Darwin kreeg weer gelijk

In mijn vorige blogje beschreef ik het hachelijke avontuur van een boerenzwaluwpaartje dat zijn nest aan het bouwen was in onze schuur. Sinds door het warme weer aan het begin van de maand de deuren van onze schuur een aantal dagen wagenwijd open hadden gestaan, hadden zij hun domicilie in onze schuur gevonden. Geen goed idee, want ’s nachts en veelal ook door de week zijn de schuurdeuren dicht en kunnen ze dus niet in- en uitvliegen. Maar dat was nog niet eens het allerergste. Onze schuur is namelijk het domein van twee monsters: onze beide katten.

Zo ongeveer ziet het nets eruit.

Zo ongeveer ziet het nets eruit (foto: Afanja)

De zwaluwen lieten zich niet tegenhouden en al snel kregen we in de gaten dat ze een nest aan het bouwen waren tegen de nok van het dak. Gelukkig veilig veraf van onze katten. Zo af en toe zat een van de vogels al in het nestje. Hoe lang nog voor ze eieren gingen leggen en uitbroeden? vroeg ik mijzelf af. Ik keek er al naar uit. Iedere morgen werd ik begroet door een vrolijk gekwetter alsof ze zeggen wilden: Doe gauw de deur open want dan kunnen we eten en het nest verder afbouwen.

Helaas het is niet goed afgelopen met ze. Deze week kwam ik ’s avonds thuis en terwijl de garagedeuren automatisch achter mij dicht gingen vloog ineens het zwaluwpaartje in de garage. Een van onze katten, altijd alert op indringers in haar territorium, was vliegensvlug aanwezig. Voordat ik kon ingrijpen sprong ze zo hoog – ik wist niet eens dat katten zo hoog konden springen – en plukte een van de twee zwaluwen pardoes uit de lucht. Alsof dat nog niet genoeg was nam ze nog een sprong naar de andere zwaluw en mepte nummer twee zo uit de lucht. Versuft door de mep kon ik deze zwaluw naar buiten zetten, alwaar deze weg vloog.

Als een haas ging onze kat er met de zwaluw vandoor. Even later trof ik haar aan op het gazon. Ze had de zwaluw losgelaten op het gras en met een afleidingsmanoeuvre kon ik de zwaluw te pakken krijgen. Hij leefde nog. Nadat ik hem ergens veilig had neergelegd is de schok of de verwonding hem toch fataal geworden en trof ik hem de volgende morgen dood aan. De andere zwaluw hebben we nooit meer teruggezien.

Nu mis ik al een aantal dagen het vrolijke gekwetter als ik ’s morgens in de schuur kom. De natuur is wreed en meedogenloos en alleen de slimste overleven.

 

Darwin in de bocht

Met de komst van het mooie weer huizen er twee zwaluwen in onze schuur. Dit stelletje bracht duidelijk wel de zomer mee. Luid kwetterend zitten ze helemaal boven tegen het dak. Het moeten wel boerenzwaluwen zijn want dat is de enige soort die zijn nest bouwt in boerenschuren. Niet voor niets dat hij in het Engels Barn Swallow wordt genoemd.

Foto: vogelsiteharen.nl

Foto: vogelsiteharen.nl

Toch is het een hachelijk avontuur dat deze zwaluwen aangaan want onze schuur is het territorium van onze twee katten. En die zijn niet voor de poes. Geregeld treffen wij op de mat, als wij ’s morgens de bijkeuken uitkomen, de overblijfselen van een vogel aan. Vaak een kool- of een pimpelmeesje. Met een vleugje verdriet denk ik bij het opruimen van de overgebleven veren: “Had hij maar niet zo dom moeten zijn om in de schuur te gaan zitten”.

Vorig jaar bouwden een merelpaartje een nest in een struik naast de schuur. Niets mis mee, dat is wat merels doen, maar om dat nest nu onderin de struik aan te leggen getuigt niet van intelligentie en overlevingsdrift. Binnen no time hadden onze katten het nest in de gaten en waren de mereljongen een lekker hapje voor ze. Helaas werd Darwins theorie bevestigd. Als je sterk en slim bent krijg je nageslacht anders is het einde oefening.

Maar de zwaluwen maken het zich ook niet gemakkelijk. In het weekend staan de schuurdeuren meestal de hele dag open, maar door de week als wij allerlei andere dingen aan het doen zijn is dat niet het geval. Hoe moeten ze in en uit de schuur om het nest te bouwen en voedsel aan te voeren als de deuren dicht zitten? We laten toch echt de deur niet open als wij weg zijn. Ook een kwestie van Darwinisme?

Vanmorgen aan de ontbijttafel zei mijn man: “Ik ben bang dat een van de zwaluwen is opgegeten”. Niet fijn natuurlijk om dat te vernemen op je nuchtere maag met het slaap nog in je ogen. Gelukkig was hij zo wijs geweest om de overblijfselen al weg te doen. Na het ontbijt ging ik de schuur in om voer te halen voor de kippen. Door een alleraardigst kwetterend geluid werd ik begroet. Het zwaluwpaartje zat gezellig in de nok van de schuur. Met een zucht van verlichting deed ik de deur van de schuur maar een tijdje open. Het is even schipperen de komende weken. Zo af en toe moet je de natuur een handje helpen.

De zwaluwen in de schuur

Als je goed kijkt zie je de zwaluwen in onze schuur zitten

 

Witte ganzen in de wei

Als ik lees dat er in de wet meer ruimte komt om overlast veroorzakende ganzen te vergassen dan krijg ik daar een naar gevoel van in mijn buik. Het zijn zulke mooie beesten en dat beetje gras dat ze eten dat kan toch niet de reden zijn om ze massaal te vergassen? Ieder jaar laait de discussie weer op, vooral rondom Schiphol. Ik kan mij voorstellen dat je ze niet in grote groepen op Schiphol wilt hebben omdat ze een serieus gevaar vormen voor het vliegverkeer, maar gewoon in de natuur vormen ze vrijwel geen hinder.

Witte ganzen in de wei

Witte ganzen in de wei

Ook bij ons achter in de wei zitten grote groepen grauwe ganzen, maar dan alleen als ze op doortocht zijn bij het wisselen van de seizoenen. Enorm indrukwekkend is het als ze in een grote zwerm komen aanvliegen en neerstrijken in het weiland. Ik heb wel eens geprobeerd zo’n grote groep te fotograferen, maar zodra ik maar in de buurt kom vliegt de hele meute al weer weg. Zo schuw zijn ze.

In april en mei is er nog hooguit een handvol paartjes achtergebleven terwijl de rest al lang weer is verder gevlogen. Langs de slootkanten zitten ze te broeden. Ze blijven zelfs niet op hun nest zitten als we in de buurt komen. Slechts een foto van een onbeheerd nest met de eieren als resultaat. Van overlast is totaal geen sprake. In tegendeel, ze produceren mest en strooien dat uit over de wei. Handig toch?

Voor het eerst hebben we nu een paartje witte ganzen. Zij zijn wat minder schuw dan de grauwe ganzen en redelijk benaderbaar, vandaar dat ik die van een zekere afstand heb kunnen fotograferen. Een van de twee loopt nogal mank, maar de ander neemt de rol van beschermer/ster op zich. Samen maken ze zoveel kabaal dat je het wel uit je hoofd laat om in de buurt te komen. In het water wanen ze zich het veiligst. Ik vind het zo leuk om te zien hoe zorgzaam ze zijn. Het is ook duidelijk zichtbaar dat ganzen een paartje vormen, ze zijn altijd met z’n tweeën en schijnen ook heel monogaam te zijn en bij voorkeur hun leven lang bij elkaar te blijven. Daar kunnen wij mensen nog wat van opsteken.

Van mij mogen de ganzen blijven. Door mijn rondje door de wei valt er altijd wat te zien. Naast de ganzen zijn er ook eenden, een zwanenpaar, kievieten en zo nu en dan een blauwe reiger of een ooievaar. Onmiskenbaar zijn ook de grutto’s die de hele dag hun naam roepen, alleen om ze te zien moet je heel goed opletten. De grutto is sinds kort weer in de buurt. Volgens mijn man is hij jarenlang weg geweest. Ik juich de diversiteit aan dieren toe. Hoe meer zielen hoe meer vreugde.

Twee gesneuvelde vogels

Vanmiddag waren er ineens in een fractie van een seconde twee bonzen tegen het raam van de serre. Eigenlijk weten we dan meteen hoe laat het is: vogels tegen de ruit. In dit geval twee tegelijk. Ze zaten naast elkaar uit te hijgen op het terras. Twee vinken een mannetje en een vrouwtje, die klaarblijkelijk achter elkaar aan hadden gezeten. Om aan het mannetje te ontkomen had het vrouwtje een fatale vlucht genomen.

Langzaam kwam het mannetje, dat iets groter was, weer overeind. Het vrouwtje had het duidelijk erg moeilijk. Het was wel erg zielig om te zien. We keken er naar maar konden niet veel doen. Na ruim een kwartier zaten ze er nog. Ik kon het niet langer aanzien, dus zette ik een schoteltje met water voor ze neer. Het mannetje gaf geen krimp. Het werd het vrouwtje fataal. Zij schrok zo hevig, begon driftig met haar vleugels te fladderen en viel vervolgens dood neer. Daar lag zij dan, zoals je dat kent van dode vogels, met de pootjes omhoog. Als ik al niet een schuldgevoel had vanwege het feit dat ze tegen mijn ruit waren gevlogen, dan had ik het nu dubbelop.

Liefdevol nam ik het vinkje op en hebben we haar met z’n allen staan te bewonderen. Wat een schitterend verfijnd beestje, een wonder van Moeder Natuur. De meeste dode vogels die we doorgaans aantreffen zijn vaak slechts een hoopje veren. De rest is door een van onze katten opgevreten, na ongetwijfeld op brute wijze te zijn omgebracht. Moeder Natuur is niet alleen mooi maar ook bikkelhard. De mannetjesvink was even later weg dus heeft de rampvlucht overleefd.

En dat was niet de eerste dode vogel van de dag. Vanmorgen lag er een dode duif in de voortuin. De manier waarop hij toegetakeld was zegt iets over de dader. Wij hebben ernstige verdenkingen tegen een van onze katten. Beide vogels hebben we vervolgens begraven in de composthoop, dat verhoogt namelijk het composteringproces. Dan geven we ze gelijk een tweede leven.

 

De vrouwelijke koolmees is achterbaks

Even een paar dagen niet geblogd, daar was ik wel aan toe. Na een jaar lang iedere dag een blogje geschreven te hebben zet ik de frequentie wat lager. Hoe je het ook wendt of keert er gaat toch tijd in zitten en dat gaat altijd ten koste van andere zaken. Zo heb ik bijvoorbeeld het laatste jaar te weinig gemediteerd. Dat heb ik de afgelopen dagen maar eens flink ingehaald.

Koolmees1Toch begint het bloggen alweer te kriebelen. Maar nog belangrijker: ik kreeg de afgelopen dagen een aantal hele mooie complimenten van mensen in mijn omgeving als ook via de blogsite die genoten hebben van mijn blogjes en ze nu misten. Dat vind ik erg leuk om te horen.

Al de hele week is het echt genieten achter mijn bureau. De vogels zijn er namelijk weer. Ieder jaar hang ik vogelvoer op zodat ik vanachter mijn werkplek kan genieten van het spel van de vogels die om beurten naar de voederplek komen. De vorige winter was zo warm dat de natuur duidelijk van slag was. Die hele winter bleef het vogelvoer onaangeroerd. Blijkbaar was er voldoende te vinden en hadden ze mijn hulp niet nodig.

Gelukkig lijkt het nu toch weer een gewone winter te worden met sneeuw, hagel, ijzel en friesweer. Dus verdringen de koolmeesjes, pimpelmeesjes, roodborstjes, winterkoninkjes en merels elkaar weer volop bij de voederplek. In de verte zie ik ook een Vlaamse gaai die de voederplek ontdekt heeft maar nog wat schuw is. De natuur is op haar mooist. Het is helder friesweer en het lijkt wel of het al drie dagen volle maan is zo mooi staat hij iedere avond aan de hemel.

Ik kwam deze week ook nog een leuk wetenswaardigheidje tegen over de koolmezen. De vrouwtjes blijken uitermate talentvol te zijn op het terrein van ruimtelijk inzicht, in tegenstelling tot de meeste vrouwelijke zoogdieren. Hiermee haalt de koolmees de seksestereotype vooronderstelling dat vrouwen niet zo goed zijn in ruimtelijke oriëntatie onderuit. Wel een beetje jammer is dat Frans van der Helm, de schrijver van het stukje, de vrouwtjes uiteindelijk als dieven en achterbaks bestempelt. Dat lees ik er niet in. En indien die conclusie klopt is het dan niet gewoon overlevingsdrang? Wie niet sterk is moet slim zijn tenslotte.

 

4 mei – Dag 93

Wat ik mij altijd het meest herinner van 4 mei, de dag waarop wij onze oorlogsslachtoffers herdenken, is de stilte. Hoewel we maar 2 minuten stil zijn geeft die dag altijd een gevoel van stilte. En in die stilte is het enige dat ik hoor het zingen van de vogels. Op deze dag ben ik mij altijd extra bewust van de aanwezigheid van vogels. Zij zijn niet stil op zo’n dag als vandaag. Juist in dit jaargetijde zijn ze het meest luidruchtig van alle seizoenen. Op zoek naar een partner om samen een nestje te bouwen en nageslacht te produceren. Zo ook op deze dag.

WP_000954Vanmiddag stond ik in de stilte aan de zijkant van het huis in de zon planten te verpotten en zaailingen uit te zetten. Ineens zag ik in mijn ooghoek wat bewegen. Maar zo snel als het was gekomen was het ook al weer weg. Maar alles was zo stil en ineens zag ik wat ik zoeven had gemist: een koolmeesje met een snaveltje vol voedsel die het broedhokje invloog. Mijn hart sprong op. Al jaren hebben wij koolmeesjes in het broedkastje, maar de laatste jaren was het wat stil. En gelukkig is het kastje weer bewoond. Er was van het gebroed nog niets te horen, dat zal binnenkort wel anders zijn.

Vogels in het voorjaar brengen nieuw leven, hoop, een nieuwe tijd, toekomst. Dat ben ik mij ieder jaar op 4 mei weer bewust. We herdenken dat we allemaal één zijn, één aarde delen, een toekomst hebben maar dat we ook allemaal een verleden delen. Voor de een heftiger dan voor de ander.

Na de dodenherdenking keken we naar de documentaire “In de rij voor Anne Frank”. Een indrukwekkende documentaire over bijzondere en ontroerende verhalen van mensen die in de rij staan te wachten om het Anne Frank Huis in te kunnen, ieder met zijn of haar eigen verleden, ieder met een reden om met eigen ogen te zien waar Anne Frank heeft gewoond en haar dagboeken heeft geschreven. Wij weten allemaal stuk voor stuk dat we zo’n verleden nooit meer willen maar moeten op hetzelfde moment constateren dat er nog zovelen zijn die iedere dag worden onderdrukt. Helaas.

 

De mus gaat voor gemaksvoedsel – Dag 87

Aan het begin van de winter heb ik op de vaste plaats in onze tuin vogelvoer geplaatst. Ik hang dan een voedertube neer met zaad en een krans met noten en vetbollen. Normaal gesproken moet ik iedere paar weken de tube bijvullen met zaad omdat de pimpelmees, de koolmees, het roodborstje, vinkjes en nog wat van hetzelfde formaat vogels er driftig gebruik van maken. Maar niet deze winter. Ook de krans werd nauwelijks aangeraakt. Ik was verbaasd, want ik heb de tube niet één keer hoeven bijvullen en aan het begin van het voorjaar hing hij er nog steeds geheel gevuld.

WP_000915Eigenlijk begreep ik er niets van maar kon niet anders dan een link leggen naar de zachte winter. Vriendin Jenny, een echte vogelkenner, bevestigde mijn vermoedde. Er is zoveel voedsel voor de vogels te vinden omdat vorst is uitgebleven en de temperaturen hoger zijn dan normaal waardoor veel planten gewoon doorgroeien, zodat de vogels geen bijvoeding nodig hebben. Het was er nog niet van gekomen om de tube weg te halen.

Tot twee weken geleden hing de tube onaangeroerd, maar nu is hij zo goed als leeg. De afgelopen weken vliegen een paar mussen af en aan om te eten. Waarschijnlijk om hun kroost te voeden. Wederom ben ik verbaasd. Ik zie hier namelijk nooit mussen, ik ken ze alleen uit de stedelijke gebieden waar ik voorheen woonde. In de stad worden mussen vaak gevoerd en is veel voedsel voorhanden wat makkelijk verkrijgbaar is. Zelf gooide ik ook altijd de broodkruimels naar buiten.

De vogels in de natuur zijn gewend om op zoek te gaan naar voedsel. Gezien het feit dat ze de tube in mijn tuin ongemoeid hebben gelaten is er blijkbaar lekkerder voedsel te vinden ook al moeten ze er meer moeite voor doen. Ik moet nu dus concluderen dat de mussen gaan voor gemaksvoedsel. Vandaar dat ze mijn tube met zaad gevonden hebben. Lekker makkelijk. Terwijl de andere vogels het versere voedsel uit de natuur oppikken. Is de mus nu geworden zoals de mens en verkiest hij gemaksvoedsel boven verse producten? Het lijkt erop.