Herinnering aan mijn moeder

Vandaag 30 november is een lastige dag, de sterfdag van mijn moeder. Het is vandaag al weer 20 jaar geleden dat ze stierf en ik mis haar nog altijd. Ze was nog maar 58 jaar oud, veel te jong nog. Lastig is het vooral omdat deze datum net drie dagen voor mijn verjaardag ligt. Je wilt dat vieren maar er hangt altijd iets zwaars overheen.

hartjesToen ik 35 jaar werd wilde ik dat groots vieren samen met een vriendin die net zo oud is als ik. Helaas is die verjaardag volledig in het water gevallen omdat twee dagen ervoor bekend werd dat mijn moeder longkanker had. Mijn wereld stortte in omdat ik direct besefte dat zij niet lang meer te leven had. In datzelfde jaar had ik een collega en een zakenrelatie verloren, allebei overleden binnen een half jaar na dezelfde diagnose.

Mijn moeder heeft het nog een jaar volgehouden na de diagnose, met als resultaat dat ze stierf op de ochtend dat ik mijn volgende verjaardag gepland had. Gelukkig was de verjaarsvisite een enorme troost.

Gemis
Dat missen van mijn moeder zit in veel dingen. Ze heeft mijn man en mijn beide kinderen nooit gezien en heeft niet meegemaakt hoe gelukkig ik geworden ben. Toen ik zelf moeder werd kon ik haar niet meer vragen hoe haar ervaringen waren met bevallen en het moederschap. Ben ik makkelijk ter wereld gekomen? Heb ik ooit borstvoeding gehad? Niemand kon het mij vertellen. Ook een moeilijk moment was toen ik mijn bruidsjurk ging passen. Het besef dat zij er niet meer was kwam keihard binnen toen ik mijzelf in de spiegel bekeek.

Jaren voor ze ziek werd vertelde zij mij dat ze niet gelukkig was en dat ze een ander leven voor zich zag, zonder mijn vader. Ik woonde net op mijzelf en stelde voor dat ze tijdelijk bij mij kwam wonen. Ze heeft het niet aangedurfd. De druk van de (religieuze) familie was groot en daarnaast was ze van mening dat mijn vader het zonder haar niet zou redden. Ze had een (te) groot verantwoordelijkheidsgevoel naar mijn vader.

loveIn het jaar dat mijn moeder ziek was heeft mijn vader zich van zijn goede kant laten zien. Hij deed alles voor haar. Zij leerde hem leven zonder haar. Het enige dat mijn vader vreselijk vond was de enorme aanloop van familie, vrienden en collega’s. “Ik baal ervan dat ik iedere dag koffie moet zetten voor al die mensen die langskomen.” zei hij ooit tegen mij. Mijn moeder was een sprankelende persoonlijkheid en stond altijd voor iedereen klaar. Nu moesten wij een agenda bijhouden om de aanloop tijdens haar ziekbed in goede banen te leiden. Nog heb ik een enorme tas op zolder staan met alle kaarten die ze in dat jaar ontvangen heeft. Hartverwarmend is dat en een genot om doorheen te struinen.

Ouders

De relatie met mijn moeder is niet altijd soepel verlopen. Mijn pubertijd ging niet vanzelf en ik heb in het losmaakproces heel wat onenigheid met haar gehad. Maar het was meer mijn vader onder wiens juk ik uit moest komen. Als oudste heb je een pad te banen voor de rest. En ik kan je vertellen dat is beslist niet makkelijk geweest. Maar nadat ik de deur uit was is de band met mijn moeder weer helemaal hersteld.

Mijn vader, inmiddels de 80 gepasseerd, redt zich op zijn manier. Mijn moeder was de gangmaker, hield van gezelligheid, feestjes, etentjes organiseren en van mensen om haar heen. Haar huis was het toonbeeld van reinheid, netheid en gezelligheid. Mijn vader voelt zich het best in zijn eentje voor de televisie. Ik kom er niet graag want het doet mij pijn te zien hoe mijn moeders huis een opslagplaats is geworden van een verzamelaar die niets opruimt. En nu zijn gezichtsvermogen achteruit gaat is ook schoonmaken, wat hij altijd als een vrouwentaak heeft beschouwd, niet meer aan de orde.

Ik mis haar, zelfs na 20 jaar!

 

Mooie avondzon

Wat kan de lucht toch mooi zijn. Ondergaande zon op een mooie najaarsdag op verschillende momenten en op twee verschillende dagen.

Verdwaalde jam

“Wil jij voor mij de jam meenemen uit de koelkast” vraag ik aan mijn zoon. Vervolgens zet hij een pot jam op tafel die ik de dag ervoor niet uit de kelder in de koelkast heb gezet. Ik sputter een beetje tegen en mompel, “Nee die bedoel ik niet”. Mijn favoriete jam is de oranjekleurige pruimenjam van de Early Laxton met de smaak van tropisch fruit. Maar de mooie donkerrode jam met het opschrift ‘Vlierbesjam met braam en appel’ en dat in mijn handschrift, trekt toch de aandacht. Ik weet niet eens meer dat ik die gemaakt hebt. Deze pot heeft mijn man vast ergens uit de kelder geplukt, ik wist niet eens dat wij die nog hadden. Niet vreemd want hij is al van 2013!

wp_005248De jam die wij maken, weten we uit ervaring, is lang houdbaar ondanks de geringe hoeveelheid suiker die we erin stoppen. Dus smeer ik mijn boterham vol met mooie dieprode jam. Hij smaakt nog altijd verrassend lekker en dat na drie jaar. “Toch die proeven?” zegt mijn zoon. Nieuwsgierig geworden smeert hij zelf ook een boterham vol. “O, dat smaakt lekker, heel anders dan de andere soorten jam.” Nooit eerder hoorde ik hem zo uitgesproken zijn mening geven over onze zelfgemaakte jam.

Na het eten duik ik de kelder in op zoek naar het recept. Van iedere serie jam die we maken schrijf ik op datum precies op wat er is ingegaan. Inmiddels niet zo heel precies meer is de conclusie van de zoektocht. Het briefje dat ik opdiep uit de stapel in de kelder bevat weinig informatie. Tja, als je al zo’n 15 jaar jam maakt, gaat het afwegen gewoon op gevoel. Het is lastig uit te leggen hoe deze jam smaakt, maar ik kan je wel vertellen wat er ongeveer in zit (zie het receptenblaadje).

Recept: vlierbesjam met appel en braam
Ik verwacht dat de grootste hoeveelheid fruit van de bramen afkomstig is geweest en een flinke hoeveelheid vlierbessen en als verrassing heb ik er wat appel aan toegevoegd. Omdat bramen en appel weinig vocht bevatten heb ik er wat water bij gedaan. Suiker erbij, meestal doe ik niet meer dan 300 gram per kilo fruit, en daarnaast voeg ik meestal stevia toe ter vervanging van suiker. Aan het geheel heb ik nog een scheutje citroen en een snufje kaneel toegevoegd. Waar ik mij wel over verbaas is het ontbreken van geleipoeder. Dat gaat ook altijd in de jam en vermeld ik er altijd bij. Nu heeft de braam niet veel nodig en de appel en citroen zijn goede ingrediënten om te conserveren dus heb ik er waarschijnlijk niets ingedaan. Dat maakt het nog opmerkelijker dat hij zo goed gebleven is.

Aan ieder recept voeg ik tot slot een opmerking toe over de smaak, waarom zou je anders een receptje maken. Toch? Op dit briefje staat: ‘Niet zoet. Aparte smaak.’ Zelfs na 3 jaar is deze jam nog prima en de kleur is geweldig. In een eerdere blog schreef ik al over mijn pruimenjam.

 

Het pompoenseizoen zit er weer op

De populariteit van pompoenen groeit. Dat merk ik vooral sinds ik zelf grootschalig pompoenen kweek. Het eerste verkoopjaar op de markt, nu al weer vijf jaar geleden, ging wat weifelend van start. Wat de boer niet kent eet hij niet. Zeker niet hier op het platteland. Dus zorgde ik voor een recept van pompoensoep, gratis bij iedere aankoop. En zo nu en dan nam ik een grote pan met soep mee om te laten proeven.

wp_005191

Als ik op de markt sta spreek ik mensen aan. “Eet u wel eens pompoen?” vraag ik dan. Negen van de tien keer zeiden mensen “Nee, hoor, dat lust ik niet.” Als ik dan weer eens mijn eigen soep mee had genomen kon ik ongegeneerd zeggen: “Dan heeft u nog nooit mijn pompoensoep geproefd?” Als ik ze dan wat aanbied om te proeven is het altijd hilarisch om te zien hoe snel mensen zich uit de voeten maken. Slechts een enkeling laat zich verleiden en proeft wat van mijn soep. Nu is het altijd heerlijk als het een beetje koud en miezerig weer is om wat warms naar binnen te werken. De mensen die ik heb overgehaald te proeven waren ook meestal bereid het eens zelf uit te proberen.

Inmiddels heb ik een grote schare trouwe klanten. Zij weten dat ik in het najaar op de markt sta en komen een aantal weken geregeld een pompoen kopen. Ook de mensen van het eerste uur die het aandurfden mijn soep te proeven komen ieder jaar terug. Ook de Halloween pompoenen zijn gewild. Onderstaande foto kreeg ik van een van mijn klanten toegestuurd die creatief bezig was geweest.

Dit jaar was het pech voor mij maar ook voor mijn klanten. Normaal sta ik zo’n 3,5 maand op de markt, dit jaar slechts 5 weken. De pompoenoogst was dramatisch slecht ten opzichte van andere jaren. Door het natte voorjaar waren er extreem veel slakken die niet alleen de moestuin hebben geplunderd maar ook de pompoenoogst voor 80% hebben opgegeten. Er was geen houden aan. We hebben de oogst geprobeerd te redden door iedere ochtend en iedere avond met de hand slakken te rapen, emmers vol. Maar helaas gaan de slakken vrolijk de hele nacht door met eten.

Vooral de goed verkoopbare Uchiki Kuri pompoen, de kleine oranje van ca. 1,5 kg, moest het ontgelden. Na twee weken was ik de kleine hoeveelheid al kwijt. De wat grotere pompoenen van ca. 10 kg hebben de slakken weten te weerstaan. Maar ja, wie koopt er een pompoen van 10 kg om te consumeren? Daarom heb ik de laatste twee weken de grote pompoenen in stukken verkocht. Ik mag wel zeggen met succes, want het snijden, wat altijd een lastig karwei is, hadden wij al gedaan. Misschien volgend jaar weer.

Vanmorgen bij het wakker worden was alles wit van de vorst. Gelukkig hoefde ik op deze koude ochtend niet vroeg mijn bed uit om naar de markt te gaan. “Elk nadeel heeft zijn voordeel”, zoals de uitspraak van een bekende Nederlander luidt.

 

 

 

Bertha de hen weer in de bocht

Na de ruiperiode van onze kippen, ze zien er weer schitterend uit, was ik behoorlijk ontstemd over het feit dat de dames nog steeds geen eieren legden. Dus haalde ik weer speciaal een zak legkorrels om ze te stimuleren. Maar al wat er kwam geen eieren. Wat waren dit voor kippen? Wanneer zouden ze weer moeten gaan leggen. Leggen ze soms de hele winter niet? In de boekjes staat dat Bielefelder kippen zeker 220 eieren per jaar kunnen leggen. De ervaring met kippen schiet werkelijk te kort.

De eieren waar Bertha op zat te broeden.

De eieren waar Bertha op zat te broeden.

Afgelopen woensdag- en donderdagavond was ineens Bertha weer niet in het nachthok verschenen, dus gingen alle alarmbellen weer af. Vrijdagochtend verscheen ze weer toen ik de kippen voerde. Daarom zag ik mijn kans schoon en hield haar goed in de gaten om na te gaan waar ze naar toe verdween. Onder een grote bos snoeihout, wat eerdaags versnippert moet gaan worden, trof ik haar aan.

Ik wist niet wat ik zag. Een enorme hoeveelheid eieren. Ik telde er een stuk of 18. Bertha zat, net te ver weg om goed bij haar te komen, waarschijnlijk ook nog op een hoeveelheid eieren. De hennen hadden dus wel degelijk eieren gelegd alleen niet zoals voorheen in het nachthok. Een paar eieren waar ik redelijk bij kon komen heb ik meegenomen. Ze stonken een uur in de wind, dus heb ik ze direct in de groenbak gedeponeerd. Uit een aantal kwam een groene smurrie, brrrr.

Gisteren zijn wij aan de slag geweest om Bertha te bereiken. Dat was nog een hele klus. De stapel snoeihout is een geweldige schuilplaats. Om haar van het nest af te kunnen halen moesten heel wat takken weggehaald worden. Maar toen waren we er nog niet. Hevig verzet volgde en ze begon gelijk te pikken. Dus heb ik eerst maar stevige handschoenen aangetrokken en een veiligheidsbril opgezet. Gelukkig was de mooie schuilplaats ook direct haar gevangenis, want ze kon geen kant op, dus kon ik haar al pikkend en tegensputterend van het nest plukken.

Onder Bertha lagen ook nog eens 16 eieren. Aan het verschil in kleur konden we goed zien dat beide hennen daar aan het leggen waren geweest. De andere eieren zijn ook in de groenbak verdwenen. De rest van de dag heeft Bertha in de afgesloten ren gezeten. Gelukkig is ze vandaag zichtbaar geweest en nu zit ze weer gewoon in het hok.

Nu is het de uitdaging om ze weer in het hok aan het leggen te krijgen. En zo niet, dan toch wel te achterhalen waar ze hun eieren dan leggen. Vandaag heb ik de legplek nog even gecontroleerd, maar trof geen eieren aan. Dus zal ik ze de komende dagen weer goed in de gaten moeten houden.

 

 

Winterklaar

Dit weekend werden we overvallen door nachtvorst. Van de extreem warme weken zijn we nu begin oktober in een klap in de winter aanbeland. Wat een overgang. En de kachels waren nog niet eens geveegd, dus stoken konden wij niet. Gelukkig was het gisteren heerlijk weer dus is mijn man het dak op geklommen voor de jaarlijkse schoorsteenveegactie. Ook hebben we de laatste hand gelegd aan het op orde brengen van de houtvoorraad.

wp_005172

Schoorsteen vegen

In het eerste jaar van onze houtkachel hadden we tegen het eind van de winter geen hout meer. Dus hebben we een paar kub hout gekocht van een meubelmaker die geregeld met niet bruikbare stukken hout zit. Maar hout inkopen is natuurlijk niet handig als je zelfvoorzienend wilt worden dus was het de jaren daarna een belangrijke taak om hout te verzamelen zodat we een hele winter konden stoken.

Gelukkig deden zich allerlei mogelijkheden voor. Bij de kinderen op school ging groep 8 ieder jaar in de uiterwaarden wilgenhout hakken. Daarvan mochten wij wat meenemen. Vooral heel geschikt als aanmaakhout. Bij ons aan de overkant werd de appelboomgaard flink uitgedund en ook daar konden we wat hout overnemen. In dit geval mooi fruitbomenhout dat eenmaal op temperatuur heel langzaam een paar uur warmte geeft. Een van onze kastanjebomen bleek ziek dus moest worden omgehaald. Ook bij familieleden moet er wel eens een boom weg. In ruil voor het hout doet mijn man het kap- en snoeiwerk.

Alles bij elkaar leverde dat een flinke houtvoorraad op zodat we sindsdien niet meer zonder hebben gezeten. De laatste paar jaar zijn de winters heel zacht geweest dus stoken we niet veel. Maar je weet maar nooit wat komen gaat. We kunnen maar beter goed voorbereid zijn. Voordat hout de kachel ingaat moet het een tijd liggen om te drogen. Minimaal een jaar tot soms wel twee jaar afhankelijk van het soort hout.

Ondertussen hebben we in het kader van ons permacultuur landschap heel wat bomen aangeplant. Niet om ze te kappen maar als leverancier van snoeihout. Dus zijn we vanaf nu niet meer afhankelijk van hout van elders. Vooral knotwilgen leveren veel hout, weliswaar snel hout, maar ook dat is nodig om de kachel op gang te krijgen. Nu er veel bomen in de groei zijn wordt het ook tijd om een aantal bomen, die er al waren voordat wij hier woonden en die of te groot zijn geworden of op een onhandige plek staan, weg te halen. Dus voor de komende jaren hebben we hout genoeg.

Dit weekend hebben we weer heel wat hout dat minimaal twee jaar heeft liggen drogen naar binnen gebracht. Mijn man zaagt stammetjes in handzame blokken en klooft vervolgens de blokken in het formaat dat in de kachel past. En ik stapel het hout netjes op in ons houthok in de schuur. Er ligt nu zo veel hout dat we daar wel twee lange winters mee uit de voeten kunnen. Dus laat de strenge winter maar komen.

Ook zo’n last van oogstmijt?

Vanmorgen voor het begin van mijn yogales vroeg een van de deelnemers: “Hebben jullie ook zo’n last van vliegen in huis?” De meesten beaamden dat. En inderdaad ook ons huis zit vol. Als ik rustig mijn les voorbereid dan zit er geregeld een vlieg op een hinderlijke plek. Niet fijn als je net in een ingewikkelde yogahouding staat en je armen niet vrij hebt om hem weg te jagen. Of als je zit te mediteren en er komt een vlieg op je neus zitten! Heel hinderlijk dus.

oogstmijt

Extreme reactie door oogstmijt

“Ja”, zei ik, “en niet alleen vliegen maar nog het meeste last heb ik van muggen en muggenbulten vooral op van die onverklaarbare plekken, zoals in de liezen, de oksels en op de bh-rand”. “O”, zei een dame, “dat kan ook door de oogstmijt komen”. Waarop ze haar T-shirt optrok en op haar buik een rode plek liet zien. Ik liet haar mijn jeukende plek op mijn buik zien. “Ja, onmiskenbaar de oogstmijt, ook wel aoutat genoemd, afgeleid van het Franse woord voor augustus – août”, zei ze, “kijk maar er zit een klein blaasje in het midden”. Door deze onthutsende constatering was ik redelijk van mijn apropos tijdens de les.

Nog nooit heb ik van de oogstmijt gehoord. Ik had ook nooit eerder van die jeukende (muggen)bulten op zulke rare plekken. Even dacht ik dat het vlooienbeten waren omdat ik laatst een vlo zag nadat een kat op mijn bed had gelegen. Maar na een flinke reinigingsbeurt van het huis moest dat over zijn. En nu had ik weer last van die gemene jeukende plekken die wel een week aanhouden. Iets in mijn achterhoofd zei dat het geen muggenbulten waren, die zien er toch anders uit. Nu weet ik dus dat het om de oogstmijt gaat. Niet leuk, maar het kan maar duidelijk zijn.

Dus ben ik maar eens aan het googelen geslagen. Het gaat met namen om de larven van de oogstmijt, die zitten op grassen, bomen en struiken in afwachting van een mens of een dier dat voorbij komt. Net als de teken bijten ze zich vast in de huid met name bij de mens op plekken waar kleding strak op de huid zit zoals sokken en ondergoed, maar ook in knieholten en oksels. Ze zijn zo klein dat je ze bijna niet ziet. Zij spuiten een enzym in het lichaam die het weefsel als het ware afbreekt tot lichaamsvocht, vandaar het blaasje, waarmee ze zich volzuigen. Als ze voldoende hebben vallen ze weer van het lichaam af. Juist de enzymen veroorzaken de jeuk.

Echt ziek worden wij niet van de oogstmijt, maar er zijn mensen die overgevoelig zijn waardoor over grotere oppervlakten meerdere jeukende bulten ontstaan (zie foto). Insmeren met middelen tegen jeuk is het enige dat helpt en daarnaast veel geduld tot de jeuk na 2 tot 10 dagen weer verdwenen is.

Voorkomen dat je gebeten wordt is makkelijker gezegd dan gedaan. Tips als: je van top tot teen aankleden als je naar buiten gaat, het gras kort houden, niet door het hoge gras lopen en er zeker niet in gaan liggen, werken voor ons niet echt. Je kleren uitkloppen na een wandeling is nog te doen. Maar direct je kleding wassen op 50°C, omdat de mijt in je kleren kan blijven hangen, is ook een hele opgave, dan kan ik iedere dag wel een wasmachine laten draaien.

Zolang het niet erger wordt dan een paar jeukende plekken op het lichaam, zo erg als de foto is het beslist niet, neem ik dat maar voor lief. De natuur mijden kan toch niet. En ergens las ik dat je op termijn immuun kunt worden voor de enzymen van de oogstmijt. Daar hoop ik dan maar op. Door de klimaatverandering zullen er wel meer vreemde dieren en insecten op ons pad komen. Terwijl ik dit zit te schrijven voel ik het overal jeuken en kriebelen, dus gewoon afleiding zoeken is mijn advies.

Ik kwam nog een interessante blog tegen en een site met informatie, maar er is nog veel meer over de oogstmijt te vinden.