Wiltshire Horn lammetjes

Sinds 26 februari 2017 hebben wij 3 Wiltshire Horn schapen en nog 4 stuks waarvan de moeder een Shetland schaap is en de vader een Wiltshire Horn. De oudste Wiltshire Horn is Camilla, zij is voor de tweede keer drachtig, de andere twee zijn eenjarig. Afgelopen dinsdagavond was het zo ver en werden onze eerste lammetjes geboren. Voor mij was dat echt de allereerste keer om dat van zo dichtbij mee te maken. Mijn schoonvader had vroeger ook schapen dus voor mijn man was het niet nieuw.

Camilla met lam

Al weken keken wij reikhalzend uit naar de lammeren. Blijkbaar is ze pas heel laat gedekt. Dinsdagavond rond een uur of tien zei mijn man: “Ik ga nog even bij Camilla kijken”. Nooit eerder ging hij zo laat nog kijken. “Ik ga mee”, zei mijn jongste zoon. Met 10 minuten waren ze terug. Mijn zoon is nogal een grapjas en vaak weet je niet of iets waar is of niet als hij een verhaal verteld. “Mam, er is een lammetje geboren”, zei hij tegen mij. Ik geloofde hem niet. Ik had ’s middags niets opmerkelijks gezien aan Camilla.

“Zie je wel, ze gelooft het niet”, zei mijn zoon tegen zijn vader die zijn hoofd om de hoek stak. “Het is echt waar en het is nog maar net geboren”, beaamde hij. “Vanmorgen was mij al wat opgevallen, haar vagina was wat opgezet en rood, dus had ik al een vermoeden, vandaar dat ik even ging kijken.” Daar had hij mij vanmorgen niets over gezegd en mij was niets bijzonders opgevallen.

Afijn met z’n drieën gingen we de wei in naar de schuilhut. Bij aankomst bleek een tweede lam geboren, de eerste stond al overeind. Ik was er ontroerd van. Wat bijzonder, wat is de natuur toch mooi! Gauw hebben we een van de twee schuilhutten afgesloten zodat de andere schapen er niet bij konden en moeder Camilla alleen kon zijn met haar twee lammeren. Inmiddels weten we dat het twee rammetjes zijn. Een beetje jammer want die kunnen wij niet houden, dat leidt tot inteelt.

Wiltshire Horn schapen zijn een makkelijk ras. Zij zijn stevig, vriendelijk, kortharig dus hoeven niet geschoren te worden, ze zijn goede moeders en lammeren zelfstandig, desnoods in de open lucht. Dat hebben wij inmiddels zelf ervaren. Mijn man was vol verbazing en kon niet ophouden te vertellen hoe lastig de Tesselaren zijn, die zijn vader altijd had. Ieder voorjaar moest zijn vader geregeld zijn bed uit omdat er van alles aan de hand was en er steevast geholpen moest worden bij de bevallingen. “Tesselaren, die wil ik nooit”, bleef mijn man de afgelopen dagen herhalen.

Hierbij de eerste foto’s van onze lammetjes.

Impressie van de Japanse kers in bloei

Ieder voorjaar kijk ik weer uit naar het moment dat de Japanse sierkers (Prunus serrulata) in bloei staat. Hij is niet te missen als je bij ons de oprit opkomt, maar valt dan eigenlijk niet bijzonder op. Slechts een week per jaar kan je niet om de Japanse kers heen dan is hij uitbundig diep roze gekleurd. Een sieraad voor iedere tuin.

De Japanse kers in bloei

Van een afstandje krijgt de boom in een paar weken iedere dag een beetje meer kleur tot hij in de laatste fase, waarin de bloemen volop zijn opengebarsten, geheel roze is. Beeldschoon.

Als je er op let is het heel bijzonder hoe het bloeiproces in z’n werk gaat. Op de kale tak ontstaat een knop. Uit die knop komt niet slecht een bloem, maar een heel bouwwerkje aan takken en blaadjes en uiteindelijk, om het af te maken als de kers op de taart, ontvouwt zich een rozet aan roze bloemen.
Ook het ontstaan van de bloemen gaat niet zomaar maar doorloopt een paar stappen. Eerst ontstaat een trosje steeltjes met een klein kelkje van nog geen centimeter, om na een paar dagen open te barsten tot een bloem van zo’n 5 centimeter in doorsnee.

Ieder jaar weer houd ik mijn hart vast in de hoop dat het niet gaat stormen, zelfs niet flinke gaat waaien, want dan kan, net als bij de magnolia’s, de Japanse kers in een klap al haar bloemen kwijt zijn. Even lijkt het dan of het sneeuwt, eindigend in een, weliswaar roze, sneeuwtapijt. En dan moeten wij het weer hebben van de herinnering tot het volgende voorjaar.

Zie hier de impressie in beeld.

Moestuinmoeheid

Ik weet niet wat het is dit jaar maar ik kom maar niet op gang met de moestuin. Andere jaren begin ik al in februari binnenshuis te zaaien, gevolgd door het zaaien van spinazie in maart in de volle grond in de kas. Maar dit jaar is het anders. Mijn tuindagboek ligt er nog onbeschreven bij. Het plan is er, de zaden liggen klaar, maar verder is het nog niet gekomen. Inmiddels is het al begin april. Waarom ben ik nog steeds niet begonnen, vraag ik mij af?

Moestuin vorig jaar mei

Allerlei redenen passeren de revue. Aan de ene kant zijn wij druk geweest met de voorbereidingen van de komst van de schapen. Maar ook hadden we nog de nodige ingekuilde bomen en stuiken die de grond in moesten. Dat is wel een excuus maar dat weerhield mij er vorig jaar niet van om al in februari aan de slag te gaan, nadat in januari het moestuinvirus de kop op stak. Dit jaar geheel niet. Er zit meer achter.

Moestuinieren is zwaar werk, zeker op de klei. Aan het begin van het seizoen moet eerst de grond worden voorbereid en de bedden gemaakt. Veel van het werk doe ik alleen. Een aantal jaren geleden had ik een vriendin die hielp, maar zij heeft inmiddels weer een drukke baan en weinig tijd. Mijn man heeft alleen in de weekenden tijd om te helpen, maar ook hij is druk met andere zaken. En in je eentje ploeteren is niet fijn.

Het afgelopen jaar viel de oogst heel erg tegen en dan vraag je je af of de opbrengst al die inspanning wel waard is. Daar komt nog bij dat ik een heel jaar lang iedere week meerdere uren yogales heb gegeven, ook geen sinecure. Een lichamelijke inspanning waar heel wat tijd in ging zitten, hoewel daar weer veel energie voor terugkwam. En dan zijn er nog de pubers die liever voedsel eten uit de supermarkt, dan uit de eigen moestuin. Ook niet echt een motivator.

Oogst van vorig jaar

Dan is er ook de groene politiek waar het niet lekker loopt. Er is veel ruzie binnen de partij en dat is nog zacht uitgedrukt. Dit heeft vooral veel ergernis en frustratie opgeleverd. Vanaf oktober ben ik lichamelijk aan het kwakkelen gegaan met als klap op de vuurpijl een heuse griep, wat ik mij niet meer kon heugen zo lang was dat geleden.

Ook het idee dat ik straks weer massaal slakken moet gaan vangen, omdat er anders niets van de oogst overblijft is beslist niet aantrekkelijk. Zo maar even op vakantie gaan, al is het maar een paar dagen, zorgt voor een hoop geregel en de nodige voorbereidingen. Immers de moestuin heeft ieder dag aandacht nodig. Al met al niet echt steekhoudende argumenten om niet aan het moestuinieren te slaan, maar toch is de stapeling van de argumenten genoeg om niet in actie te komen.

Misschien moet ik constateren dat na zo’n 10 jaar moestuinieren de moestuinmoeheid heeft toegeslagen. Ik ben er wel een beetje klaar mee moet ik bekennen. En misschien is het ook wel goed om de grond een jaartje met rust te laten, stiekem hopend dat de slakken dan vanzelf verdwijnen, wat natuurlijk niet het geval zal zijn.

 

Even weg uit de stad inspiratiedag

Helene Oudman is gediplomeerd kok, sociaal ondernemer en doet aan yoga. Zij, als geen ander, weet welke soort eten past bij yoga. Daarnaast is zij zeer begaan met onze aarde en werkt, net als ik, in projecten met als doel de wereld een beetje mooier te maken. Bij campagnebureau Stoere Vrouwen zet zij zich in voor eerlijke slow kleding en natuurlijke en eerlijke make-up. Regelmatig organiseert zij als chef yoga retraites naar Ameland. Zij bedacht dat het wel leuk zou zijn om een 1-dags retraite te organiseren bij ons in het permacultuur landschap. Zij haalde daar ook Daan de Wit bij die een boek schreef over “Weet wat je eet”. Zie hier het resultaat: de uitnodiging.

Yoga in de polder – lezing ‘Weet wat je eet’ – lekker eten – een rondleiding op je blote voeten – leren over permacultuur. Je bent welkom!

Laat je op deze zondag inspireren door een lezing over natuurlijke voeding op basis van Weet wat je eet – het boek, gevolgd door een informatieve rondleiding door de weilanden over permacultuur. Maar we beginnen de dag met yoga in de polder!

In de pauze word je verwend met een lekkere lunch en is er genoeg tijd om van het weidse uitzicht te genieten.

Dit doen (en laten) we allemaal in de frisse lucht van Beusichem, omringd door de schapen en kippen. Het hele programma vindt plaats met onze blote voeten in het gras!

Je gaat naar huis met een voldane buik, een verrijkt hoofd vol inspiratie over het ontwikkelen van een gezond en natuurlijk voedingspatroon én een los en ontspanen lijf door de yoga.

Wanneer: zondag 30 april 2017

Waar: Smalriemseweg 51, Beusichem (6 km van Station Culemborg)

Programma:
09.30 – 10.00 Inloop en ontvangst
10.00 – 11.30 Yoga
11.30 – 13.00 Pauze met heerlijke lunch
13.00 – 13.45 Rondleiding door het permacultuur landschap
14.00 – 15.15 Wat is slim om te eten en wat niet? Lezing van Daan de Wit op basis van zijn boek ‘Weet wat je eet’
15.30 Einde

Prijs: €59,- (incl. BTW)

Opgeven of vragen? Mail naar: contactchefyoga@gmail.com

Over de lezing van Daan de Wit – auteur van het boek Weet wat je eet:
‘Wat is verstandig om te eten en wat juist niet? De Wit prikt mythes door en laat zien dat de huidige voedingsadviezen vaak zijn ingehaald door nieuwe en heel oude feiten. Zijn boek is een ontdekkingsreis vol eyeopeners, zoals ‘van vet word je slank’ en ‘supermarktmelk is dood, leve de rauwe melk van de boer’. Food for thought voor iedereen die bewuster en gezonder wil leven.’

Hoe kom ik daar met openbaar vervoer?
Dat is heel simpel. Neem de trein naar Culemborg, dan halen wij je daar met de auto op.
Kom je met eigen vervoer: parkeren is gratis.

Tot dan, we kijken uit naar deze dag!

Jolanda Verburg – yogadocent en eigenaar van de lokatie
Daan de Wit – auteur ‘Weet wat je eet’.
Helene Oudman – initiator en verzorging lunch

www.weetwatjeeethetboek.nl
www.chefyoga.nl
www.uitdekleigetrokken.wordpress.com

 

Perenvuur en meidoorn

Door de komst van de schapen moesten wij een aantal hekken laten aanpassen, zodat de schapen het terrein niet afkunnen. Aan de koffie vertelde ik de hekkenbouwer over ons permacultuurproject. “De hekken zijn maar tijdelijk”, zei ik hem, “als de meidoornhagen groot genoeg zijn houden zij het vee tegen.” Wij zijn bijna vergeten dat de meidoornhagen eeuwenlang dieren (en mensen) tegenhielden, lang voor het prikkeldraad was uitgevonden. Sinds deze uitvinding zijn de meidoornhagen massaal vervangen door technologie en op sterven na dood. Voor ons is het herstel van cultureel erfgoed in een natuurlijk landschap een van de uitgangspunten, dus wordt ons hele land omzoomd door meidoornhagen.

Meidoornstruik

De hekkenman veerde op en zei: “Maar weet je wel dat meidoorn verantwoordelijk is voor perenvuur? Dat weet jouw man toch ook wel, die is van hier.” “Dat verhaal ken ik niet van de meidoorn”, sputterde ik tegen, “en dat zou ook heel vreemd zijn want Landschapsbeheer Gelderland heeft ons juist de meidoorn aanbevolen en subsidie verleend, tezamen met alle fruitbomen. Dus dat kan niet waar zijn.” Hoofdschuddend ging de hekkenman weer aan het werk.

Door de jaren heen heb ik al heel wat opgestoken van bomen en struiken in de Betuwe. Ik wist precies wat perenvuur was, een bacterie ook bekend onder de naam bacterievuur, veroorzaakt door de Erwinia amylovora bacterie, die vooral nadelige gevolgen heeft voor fruitbomen. De bladeren en de bloesem verdorren als ware ze door vuur verteerd. Als perenvuur in je boomgaard zit heb je een groot probleem en kan je het beste alles rooien. Wel had ik mij laten vertellen dat de jeneverbes perenvuur kan verspreiden en dat je die beter niet in je buurt kunt hebben.

Meidoorn

Toen mijn man thuiskwam en ik hem het verhaal vertelde over perenvuur, was zijn antwoord gelijk: “Zie je, dat zeg ik zo vaak, er gaan zoveel verhalen in de rondte, maar de meesten hebben alleen de klok horen luiden en weten er het fijne niet van. Veel mensen hebben een bepaald beeld dat niet klopt en toch klakkeloos wordt doorgegeven.” Mijn schoonvader had op latere leeftijd zijn opleiding tot fruitteler behaald en hij wist heel veel. Zijn kennis is weer van vader op zoon doorgegeven.

Waar het mis gaat in de verhalen is dat de meidoorn ook aangetast kan worden door perenvuur en dan gerooid moet worden, maar de veroorzaker is hij niet. Wij maken ons totaal niet druk om dit soort verhalen. Immers wij laten de natuur haar gang gaan en gaan niet met chemicaliën of met kunstmeststoffen aan de slag. Wij creëren daardoor een heel gezonde omgeving waardoor ziekten ook minder kans hebben. Wij zullen zien wat het beste resultaat zal zijn. Aan praatjes hebben wij niets.

Hoe kan je perenvuur herkennen:
• Verdroogde bladeren en bloesem
• Zwart verkleurende bast
• Plekken waar slijm uitkomt (hier komen de bijen op af, die vervolgens de bacterie verspreiden).

Wat moet je doen om bacterievuur te bestrijden?

Meer weten over perenvuur lees het volgende artikel.

 

De treurige wilg

In onze voortuin staat een schitterende treurwilg, aangeplant in de jaren ’70, toen mijn schoonouders het huis gingen bewonen. Na een aantal jaar, tijdens een strenge winter, is hij bijna doodgevroren. Toch heeft hij het wonderwel overleefd. Gevolg is dat het geen boom met één rechte stam is geworden maar al vrij snel uitloopt in vier stammen.

De gesnoeide treurwilg

Afgelopen vrijdag is hij gesnoeid. Twee klimmers, boomverzorger van beroep, zijn de boom in geklommen. Met kettingzagen en een hoop kabaal hebben ze de treurwilg een onderhoudsbeurt gegeven. Vooral onze jongens waren erg onder de indruk. Blijkbaar konden ze zich de laatste keer niet goed meer herinneren. Dat was ook al zeker vijf of misschien zelfs zes jaar geleden, dus werd het wel weer eens tijd voor groot onderhoud.

Hij staat er nu wat treurig bij. De vorm van de boom is nu goed te zien en vooral waar de vorstschade is opgetreden. Door regelmatig te snoeien kan een treurwilg heel oud worden. De klimmers constateerden een gezonde boom. Tijdens heftige voorjaarsstormen is het vooral de treurwilg die indruk maakt en laat zien wat een geweld de natuur kan hebben.

Snoeien kunnen wij niet zelf, ons rest het opruimen van de enorme berg snoeiafval. Het is nu zaak om dat netjes tot kachelhout te verwerken. Eigenlijk had de boom vorig jaar al gesnoeid moeten worden, maar wij waren te druk met de aanleg van het permacultuur landschap. Het snoeiafval is ideaal om aanmaakhoutjes van te maken. Tenslotte is het wilgenhout. Deze winter hadden we totaal geen wilgenhout meer, dus was het iedere keer een hele toer om de kachel aan te krijgen.

Wat nu ook te zien is zijn de gaten die de grote bonte specht heeft gemaakt. Als je die specht aan het werk hoort dan begrijp je niet hoe zo’n kleine vogel met zoveel geweld zoveel slagen per minuut kan produceren. Het lijkt wel een drilboor. Niet vreemd dat een van de meest gestelde vragen op internet is: “Waarom krijgt een specht geen hoofdpijn van het tikken?” Wat is de natuur toch wonderlijk!

 

 

Wereldgeluksdag

Op initiatief van het Aziatische koninkrijk Bhutan, het enige land ter wereld dat haar bruto nationaal product mede uitdrukt in de mate van welzijn van haar inwoners, genaamd bruto nationaal geluk, heeft de Verenigde Naties 20 maart uitgeroepen tot de internationale Dag van Geluk.

Vandaag werd weer het World Happiness Report gepresenteerd dat sinds 2012 jaarlijks door de VN wordt uitgebracht. Nederland staat op de 6e plaats van de gelukkigste landen ter wereld. Dit moet ons wakker schudden uit het gevoel dat we niet gelukkig zijn. Zeker in deze tijd van polarisatie en nationalisme is het gevoel van geluk vaak ver weg. Toch doen we het wereldwijd goed.

Het World Happiness Report is bedoeld ter aansporing van overheden om het beleid boven alles te richten op het vergroten van sociale vooruitgang, gemeten in het stijgend gevoel van welzijn en geluk. De landen die de lijst aanvoeren scoren hoog op aspecten als gelijkheid, vrijheid, gezondheid, iets voor een ander over hebben, de zorg voor elkaar en eerlijkheid. Daar horen wij dus ook bij!

Maar wereldwijd is nog veel te verbeteren. Dat wij boven aan de lijst staan geeft ons niet het recht om achterover te leunen. Het is onze taak om landen waar mensen het slechter hebben dan wij en zich minder veilig voelen dan wij, te helpen hun situatie te verbeteren. Ook over wat er beter kan in de wereld is een rapport verschenen, opgesteld door de OESO. Deze organisatie, bestaande uit 35 welvarende landen, zet zich in voor wereldwijde sociale en economische ontwikkeling.

Natuurlijk is deze 6e plaats heel goed, maar in 2013 stonden we nog op de 4e plaats. Er is dus nog ruimte voor verbetering. Laten we er met z’n allen voor zorgen dat we niet verder wegzakken in de ranglijst. Om dat te bereiken is het belangrijk om niet te sterk te reageren op de dagelijkse gebeurtenissen en te kijken wat we hebben in plaats van wat we niet hebben.

Ooit las ik ergens de definitie van Geluk:

“Als je gelukkig bent heb je veel dromen. Als je ongelukkig ben heb je één droom: gelukkig worden.”

Een van de schrijvers aan het World Happiness Report is de Engelse hoogleraar economie Richard Layard. Hij schreef ooit het boek ‘Waarom zijn we niet gelukkig”. Als je gevoel voor geluk wat afwijkt van de plaats op de geluksranglijst lees dan zijn boek, dat zet het geluksgevoel in een heel ander perspectief. Uit zijn onderzoek blijkt dat wij de afgelopen 50 jaar heel veel meer welvaart hebben verkregen maar ons gevoel van geluk is niet of nauwelijks toegenomen. Zijn conclusie luidt dat materiele welvaart niet gelukkig maakt het zit in andere dingen.

Wil je zelf aan de slag om je leven gelukkiger te maken lees dan The guidebook for Happiness.

Een samenvatting van het World Happiness Report lees je hier.