ook nog bijgelegd. Zet de schaal 10 minuten in de oven zodat het geheel lekker kan pruttelen. Maak ondertussen de aardappelpuree. Haal de ovenschaal even uit de oven en dek de bovenkant af met de aardappelpuree en zet de schaal nog 20 minuten terug in de oven. De laatste paar minuten zet ik altijd even de vlakgril erop voor een mooi bruin korstje.
Het resultaat was een heerlijk gekruid visstoofpotje, nagenoeg geheel van eigen oogst (op de vis na dan). De verrassing zat vooral in de zoetige bijsmaak van de pruimen en de vis was lichtroze gekleurd door de rode schil van de pruimen.

(Ik wilde nog een foto maken van het stoofpotje met puree uit de oven, maar hij was al op voordat ik daar aan dacht. Volgende keer beter.)

Ovenschotel met pompoen – recept – Dag 331

Wat een geweldig mooi weer was het vandaag. Alles mooi wit van de sneeuw en daaroverheen de zon. Wij hebben er ons voordeel mee gedaan en vanmorgen een mooie wandeling gemaakt in de uiterwaarden van de Lek.

De uiterwaarden van de Lek

De uiterwaarden van de Lek

Na de frisse neus is niets fijner dan bij De Veldkeuken op Werk aan het Spoel te Culemborg lekker koffie te drinken met een niet te versmaden chocoladetaartje. Het was er gezellig druk, lekker warm en natuurlijk kwamen we er bekenden tegen. We zaten aan een tafeltje met een bakje pompoenen als decoratie. De mensen die mij kennen vroegen of ik mijn eigen pompoenen had meegenomen. Humor.

De pompoenen houden zich goed, daarom eten we vanavond weer een overheerlijke ovenschotel met pompoen. Wil je weten hoe wij dat maken dan is hier het recept.

Ingrediënten:
1 kg aardappelen in schijfjes gesneden
1 kg pompoen, prei en puntpaprika
1 rode peper
6 teentjes knoflook
100 gram zonnepitten
Tijm, dille, zout, peper

Bereiding:
Kook de aardappelen tot ze gaar maar nog wel stevig zijn (niet te gaar, anders vallen ze uit elkaar).

WP_002220Snij de pompoen in stukjes en de prei en paprika in dunne ringetjes. Kook alles een paar minuten in een klein beetje water.

Verwarm de oven voor op 190°C (hete lucht circulatie) of 220°C (intensieve warmte).

Snij de rode peper en de knoflook fijn.

Doe het groentemengsel met een beetje kookvocht in de ovenschaal. Verdeel de rode peper, de knoflook en de zonnepitten over het groentemengsel. Strooi daaroverheen verse tijm, peper en zout. Dek het geheel af met een laag aardappelschijfjes bestrooid met dille.

Zet de schaal 30 minuten in de oven tot de aardappelschijfjes een bruin korstje hebben.

Eet smakelijk.

Courgettes met gorgonzola – Dag 263

Afgelopen week vroeg mijn zoon aan zijn vader: “Pap, wanneer eten we weer eens dat gerecht met courgette en pitjes?” Wij kwamen tot de conclusie dat we dat de hele zomer nog niet hadden gegeten, helemaal vergeten. Gelukkig hebben we nog steeds courgettes, hoewel de oogst afneemt. Dus konden we op de valreep nog net een keer courgettes met gorgonzola eten, want om dat recept gaat het.

Het is makkelijk te bereiden gerecht, geheel vegetarisch en heerlijk om te eten. Mijn man heeft het een keer ergens opgedoken en sindsdien maakt het deel uit van onze standaard maaltijden. Zo hebben we allebei van die eigen gerechten die wij regelmatig klaar maken. Dus nam ik zaterdag wat gorgonzola mee van de kaasboer. Alle overige ingrediënten hebben we uit de tuin of standaard in huis. Omdat het zo lekker is en snel te maken zal ik hierbij zijn keukengeheim prijsgeven.

Ingrediënten:
2 kleine courgettes of een grote
150 gr gorgonzola
200 gr crème fraîche
Bakje kastanje champignons
Verse tijm
Mix van zonnepitten, pijnboompitten, pistachenoten
Scheutje olijfolie
Peper
Pasta

Apparatuur:
Koekenpan
Kleine en normale kookpan
Staafmixer

Bereiden:
Snij alle courgettes in reepjes van een cm.
Snij de champignons in plakjes.
Zet water op in de normale kookpan voor de pasta en kook de pasta volgens recept.

Doe een scheutje olijfolie in de koekenpan bak daarin de helft van de courgettes en de champignons even kort op hoog vuur. Temper de warmtebron, voeg de verse tijm en de notenmix toe en bak het geheel door regelmatig omscheppen tot alles beetgaar is.

Saus:
Doe ondertussen de andere helft van de courgettes in een kleine pan met een heel klein beetje water en breng het aan de kook op matig vuur tot de courgettes zacht zijn. Voeg de gorgonzola en de crème fraîche toe, schep het geheel door elkaar en pureer het met de staafmixer tot een gladde saus. Verwarm het even door.

Schep de borden op met pasta, saus en de champignonmix en voeg peper naar smaak toe.

Eet smakelijk!

Rabarber – Dag 43

Al heel wat jaren heb ik 4 rabarberplanten staan. Toen ik hier kwam wonen stond er ergens een op een onmogelijke plaats tussen veel groen verscholen onder struiken, maar het jaar erop was hij verdwenen. Waarschijnlijk door gebrek aan zonlicht en overwoekerd door het onkruid. Vanaf dat moment ben ik een paar jaar op zoek geweest naar nieuwe rabarber. Nergens te koop niet in zaad en niet in vaste planten. Tot wij op vakantie waren in Engeland en daar in een supermarkt een rek met zaden tegenkwamen waar – hoera – de rabarber tussen zat. Uiteindelijk had ik 6 planten maar er verdwijnt er nogal eens een. Nu oogst ik ieder jaar zaad en deel dit rijkelijk uit.

WP_000665Het is een makkelijke plant, want ik doe er nooit wat aan en ieder voorjaar komt hij weer gewoon tevoorschijn. Zijn grote bladeren lopen in de zomer averij op door de vraatzucht van de slakken die er dol op zijn. Maar daar hebben we geen last van, want alleen de stengels worden gegeten. Ik keek er nog even een tuinboek op na hoe de slakken weg te krijgen en daar staat in: dood de slakken niet, maar jaag ze weg! Huh, slakken wegjagen? Ik zie mij al met wapperende armen zwaaiend naar de slakken, vort wegwezen. Maar zo zullen ze het niet bedoeld hebben. Wegjagen van slakken betekent rapen en elders neerzetten. Nou die moeite neem ik alleen bij jonge planten, maar de bladeren van de rabarber mogen ze gerust opeten.

Niet veel mensen houden van rabarber. Het oxaalzuur maakt het wat bitterzuur van smaak en moet daarom opgepept worden met suiker. Maar de rabarber bevat veel mineralen zoals ijzer en calcium en vitamine B en C. Vooral de eerste jonge stengels zijn heerlijk. Hoewel de rabarber in de categorie groente valt wordt het toch overwegend als nagerecht, jam of taartvulling gebruikt. Maar het kan ook heel goed als bijgerecht bij een diner worden gegeten. Ik verwerk ze dan met wat minder suiker als hieronder aangegeven.

Rabarber is makkelijk te bereiden en is vergelijkbaar met het maken van appelmoes.

Ingrediënten: 1 kg rabarber 200 gr suiker.

Bereiden: Stengels plukken, bladeren eraf snijden, stengels wassen, in stukken snijden, beetje water erbij en aan de kook brengen. Voeg daarna de suiker toe en laat nog 5 minuten doorkoken. Roer halverwege even door met een houten lepel.

Tip: Voeg eventueel rozijnen toe. Wil je het heel bijzonder maken wel dan de rozijnen in wat rum en voeg nog wat kaneel toe. Wil je minder suiker gebruiken vervang dan een deel door stevia.

Als nagerecht: warme rabarber met vanillevla of met ijs.

Als ontbijt: rabarber met kwark en muesli en noten.

Jolanda 1963 met rabarber_0001

Het was even zoeken maar ik wist dat ik nog ergens een kiekje had liggen met mij als driejarige met twee rabarberbladeren in de armen. Leuk hè (vooral het kapsel)!