Experimenteren met kweken

De tafel in de serre staat vol met kweekgoed. Ik kweek alles voor, want hier in de klei verdwijnen zaden gewoon. De eerste jaren hier op de klei was ik verbaasd hoe weinig er op kwam als ik gewoon in de volle grond zaaide. Van alle maiskorrels die ik ooit in de grond gestopt heb is er maar 1 opgekomen. En zo heb ik nog meer voorbeelden. Ik was teleurgesteld. De Betuwe staat juist bekend om zijn vruchtbaarheid, kijk naar al het fruit wat er groeit. Maar groente is toch een heel ander verhaal.

WP_002407Voorheen woonde ik op veengrond dat ging een stuk makkelijker. De grond even voorbewerken, zaad erin en groeien maar. Met dat referentiekader verhuisde ik naar de Betuwe. Na een eerste mislukte seizoen ben ik maar plantjes gaan kopen, later gevolgd door zelf uit zaad in huis voorkweken. Daar heb ik nu veel ervaring mee dus lukt altijd.

Na het binnenshuis zaaien, ook wel voortrekken genoemd, verspeen ik de jonge plantjes in wat grotere potjes die als ze groot genoeg zijn en de weersomstandigheden het toelaten direct de grond in kunnen. Maar dat verspenen is een hoop priegelwerk dus ben ik altijd op zoek naar andere en vooral snellere methoden. De meest voordehand liggende oplossing is het direct in een wat groter bakje zaaien. Maar dat betekent een hele hoop bakjes en dus een hele hoop kweekruimte. Dat gaat niet lukken, dus ben ik nog steeds op zoek naar alternatieven.

Bij de tuincentra zijn speciale kweekbakjes te koop met afzonderlijke losse bakjes of een tray waar in kleine compartimenten gekweekt kan worden. Even googelen of een bezoekje aan het tuincentrum en je vindt er genoeg. Maar die bakken zijn vaak duur zeker in de hoeveelheden waarin ik kweek. Maar ook daar zijn creatieveling opgestaan met oplossingen.

Zo zijn er mensen die van krantenpapier kweekbakjes in elkaar rollen. Leuk als je maar een paar plantjes gaat opkweken en veel vrije tijd hebt. Bij mij gaat het in honderden tegelijk en ik zie mijzelf al honderden bakjes in elkaar vouwen. Daar beginnen we dus maar niet aan. Maar vorig jaar las ik over het gebruik van wc-rollen. Kijk dat leek mij nog wel te doen. Daar heb ik vorig jaar een experimentje mee gedaan, maar dat lukte toen niet erg. De hoge rolletjes waren instabiel en daardoor lastig in gebruik.

Experiment met wc-rollen

Experiment met wc-rollen

Dit jaar las ik weer over het gebruik van wc-rollen maar nu had iemand de rolletjes doorgeknipt en in een soort vierkantje gevouwen. Dus ben ik weer aan het experimenteren geslagen. Twee kweekbakken heb ik er mee vol gezet. Maar ik moet nu constateren dat ook dat niet echt werkt. Het is namelijk de kunst om precies 1 zaadje in zo’n rolletje te krijgen. Ook dat is al een heel gepriegel. Dat is mij dus niet echt gelukt met als resultaat soms twee (of zelfs meer) jonge plantjes in een rolletje en soms helemaal niets. Dan moet ik dus alsnog gaan verspenen en dat was nou net niet de bedoeling.

Conclusie:
Ik blijf gewoon zaaien zoals ik dat al jaren doe:
• De allerkleinste zaden (koolsoorten, tomaten) kweek ik gewoon in een grote kweekbak;
• De iets grotere zaden (biet, komkommer) kweek ik per stuk in kleinere bakjes;
• De grootste zaden (bonen, pompoen) gaan direct in nog grotere bakjes.

 

Soorten klei en wat je er mee kunt doen – Dag 234

Wij wonen op de klei vandaar de titel van deze blog “Uit de Klei getrokken”. Mijn blogje op Dag 2 was een “Ode aan de klei” die ik soms vervloek voor zijn weerbarstigheid en soms zeer waardeer voor zijn vruchtbaarheid. Kleigrond is zwaar en onverzettelijk dus het werken ermee moet met beleid gebeuren, zo niet dan volgt onherroepelijk de tegenreactie van het lichaam, zoals ik ondervond bij het uitgraven van een boom die naar een andere plek toe moest, zoals beschreven op Dag 9.

PottenbakkenVandaag kwam mijn zoon uit school met een opdracht voor handenarbeid. “Mam, dat weet jij vast wel, hoeveel soorten klei zijn er?” vroeg hij. Tja veel verder dan zware, lichte en rivierklei kwam ik niet. Hij had er inmiddels al wat meer gevonden: zeeklei, beekklei en potklei. Ik wist niet eens dat er zoveel soorten klei bestonden. Geïntrigeerd door zijn vraag ging ik zelf op zoek.

Wat bleek in de provincie Groningen in de gemeente De Marne ligt het gehucht De Klei. Nooit geweten. Daarnaast kwam ik nog tegen de term “kleiboer”, iemand die op de kleigrond woont en werkt. Daar kan ik dus eigenlijk mijzelf ook onder scharen, hoewel daar natuurlijk een agrariër mee bedoeld wordt en dat ben ik dan weer niet.

Het lijkt mij een uitdaging om nog eens op een andere manier met klei aan de slag te gaan bijvoorbeeld door te gaan pottenbakken. Onlangs stuitte ik op een 7 minuten durende film waarin het meest fascinerende keramiek wordt gemaakt. Maar of ik ooit tot zulke mooie werken kan komen…. vast niet.

 

 

Niet ploegen hoe doen anderen dat – Dag 100

Sinds ik aan dit project begonnen ben is de grote vraag die mij bezig houdt hoe de bodem gezond en vruchtbaar te krijgen. Moeten we nu wel of niet ploegen? De bodem is behoorlijk verdicht onder andere doordat er al jaren paarden op lopen en om daar zo maar wat op te gaan verbouwen is lastig. De echte permacultuur kenners zeggen “Niet ploegen, want daarmee verstoor je het bodemleven met zijn schimmels en zijn insecten”. Maar op een betonvloer is het ook lastig zaaien, dus daar ben ik beslist nog niet uit. Dat betekent een gedegen voorbereiding.

ploegenVorige week was ik voor een politiek debat in Wageningen en had ik een aantal interessante ontmoetingen. Uiteraard kijk in niet alleen met een politiek oog maar hou ik ook mijn oren en ogen open als het gaat om het agrarische vak. Naast het gebruik van pesticiden en de landbouwsubsidies waren er ook geluiden over biologische landbouw en veeteelt. En dat verheugende mij zeer.

Wat ik ervaar is dat de agrarische sector flink aan het veranderen is. Ik zie drie groepen ontstaan: een groep die radicaal het roer omgooit en bewust biologisch aan de slag gaat, een groep die noodgedwongen een nieuwe richting moeten inslaan en de groep die er totaal niets van wil weten. De laatste categorie hebben op school geleerd: “Een goede oogst begint bij goed ploegwerk” en blijven doen wat ze altijd gedaan hebben.

De grondsoort bepaalt ook voor een groot deel hoe de grond behandeld moet worden. Maar er is nog een factor die mede bepalend is of er geploegd moet worden. Namelijk het gewas dat er voorheen op heeft gestaan. Er zijn namelijk door de jaren heen gewassen ontwikkeld die resistent zijn voor ziekten en bepaalde insecten of zo gemanipuleerd zijn dat ze pesticiden overleven. Die gewassen verteren niet zo makkelijk. Niet ploegen betekent de organismen in de grond hun werk laten doen, maar die kunnen vaak niet op tegen gemanipuleerde gewassen, die dus langer dan gewenst in de grond blijven zitten. Overschakelen is dus niet eenvoudig.

Ik kreeg van een aantal mensen nog wat artikelen toegestuurd. Een van een Zeeuws-Vlaamse boer die noodgedwongen gestopt was met ploegen. Maar die na een aantal jaren van noeste arbeid zag dat de verandering zijn vruchten begon af te werpen en nu inziet dat er duidelijk verschil is in zijn grond met die van de buren. Je hoeft dus geen alternatieveling te zijn om een nieuwe weg in te slaan. Dat geeft mij wat meer vertrouwen in ons project, want soms denk ik wel eens “Waar beginnen wij aan?” Hoewel wij slechts 4 hectare hebben en niet van plan zijn massaproductie te gaan leveren. Mijn conclusie is daarom dat het van groot belang is om kennis en ervaringen uit te wisselen want dan zijn mensen bereid te vernieuwen.

Wortelen en klei gaan niet samen – Dag 74

Vandaag heb ik de laatste wortelen die nog in de grond zaten geoogst. Niet zo zeer om ze te eten als wel om plaats te maken voor nieuwe oogst, want de zaailingen in de kas groeien door en de bedden moeten gereed zijn zodra het weer het toelaat. Vannacht is nog vorst aan de grond verwacht, maar ik hoop dat toch vrij snel daarna een en ander de volle grond in kan. Wat nog achterblijft in de moestuin is een spruitplant en een rode biet die allebei al bloemen bevatten. Daar kan ik dan mooi zaad van oogsten.

Net als de pastinaak kennen de wortel en de klei geen goed huwelijk. Stuk voor stuk kunstwerkjes waarin je met een beetje fantasie mensen en dieren kunt herkennen. Leuk om te zien maar niet leuk om ze te bereiden. Van een rechte peen geen spoor. En als er al sprake is van een pen, dan draait deze zich veelal terug omhoog omdat de klei te ondoordringbaar is.

Ieder jaar neem ik een of twee nieuwe groenten op in mijn moestuinassortiment, het afgelopen jaar was dat de winterwortel. Over het algemeen kost het schoonmaken van wortelen altijd wat tijd waar je bij het bereiden rekening mee moet houden, maar om deze gedrochten eetbaar te krijgen is haast monnikenwerk. Daarom blijft de kweek van winterwortel bij deze ene keer, in mijn moestuin komt hij er niet meer in. Waarvan acte.

Als iemand nog een goede tip heeft dan wil ik het wellicht overwegen, maar voorlopig ben ik weer even genezen.

 

Natuurlijke vegetatie Rivierenland – Dag 33

Hoe klein Nederland ook is ons land kent veel verschillende grondsoorten. Ik heb er de Bosatlas even op nageslagen en zie dat het Rivierenlandgebied lichte en zware rivierklei bevat. Ik woon vlak bij de Lek dus woon op de lichte rivierklei die voorkomt op de meeste stroomruggen. In de verderop gelegen kommen ligt de zware rivierklei. Een licht troost dat er gebieden zijn die nog zwaardere grond bevatten. Maar of het hier nu licht of zwaar is de klei blijft onverzettelijk. Heel anders dan de grond waar ik geboren ben in de buurt van Amsterdam, daar is het veengrond.

Een paar jaar geleden op een van onze bezoeken aan het Nationaal Park de Hoge Veluwe, waar je zo heerlijk met de witte fietsen een tochtje kunt maken, hebben wij met onze kinderen een wandeling gemaakt met een boswachter door de speciaal aangelegde landschappen. Een keur aan verschillende landschappen zijn daar te zien evenals de manier waarop de bevolking daar vroeger leefde. Erg indrukwekkend dat mij erg is bijgebleven en waar ik in mijn huidige zoektocht naar een zelfvoorzienend leven regelmatig aan terug moet denken.

RivierenlandDe natuurlijke vegetatie van het Rivierenlandgebied hebben wij een aantal jaar geleden uitgezocht toen wij al plannen hadden om iets met onze grond te doen, maar het kwam er toen niet van. De Stichting Landschapsbeheer Gelderland werkt aan het herstel van de natuurlijke vegetatie en heeft toen een onderzoekje gedaan bij ons. Daar kwam uit dat in onze omgeving naast de bekende (hoogstam)boomgaarden ook heggen, houtsingels, knotbomen en poeltjes tot de natuurlijke vegetatie behoren. Daar gaan we dus mee aan de slag.

Een van mijn grote wensen is een poeltje dat tevens als zwemvijver kan dienen. Mijn kinderen zien dat ook wel zitten, maar mijn man trekt iedere keer zijn wenkbrauwen op als ik dat zeg. Maar deze week kwam het weer voorbij toen wij met iemand om de tafel zaten om een plannetje te maken voor ons project. “Die man moeten wij hebben” dacht ik gelijk bij mijzelf, terwijl mijn man zijn wenkbrauwen weer optrok.

Voor alle zekerheid heb ik toch even met de gemeente gebeld of de bestemmingsplannen nog ongewijzigd zijn en dat wij aan de slag kunnen met de aanleg van ons project. In principe wel, maar om zeker te zijn moet er een plannetje worden ingediend bij de gemeente. Dat gaan we dus maar even doen. Er zijn ook nog subsidiemogelijkheden, maar daar voel ik niets voor. Wij gaan het gewoon in eigen beheer doen en willen daarover geen verantwoording af hoeven leggen of geconfronteerd worden met een hoop papieren rompslomp. Ook willen we het op ons eigen tempo aanpakken, al duurt het een paar jaar. De eerst volgende stap is nu het maken van een plan.

Wil je een keer iets leuks ondernemen met je kinderen dan kan ik je van harte de wandeling door het landschap van het Nationaal Park de Hoge Veluwe aanbevelen. Maar informeer bij het bezoekerscentrum over de beschikbaarheid van een boswachter want dat voegt echt iets toe. Leerzaam en leuk.

Waar is de mol – Dag 29

Ik verbaas mij iedere keer weer dat een mol met zijn fijne pootjes en kleine postuur door de weerbarstige klei kan graven. Hele bergen verzetten ze. Ook nu weer heeft er een huisgehouden in ons gazon. Enorme hopen zijn er gegraven alsof er een reuze mol actief is. Niet fijn want het laat kale plekken na. Onze grasmat lijkt wel een gatenkaas. En met goed fatsoen is er door onze tuin haast niet te lopen, je struikelt van het ene gat naar het andere. Je moet goed uitkijken want voor je het weet verzwik je een enkel. Dus hebben wij liever geen mollen in de tuin.

Ik heb mijn handschoenen tegen de molshoop aangezet.

Ik heb mijn handschoenen tegen de molshoop aangezet.

Natuurlijk is een mol in je tuin gunstig want dat geeft lucht aan de grond, zeker aan de kleigrond dus is de mol een goed ‘hulpmiddel’. Maar ik heb ze toch liever niet in het grasveld. Ook het  terras rond het huis blijft niet gespaard voor de graaflustigheid van de mol. Op de randen hebben we uiteindelijk wat beton laten storten omdat we ieder jaar de boel moesten herstellen. Dus helaas dat ik het zeggen moet, we zetten wel eens een klem in het gazon als het te gortig wordt.

Maar met de komst van de jonge katten bleken wij ware mollenvangers in huis gehaald te hebben. De eerste die Lous gevangen had bracht ze netjes bij ons. De mol leefde nog. Nooit eerder hadden wij een levende mol gezien en schreeuwen dat hij deed. Lous liet hem los en voordat hij er vandoor ging wisten wij hem te vangen. We hebben de mol bij de moestuin weer losgelaten, want daar willen we ze graag hebben. Binnen no time zat hij weer onder de grond. Dat was mooi om te zien.

De meeste mollen overleven de vangst niet. De katten eten ze niet op, maar leggen ze netjes voor de deur op de mat als trofee om ons te laten zien wat ze gevangen hebben. Dat doen ze met alle gevangen dieren, waarvan ze de meeste vervolgens oppeuzelen. Naast de mol eten ze ook geen spitsmuizen, de rest gaat schoon op met huid en haar. Tja leuk of niet het is de natuur.

Waar mollen zijn is de grond vruchtbaar dus mogen we blij zijn dat ze er zijn. De door de mol naar boven gewerkte grond gebruik ik vaak weer voor het vullen van potten op het terras, omdat het hele zuivere grond is. Dus wat dat betreft zien we ze graag komen vooral ook omdat ze de grond luchtig houden.

Maar lieve mollen blijf alsjeblieft uit mijn gazonnetje en ga lekker graven in de moestuin!

Wel of niet ploegen – Dag 25

Wij willen dit jaar onze moestuin uitbreiden dus voegen wij een extra stuk grond bij de moestuin. Daarvoor zijn we dit weekend bezig geweest om wat struiken te verplaatsen. Dat blijft een lastige klus op de klei. Alle planten en struiken zijn vaak stevig in de klei verankerd en het kost veel tijd en hard werk om ze uit te spaden. Nu staan we voor de volgende uitdaging. Gaan we het grasveldje spaden, ploegen, frezen of doen we juist helemaal niets?

Tot nu toe hebben wij ieder jaar de moestuin omgefreesd. Lekker makkelijk met de frees achter de trekker door de tuin, zo gebeurd. Maar we willen het anders doen. We willen de grond volgens de permacultuur gaan bewerken. En ik kan je zeggen dat ik lichtelijk zenuwachtig ben omdat ik niet goed weet hoe dat werkt en de tijd begint aardig te dringen want de grond moet gereed gemaakt worden om straks te kunnen zaaien en planten.

ploegen_met_paardenIn de permacultuur is het ‘verboden’ om te ploegen en te frezen, want daarmee verstoor je het bodemleven dat juist zo cruciaal is voor gezonde grond en dus een vruchtbare oogst. Juist dat is het geheim van permacultuur daar ben ik inmiddels wel van overtuigd. In theorie althans. Maar dan? Hoe krijg ik ooit de grond zacht genoeg om er iets in te planten. Klei is haast beton, dat merken we iedere keer weer als we er iets uit proberen te halen. En om er een halve meter grond met compost bovenop te gooien om de grond bewerkbaar te krijgen dat wordt wel erg veel, zoveel hebben we niet op voorraad.

Ik heb de laatste weken veel gelezen over permacultuur. Ook op internet is veel te vinden. Steeds meer mensen plaatsen filmpjes op internet over wat het inhoudt en hoe ze er zelf mee zijn omgesprongen. Dat heeft mijn twijfel niet doen afnemen, eerder doen toenemen. Hoe meer ik lees en zie hoe meer ik overtuigd ben dat er niet geploegd mag worden. Grond wordt op een natuurlijke manier gereed gemaakt door groenbemesters, het planten van bomen en struiken en het scharrelen en wroeten van dieren als kippen en varkens. Maar dat kost tijd.

Wat ik alleen nergens ben tegengekomen is het bewerken van kleigrond. Dat vraagt nog meer aandacht en zorg dan lichtere grondsoorten. Dit betekent dus nog meer vooruit plannen, wellicht jaren vooruit om de grond geschikt te krijgen.

Op mijn zoektocht kwam ik toch nog een stukje tegen over ploegen en permacultuur (zie plaatje), maar nu niet door middel van fossiele brandstof aangedreven materialen, maar simpelweg met een ploeg achter twee paarden. Dat geeft mij een beetje bevestiging dat ik best op een gecontroleerde wijze, niet te intensief,  kan ploegen en frezen. En als ik de permacultuur landschapsontwerpen zie dan wordt er flink grond verzet en daar is het gebruik van fossiel aangedreven machines niet te vermijden.

Na lang wikken en wegen heb ik nu het besluit genomen om de uitbreiding van mijn stukje moestuin vanwege gebrek aan voorbereidingstijd voorlopig nog gewoon op de oude manier aanpakken: met de frees. Iedere grond heeft zijn eigen speciale behandeling nodig, het gaat tenslotte om het resultaat en niet om op een rigide manier een methode toe te passen.

Voor de rest van de bedden gaan we op de permacultuur aan de slag dus laten we zoveel mogelijk ongemoeid. Voor één bed is dat geen enkel probleem, de snijbiet is door de extreem zachte winter nog steeds in goede conditie en we eten er nog regelmatig van. De nieuwe jonge blaadjes zijn al te zien dus die laten we lekker zo staan. Daar omheen ben ik nu paadjes aan het maken, dat is al een goed begin van een permacultuur moestuin.

De grillen van de pastinaak – Dag 17

Ik ben jaloers!

Voor het tweede jaar op rij kweek ik mijn eigen pastinaak. Maar zo mooi als ik ze in de winkel zie krijg ik ze niet de grond uit. Bij mij zijn de wortels vervormd tot knollen met uitlopers die soms als draden om de knol gewikkeld zijn. Apart om te zien, nog altijd lekker om te eten, maar een drama om ze schoon te maken.

WP_000559Vorig jaar dachten we dat het aan de grond lag, dat die te ondoordringbaar was voor de pastinaak. Dus hebben wij de tweede keer de grond vooraf nog beter bewerkt en extra los gemaakt. Maar ook dit jaar zijn het gedrochten. Bij wat naspeuren op internet blijkt inderdaad dat pastinaak niet geschikt is om te kweken op de klei. Heel jammer want ze zijn de hele winter te eten en kunnen rustig in de grond blijven zitten. Dus was dit het laatste jaar van onze pastinaak, helaas.

Zo ben ik verknocht aan rododendrons. De wel twee meter hoge gekleurde hagen zijn een genot voor het oog. Toen ik hier op de rivierklei kwam wonen en mijn tuin ging aanleggen wilde ik net zo’n haag rododendrons als waar ik voorheen woonde. Dus toog ik naar het dichtstbijzijnde tuincentrum. “Waar woont u?” vroeg de man van het tuincentrum. “Een eindje verderop” zei ik. “Nou mevrouw dan wordt het tijd om te verhuizen”, zei hij even zo vrolijk. “Rododendrons groeien alleen op veengrond.” Tja dom natuurlijk, dat krijg je ervan als je als hobbytuinier naar een andere grondsoort verhuist. Voor de rododendron moet ik het nu hebben van mijn bezoekjes aan mijn familie, die nog steeds op de veengrond woont.

Toch baal ik van mijn pastinaken, op het zakje zaad staat helemaal niets over dat ze ongeschikt zijn om op de kleigrond te kweken, zoals bijvoorbeeld bij veel wortelsoorten waar op het zakje staat dat ze een humusrijke grond nodig hebben, dan had ik onraad geroken. Had ik dat geweten dan had ik mij de moeite bespaard om het nog een jaar te proberen. En ik heb nota bene het zaad gekocht bij het plaatselijke tuincentrum, dan verwacht je toch dat het goed zit. Of niet soms?

Klei, spade en rugpijn – Dag 9

Al weken lang moesten wij een aantal bomen in de tuin verplaatsen, maar het kwam er maar niet van. Dit weekend konden we het echt niet langer uitstellen. Bomen verplanten is zwaar werk, mannenwerk. Dus mijn man ging aan de slag. Na een paar uurtjes scheppen in de zware klei was het tijd om met een van de zonen naar het voetballen te gaan. Dus dacht ik kom, ik ga nog even door. Nou dat heb ik geweten.

Het duurt soms best wel een tijdje voor boompjes goed aanslaan op de klei, maar als ze eenmaal aanslaan dan gaan ze ook hard. Daarom werd het hoog tijd de rij ooit aangeplante essen, die we van iemand kregen, hun definitieve plek te geven. Hoewel we best een ruime tuin hebben is het toch  vaak zoeken waar iets moet komen. Essen kunnen vrij hoog worden dus zullen op termijn een hoop schaduw opwerpen.

Boom plantenDe afgelopen weken hebben we de juiste plek opgezocht en gevonden. Het liefst komen ze ergens aan de noordzijde zodat ze de lagere gewassen niet in de weg staan en zeker de moestuin niet. Dat was nog knap lastig want de noordzijde van ons perceel staat inmiddels vol met fruitbomen, zowel gewone als hoogstambomen. Maar we vonden nog een plekje aan de rand van ons gazon naast de heg. De grootste en mooiste van het stel hebben we daar neergezet en de rest zetten we als knotbomen langs de sloot zodat we daar snoeihout van kunnen maken voor de houtkachel.

Inmiddels ben ik bekend met de onverzettelijkheid van de klei, daar hebben we ook het juiste gereedschap voor. Onmisbaar op de klei is een smalle spade. Die zijn scherp en daarmee is de klei redelijk te bewerken. Vooral handig voor het uitspitten van een paar bomen. Maar het ging mij niet snel genoeg, dus haalde ik de iets bredere spade uit de schuur. Grote halen, gauw klaar. Na een kwartiertje voelde ik mijn rug toch wel een beetje. Maar ik wilde mij niet laten kennen dus ging ik nog even door met spitten. Dat had ik beter niet kunnen doen. Mannenwerk is tenslotte mannenwerk.

Aan het eind van de middag kon ik al niet meer bukken en vannacht in bed werd het er ook niet beter op, bij iedere draai ben ik wakker geworden. Met opstaan kon ik mijn sokken niet eens aandoen. Bij het aanplanten van de es op zijn nieuwe plek kon ik de boom alleen maar licht vasthouden. Op de foto sta ik stoer naast de boom, maar dat is alleen voor de show. Ik denk altijd dat ik alles kan, maar dat heeft zijn grenzen, fysiek dan. Ik heb mijn eigenwijsheid moeten bekopen en mijn lesje weer geleerd. De volgende keer zal ik mijn ongeduld beteugelen en mannen het zware werk laten doen.

Ode aan de klei – Dag 2

Komende van veengrond heb ik een haat – liefde verhouding met de klei.
Klei is heel vruchtbare grond, maar ook heel onverzettelijk. Klei is hard werken.
Hoe dikwijls heb ik de klei niet vervloekt, maar als er dan eenmaal voedsel opkomt uit de grijze massa kan ik er enorm van genieten.

Mijn eerste schreden op de rivierklei van het noestige platteland waar ik was neergestreken deden mij vaak verzuchten “waar ben ik aan begonnen?”. En op natte dagen door het land ploeteren maakte het er niet beter op, klei is zwaar, klei plakt aan je laars of aan je klomp, klei zuigt vast en als je niet oppast verzwelgt hij en ben je ineens een klomp of een laars kwijt en sta je met je sokken in de …… klei.

KleiKlei is grijs, grauw, koud en stug. Maar als klei voldoende vocht bevat is het kneedbaar en boetseerbaar en biedt het een massa aan mogelijkheden, van kruik om water te dragen tot steen om een huis mee te bouwen, ontstaan na het bakken op hoge temperatuur. Klei is dus veelzijdiger dan het aanvankelijk doet vermoeden.

Klei heeft aandacht nodig. Het is zaak er lucht in te brengen, niet zodat het zweverig wordt, maar net genoeg om het luchtig te maken. Lucht ontstaat door dieren als de mol, organisch afval of mest uit de stal. De klei doet dan de rest. Klei doet schoonheid en luxe op de achtergrond verdwijnen. Het gaat onder je nagels zitten en in de poriën van je huid. De huid boenen tot hij rood ziet is soms niet afdoende. Klei maakt boers of boertig wat fijn en delicaat was.

De wortels van bomen en gewassen moeten hard werken, maar als ze eenmaal geworteld zijn staan ze stevig in de klei. Met de voeten in de klei staan zorgt voor een stevige basis. Al is het contact met de klei niet altijd een feest toch geeft het contact met de vruchtbare bodem van ons bestaan het besef dat we niet zonder kunnen. De klei geeft mij voldoening vooral na een dag hard werken. In deze rivierklei ben ik geworteld, ik moet het er mee doen, ik kan niet anders meer.
In welke klei ben jij geworteld?

Achtergrondinformatie
Uit de klei getrokken: een spreekwoord: boers; van het platteland afkomstig; zonder nette manieren; zonder uiterlijke beschaving.
Klei: kneedbare grondsoort met een fijne korrel, minerale bodem met korrelgrootte kleiner dan 0,002 mm, basisch.