Het verdienmodel van permacultuur

Ons permacultuurlandschap begint eindelijk vorm te krijgen. Twee jaar nadat het ontwerp voor ons is gemaakt begint het daadwerkelijk zichtbaar te worden in het landschap. Er is een flinke investering mee gemoeid waar we toch even grondig over na moesten denken voordat we ermee aan de slag zijn gegaan. Niet alleen het maken van het ontwerp, maar vooral de aanleg en de inrichting van het landschap kost een hoop geld. En dan begint het pas want ondanks dat het onze eigen grond is zijn er genoeg beperkingen waarvoor vergunningen moeten worden aangevraagd.

De vijver

De vijver

Dat de wet- en regelgeving niet vanzelf gaat hebben we ervaren. Wat je allemaal niet mag in het buitengebied had ik nooit voor mogelijk gehouden. Zo mag er niet dieper gegraven worden dan 30 cm, want er kunnen wel eens Romeinse opgravingen in de bodem zitten. Daarom moest er een archeologisch onderzoek plaatsvinden om de vijver te kunnen graven. En dat terwijl voor het aanplanten van een hoogstamboom al een gat gegraven moet worden van 70 cm en dat mag gewoon zonder vergunning (?). Maar ook onze buren zagen ineens allerlei beren en leeuwen op de weg en gingen dwars voor de vergunning van de vijver liggen. Ik geloof dat ze denken dat wij een pretpark gaan opzetten of zo? Terwijl wij slechts de natuur de ruimte willen geven. Maar dat wordt niet door iedereen geapprecieerd, vooral diegenen die aan monocultuur vasthouden.

De lokale overheid is bij tijd en wijle niet alleen onduidelijk over wat wel en niet mag, maar ook tegenstrijdig. Waar de ene afdeling barricades opwerpt, ziet de andere afdeling een kans voor herstel van het cultureel erfgoed. Gelukkig zit er ook wel eens mee en hebben we voor een deel van de groenvoorziening subsidie gekregen van de provincie Gelderland en de gemeente Buren.

De Stichting Landschapsbeheer Gelderland heeft een subsidievoorstel uitgewerkt, passend in ons plan, met ruim 2000 bomen en struiken die van oorsprong in het rivierenlandschap thuishoren. De groenvoorziening wordt een mix van hoogstamfruit als appel, peer, kers, pruim en walnoot met vooral veel oude rassen. En daarnaast bomen en struiken als meidoorn, sleedoorn, de Gelderse roos, wilg, es, els, vlier en hazelaar.

Op 3 maart 2016 is uiteindelijk gestart met de aanleg van de paddenpoel met beschuttingswal, het graven van de vijver met een dierenverblijfplaats en de aanleg van een wal om de westenwind te dempen. Op 23 maart is het grondwerk voltooid. Ondertussen werden op 12 maart 2016 de bomen en struiken geleverd, waar we als een haas mee aan de slag zijn gegaan om alles op tijd de grond in te krijgen voordat het voorjaar losbarst.

Jolanda en Matthijs planten de eerste boom

Jolanda en Matthijs planten de eerste boom

Wereldwijd zijn of worden diverse permacultuurprojecten aangelegd, dat is niet nieuw meer. Wat ons project bijzonder maakt is dat we het uitvoeren met de vegetatie die van nature in het rivierenlandschap aanwezig is. Maar echt opmerkelijk is de filosofie van permacultuur en met name het economisch aspect ervan dat totaal anders is dan we gewend zijn, vooral in het huidige tijdsgewricht waarbij het economisch rendement leidend is.

De laatste maanden is ons regelmatig gevraagd wat ons ‘verdienmodel’ is. Als bedrijfskundige zou ik daar een klip en klaar antwoord op moeten kunnen geven. Maar dat is er niet! Voorlopig is de investering die wij doen hoog en of we die ooit terugverdienen is nog maar de vraag. Ons doel, leg ik dan uit, ligt op een veel hoger plan en valt buiten ieder denkbaar economisch model, wat vooral veel fronsende wenkbrauwen oplevert. Met het permacultuurproject voegen wij waarde toe waarvan wij op dit moment nog niet goed kunnen vaststellen hoe hoog die is. Vergelijk het met een kunstenaar die vooraf ook niet weet wat zijn werk waard is, net zo lastig is vast te stellen wat natuur waard is.

Wij kunnen ons vinden in de filosofie en de doelstelling van een permacultuurlandschap en zijn overtuigd dat er een tegenbeweging moet komen tegen de monocultuur in de landbouwsector. Op deze manier doorgaan put niet alleen de grond uit maar levert ook problemen op ten aanzien van het gebruik van fossiele brandstof en het overschot aan afval en meststoffen. Verdergaande schaalvergroting en de natuur als onuitputtelijke bron van economisch gewin beschouwen, maakt op den duur onze planeet onleefbaar.

Willen we ons in de toekomst verzekeren van een gezond milieu, een vruchtbare aarde en de zekerheid dat het klimaat niet verslechtert dan zullen we actie moeten ondernemen. Via de politiek heb ik zaken proberen te veranderen, maar dat heeft nog een lange weg te gaan en daar wil ik niet op wachten, dus rest mij maar een oplossing: Ik verander de wereld door bij mijzelf te beginnen. Doe je mee?

 

Biologisch-dynamisch boeren gaat niet vanzelf

Onlangs liet de Boeddhistische Omroep (BOS) de documentaire “Good things await” zien van de Deense Phie Ambo. Nu kijk ik niet zo vaak televisie en zeker niet overdag dus heb ik hem gemist. Vandaag bekeek ik de documentaire alsnog via Uitzending Gemist. De Deense boer Niels Stokholm boert sinds 1975 op zijn boerderij Thorshøjgaard volgens de methode van de biologisch-dynamische landbouw, naar de filosofie van Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie. Het voedsel dat hij produceert is van zeer goede kwaliteit waardoor de beste restaurants ter wereld zijn producten afnemen.

Foto: Phie Ambo

Foto: Phie Ambo

Stokholm en zijn vrouw boeren volgens de wetten van de natuur, ze voelen zich één met de natuur en één met het universum. “Wij hebben geen mineralen en kunstmest nodig om voldoende voedsel te produceren, als we de natuurwetten en de organische kringloop respecteren dan levert de natuur voldoende organisch materiaal. De deskundigen die zeggen dat we kunstmest nodig hebben om de productie op peil te kunnen houden zeggen dat alleen maar om meer te kunnen verkopen. Allemaal kapitalistische propaganda”, vindt Stokholm.

Maar het biologisch-dynamisch boeren gaat allemaal niet vanzelf. De huidige wet- en regelgeving is volledig gebaseerd op de landbouw die ontstaan is in het industriële tijdperk waarbij monoculturen centraal staan. Dierenwelzijn wordt hierin geheel anders benaderd dan de dieren die in hun natuurlijke habitat onder andere omstandigheden leven. Zo is volgens de wetgeving de hoeveelheid hooi en water voor de dieren gebonden aan een vaste hoeveelheid. Maar hoe regelt de natuur dat eigenlijk?

Niels Stokholm (foto: Phie Ambo)

Niels Stokholm (foto: Phie Ambo)

De koeien van Stokholm krijgen maar een enkele keer per dag de mogelijkheid om te drinken. “Continue drinken is niet goed voor de spijsvertering”, legt Stokholm uit. Omdat de koeien volgens de wettelijke regeling altijd de mogelijkheid moeten hebben om te drinken krijgt hij door de inspectie een boete opgelegd voor het overtreden van de dierenwelzijnswet. Hetzelfde geldt voor het niet onthoornen van de koeien. “De hoorns hebben eveneens een functie in de spijsvertering, daarom haal ik ze er niet af” zegt Stokholm. Het verschil van inzicht kost hem bij iedere inspectie dezelfde boete en leidt uiteindelijk tot een dagvaarding.

De titel geeft aan dat er iets moois in het verschiet ligt. Anders dan de gevestigde orde zien jonge ondernemers de waarde in van de holistische manier van boeren van Stokholm en zijn vrouw en richten een Stichting op om hen te helpen. Met de oprichting van de Copenhagen Street Food Stichting brengen ze met succes de gezonde biologische voeding op een nieuwe manier beschikbaar voor een groter publiek.

Bekijk hier de trailer:

 

 

De volledige film vindt je hier

 

2015 het jaar van de bodem – Dag 356

Alles begint bij de bodem. Als je dat een beetje op z’n Italiaans uitspreekt moet ik altijd denken aan de pizzabakker die in een reclamespotje zijn heerlijk krokante pizzabodems aanprijst. Vooral de toevoeging dat alle andere pizza’s altijd naar karton smaken was voor mij genoeg om de kant-en-klaar-pizza’s te vermijden. Zoals ik zoveel mogelijk bewerkte voeding probeer te vermijden. Over een ding ben ik het eens met de Italiaanse pizzabakker: het begint bij een goede bodem.

Jaar-van-de-Bodem2015 is door de FAO van de Verenigde Naties uitgeroepen tot internationaal jaar van de bodem. Door de groei van de wereldbevolking, de toenemende bedrijvigheid en de klimaatverandering komt de beschikbaarheid van vruchtbare grond steeds meer onder druk te staan. De industriële landbouw met zijn grootschalige monocultuur en zware landbouwwerktuigen hebben negatieve impact op de bodemvruchtbaarheid. Veel van de vruchtbare toplaag gaat per jaar verloren. Als we zo doorgaan is over 60 jaar alle vruchtbare grond verdwenen en kunnen we geen voedsel meer verbouwen.

Omdat wij met ons voedsel volledig afhankelijk zijn van beschikbare vruchtbare grond wordt het hoog tijd dat er aandacht gegeven wordt aan het belang van een goede bodem. In Nederland is een speciale website in het leven geroepen om ruchtbaarheid te geven aan het initiatief. Maar eigenlijk vind ik de inhoud nog wat mager. Ik hoop dat er nog een aantal interessante acties volgend dit jaar, dan ben ik graag bereid daar aandacht aan te besteden.

HumusLeuk is de aparte facebookpagina waar humus aandacht vraagt voor de grond en waar je een petitie kunt tekenen. Doe net als ik en teken mee! In België pakken ze het al wat serieuzer aan. De website houdt ook nog niet over maar daar is de centrale overheid de initiatiefnemer met een aftrap door de Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw. Op de Engelse site vond ik een uiterste informatief en aansprekend filmpje (zie onderaan).

Afijn het hele jaar door zal aandacht besteed worden aan de bodem met als doel het belang van een gezonde bodem te onderstrepen. Willen we met z’n allen overleven dan zullen we stil moeten staan bij de gevolgen van de destructie die nu gaande is en de mogelijkheden die er zijn om over te stappen op duurzame landbouw. Pas als we het belang inzien zijn we bereid om iets meer te betalen voor eerlijke, gezonde en duurzame voeding. Wij hebben het zelf in de hand.

 

 

Terug naar het gemengd bedrijf – Dag 352

In het boerenbedrijf is biodiversiteit altijd de norm geweest. Het werden ook niet voor niets gemengde bedrijven genoemd met zowel landbouwproducten als dieren. Maar sinds de ontdekking van olie en de mechanisatie is het efficiënter geworden om met grote landbouwmachines grote hoeveelheden land ineens te bewerken. Hierdoor ontstonden grote gespecialiseerde bedrijven met of alleen landbouw, of alleen veeteelt. En dan vaak ook nog een soort gewas en een soort vee.

De monocultuur is de norm van vandaag geworden. We zien bijna geen dieren meer buiten, die zitten opgesloten in grote stallen. Toch blijkt de industrialisatie zijn keerzijde te hebben. Als dieren ziek worden heeft dat grote gevolgen voor de volksgezondheid, denk aan de gekke koeienziekten, mond-en-klauwzeer, vogelgriep en Q-koorts, en moeten vaak drastische maatregelen genomen worden waarbij meestal de volledige veestapel geruimd moet worden. Maar ook heeft de monocultuur gevolgen voor het milieu, de uitputting van de aarde, de CO2 uitstoot, de vervuiling van het grondwater en zitten we met een overschot aan afvalstoffen.

Toch horen we steeds meer andere geluiden. Er zijn boeren die inzien dat het zo niet langer kan en die terugkeren naar gemengde bedrijven waar de dieren gewoon weer buiten lopen. Wat is er nu mooier dan koeien in de wei, kippen die lekker scharrelen en varkens die in de modder liggen te rollen? Aan die vernieuwing, of kunnen wij beter zeggen terugkeer naar de oude norm, willen wij ook meedoen.

Ik vond een mooi filmpje over een varkenshouderij nieuwe stijl, waar de varkens met de biggen gewoon lekker buiten lopen. Ze worden op de boerderij geboren, hebben een mooi leven en eindigen hun leven ter plaatse. Dat heeft als bijkomend voordeel dat ze niet blootgesteld worden aan de stress van het vervoer naar een slachthuis. En weet je wat het mooiste is aan deze vorm van veeteelt: het stinkt niet.

 

 

Biologisch is geen voorwaarde voor de biodiversiteit – Dag 348

Biologische landbouw kent nogal wat verschillende methoden die niet zo makkelijk onder een noemer te brengen zijn. Ik vind het zo op het eerste gezicht ook lastig te onderscheiden van niet-biologische teelt. Er mag dan op een milieuvriendelijke manier geteeld worden met oog voor de natuur en het welzijn van mens en dier, toch is er vooral sprake van eenzijdige teelt. Ook biologische teelt vormt een monocultuur waarmee de biodiversiteit niet geholpen is.

Permacultuur - monocultuurHoe anders is dat bij de permacultuur waarbij juist de biodiversiteit voorop staat en de massale opbrengst van bepaalde gewassen van ondergeschikt belang is. In de permacultuur heeft de natuur de vrije loop en brengt op een natuurlijke manier voedsel voort. Het is vooral ook de combinatie van gewassen die het geheel vruchtbaarheid geven en een natuurlijke kringloop vormen.

Voor mij is dit ook nog een hele zoektocht, want tot nu toe ben ook ik gewend om per bed één soort groente te kweken. Ik vraag mij wel eens af of ik al die gewassen wel ga herkennen als ze zo in de vrije natuur beschikbaar zijn. Dat is natuurlijk ook een proces waar ik in moet groeien en dat niet van het ene op het andere moment aan komt waaien.

Op mijn zoektocht naar de activiteiten van Sicco Mansholt zoals in mijn blogje van twee dagen geleden en vooral over de ruilverkaveling en de rol van de boeren in het huidige landbouwbeleid kwam ik een filmpje tegen van milieuactivist Jaap Dirkmaat, die zich al jaren inzet voor de biodiversiteit en het behoud van de das en de korenwolf in het bijzonder. Hij is er heel duidelijk over de biologische landbouw is nog lang niet waar het wezen moet. Vooral door de ruilverkaveling en de door de subsidiering ontstane monocultuur zijn de boeren en de natuurbeschermers van elkaar vervreemd geraakt.

Mijn grootste wens is om met mijn permacultuurproject zodanig tot samenwerking te komen met mijn omgeving dat er een win-win situatie gaat ontstaan voor iedereen. Nu nog mogen agrarische ondernemers de natuur vervuilen als dat nodig is voor hun bedrijfsvoering. Ze mogen met niet wenselijke pesticiden werken, kunstmest gebruiken, hout verbranden in de open lucht, de natuur veranderen als dat beter uitkomt en bomen kappen. In mijn eigen gemeente, van oudsher agrarisch, heb ik het gevoel als eenling een roepende in de woestijn te zijn. Maar toch laat ik mij niet uit het veld slaan en blijf ik mij er voor inzetten. Ik ben ervan overtuigd dat als ons eetbare landschap zichtbaar wordt het navolging gaat krijgen.

Zie hier de no nonsens boodschap van Jaap Dirkmaat. Ook leuk om te vermelden is dat hij nog lijsttrekker is geweest van De Groenen voor de Tweede Kamerverkiezingen in 1998.

 

De erfenis van Sicco Mansholt – Dag 346

Laatst las ik het fascinerende verhaal van Sicco Mansholt (1908 – 1995) en wat hij allemaal voor de Nederlandse en de Europese Landbouw heeft gedaan. Mansholt werd als boer en actief in het verzet minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening in het eerste naoorlogse Nederlandse kabinet. Zijn eerste activiteit was het herstellen van de voedselvoorziening met als motto: Nooit meer honger. Nadat dit was gerealiseerd ging hij aan de slag met het moderniseren van de landbouw.

Sicco Mansholt1Omdat de inkomens in de agrarische sector achterbleven vond hij dat het tijd werd voor mechanisatie en schaalvergroting. Met behulp van ruilverkaveling werd de kleinschalige landbouw op het platteland heringericht en ontstonden grotere bedrijven geschikt voor machinale landbouwproductie. Mansholt was daarmee de grondlegger van de monocultuur met desastreuze gevolgen voor de biodiversiteit en het milieu.

In 1958 werd hij de eerste Europese commissaris voor Landbouw en werd zijn landbouwpolitiek, voorzien van landbouwsubsidies, uitgerold over heel Europa. Met groot succes. Begin jaren ’70 leidde zijn beleid zelfs tot overschotten, de befaamde boterberg. Waarna de overschotten massaal werden gedumpt in de derdewereldlanden. In plaats van goedbedoelde hulp ontstond afhankelijkheid en armoede onder de lokale bevolking.

Sicco Mansholt (foto Rob Mieremet)

Sicco Mansholt (foto Rob Mieremet)

Tijdens zijn laatste jaren in het Europees Parlement kreeg Mansholt een relatie met de Duitse politica Petra Kelly, de latere oprichter van Die Grünen, en werd hij gegrepen door de boodschap van de Club van Rome dat er grenzen zijn aan de groei. Hierdoor kreeg hij wroeging over zijn gevoerde beleid en probeerde hij landbouwsubsidies en de schaalvergroting terug te draaien, echter zonder resultaat. Mede door zijn beleid zijn de meeste boeren afhankelijk geworden van de subsidies uit Brussel. Tot aan zijn dood was Mansholt een radicale natuur- en milieulobbyist.

Een fascinerend levensverhaal waarbij iemand vanuit de ene invalshoek naar het andere uiterste beweegt. Hij maakte een ommezwaai van humanist en boer tot inrichter van het kapitalistische systeem, om vervolgens tot inkeer te komen en te eindigen als natuur- en milieu voorvechter.

In 2014 werd er een tentoonstelling en een theaterstuk over zijn leven gemaakt.

 

De koe hoort in de wei – Dag 326

Ik kom uit een boerenfamilie. Mijn beide grootvaders hadden melkkoeien evenals een aantal van mijn ooms en tot op de dag van vandaag een aantal van mijn neven en nichten. Een koe hoort in de wei, ik weet niet beter. Toch is dat helemaal niet meer zo vanzelfsprekend. Zelfs in ultramoderne loopstallen komen koeien niet meer buiten. Maar boeren komen daarop terug en dus zie je tegenwoordig toch wel weer meer koeien in de wei staan. Zoals het hoort.

Foto: Freek Mayenburg

Foto: Freek Mayenburg

Ondanks dat een koe een behoorlijk vervuilend dier is brengt zij wel een hoop lekkers voort in de vorm van zuivelproducten. Hoewel ik nagenoeg geen melk drink eten we heel wat kaas, boter, room, yoghurt, ijs en natuurlijk de niet te versmaden kwark. Hoe kan je beter je dag beginnen dan met een overheerlijke bak kwark met noten, gedroogde vruchten en zemelen. En helemaal zonder melk kunnen we niet want onze kefir wordt gemaakt van melk.

Laatst zei een van mijn jongens: “Mam, je mag toch helemaal geen melk.” Hij had het natuurlijk over het feit dat ik vegetarisch ben. Dus moest ik hem duidelijk maken dat ik alles MAG eten, maar dat ik gewoon niet alles WIL eten. Daarnaast noemde ik even op wat er allemaal van melk gemaakt wordt zoals kaas, boter en kwark, dat had hij bij zijn opmerking even over het hoofd gezien. Zelfs een lekker stuk taart is bereid met zuivel.

Veganistisch (dat wil zeggen totaal geen dierlijke producten nuttigen) zal ik nooit worden, dat is mij te rigide, dan kan je bijna niets meer eten en drinken en moet je voortdurend opletten op wat je in je mond stopt en dat wil ik niet. Ook wil ik het andere mensen niet moeilijk maken. En een mens is nu eenmaal in de overlevering groot geworden op dierlijke producten. Jezelf daar geheel van onthouden kan niet goed zijn voor je lichaam. Tenslotte hebben wij bepaalde vetten, mineralen en vitaminen nodig om gezond te blijven.

Dat het melken van een koe een onnatuurlijke proces is realiseer ik mij terdege, maar op zich hoeft een koe daar niet onder te lijden, zeker niet als zij lekker de hele dag kan gaan en staan waar ze wil. Toch maak ik mij ook zorgen om de nieuwe regelgeving rondom de productie van melk. Het melkquotum gaat verdwijnen, daardoor is de kans aanwezig dat er megastallen met een monocultuur ontstaat en dat de koeien dan echt uit de wei verdwijnen en dat wil ik zeker niet. Milieudefensie voert momenteel actie voor het behoud van de koeien in de wei en dat wil ik van harte ondersteunen.

Ik ben lid van Milieudefensie. Jij ook?

 

De prijs van voedsel Fed Up – volgevreten – Dag 302

We zijn behoorlijk ver afgeraakt van de manier waarop ons voedsel gemaakt wordt. Door de jaren heen is de voedselketen zo ingericht dat iedereen een klein stukje voor zijn rekening neemt, dat is efficiënter en dus goedkoper. Maar het nadeel is wel dat we daardoor het zicht op het grotere geheel kwijt geraakt zijn. Om toch overzicht te bewaren en te garanderen dat ons voedsel voldoet aan de kwaliteitsnormen zijn er allerlei controle-instanties die toezichthouden. Ook worden stappen in het proces gecertificeerd zodat we weten dat het goed zit met ons voedsel. Op zich is dat een loffelijk streven, maar het maakt ons voedsel ook duurder.

Foto: NY Times

Foto: NY Times

Toch is dit nog niet eens het meest verontrustende deel van de voedselproductie. De grote multinationals doen ons geloven dat we zonder pesticiden en kunstmest niet voldoende voedsel kunnen produceren voor de groeiende wereldbevolking. Door de grootschalige voedselproductie is inmiddels een monocultuur ontstaan die de bodem volledig uitput. Ook hebben we voor een groot gedeelte onze ziel verkocht aan multinationals die genetische manipulatie toepassen. Om het tij te keren hebben we een groene revolutie nodig. Er zijn technische mogelijkheden die geen schade toebrengen aan de natuur. Het kan beter en is zeker nog niet te laat.

Voorbeelden tonen aan dat alternatieven mogelijk en zelfs goedkoper zijn. De opbrengst van op grote schaal via monocultuur geteelde gewassen levert per jaar een bedrag van $ 21,40 per acre (0,405 ha) op! Dit is natuurlijk bij lange na niet rendabel en is alleen mogelijk met behulp van subsidies die door de overheid worden verstrekt en door grootschaligheid van de productie. Als tegenhanger laat onderzoek zien dat de opbrengst van op diversiteit gebaseerde kleinschalige biologisch landbouw per jaar $ 1.960,- per acre kan opbrengen dat zelfs kan oplopen tot $ 16.000,- per acre.

De volgende spraakmakende documentaire over GMO, monocultuur, pesticiden, kunstmest en de rol van de FDA is behoorlijk schokkend, vooral als het gaat om de chemicaliën die gebruikt worden in de voedselindustrie. De Indiase wetenschapper en voorvechter voor vrijheid van zaden Vandana Shiva doet ook nog een duit in het zakje. De documentaire start met de opmerking dat het ons democratische plicht is om geïnformeerd te zijn, daarom geef ik je de mogelijkheid om je te informeren zodat je actie kunt ondernemen.

 

 

Monocultuur in de melkveehouderij – Dag 292

Bij mij in de buurt zijn een aantal boerenbedrijven flink aan het vernieuwen en aan het uitbreiden. Het gaat goed met de boeren, dacht ik bij mijzelf, maar ik ben er inmiddels wel achter waarom ze dit doen. Per 1 april 2015 vervalt het melkquotum. Dit betekent dat melkveehouders niet meer gebonden zijn aan bepaalde hoeveelheden, dus kunnen zij hun bedrijf vergroten. De uitbreidingen die ze doen is om de te verwachte concurrentie aan te kunnen.

Koeien in de wei

Koeien in de wei

De kans is dus groot dat er grotere bedrijven gaan ontstaan waarbij de dieren minder ruimte hebben en nog minder buiten zullen lopen. Moeten we nu vrezen voor een monocultuur binnen de melkveehouderij die tot op heden beperkt werd door de melkquota? Toch zie ik in de uitbreidingen vooral open stallen ontstaan dus misschien valt dat nog wel mee. De begrenzing van een melkveebedrijf komt nu niet langer bij het melkquotum te liggen als wel bij de mogelijkheid om de mest kwijt te kunnen. Het ene probleem wordt dan voor het andere ingeruild.

In deze vernieuwingsslag kan ik mij totaal niet vinden. Meer melkvee betekent ook meer aanslag op de natuur en het milieu, maar het verhoogt ook de CO2 uitstoot dus heeft effect op de klimaatverandering. De sector juicht het toe omdat de vraag naar melk nog altijd stijgt. Terwijl wij steeds minder melk drinken. Vroeger werd ons onder het motto “Melk is goed voor Elk” door de agrarische sector aanbevolen om minstens 3 glazen melk per dag te drinken, met behulp van Joris Driepinter, weet u nog wel. Maar de wetenschap komt met steeds meer bewijzen dat veel melk drinken helemaal niet goed is.

Zowel de machtige agrarische lobby als de conservatieve politici blijven de agrarische sector stimuleren. Dat blijkt alleen al uit de enorme subsidiestromen die naar deze sector gaan. In de EU wordt iedere koe met 2 euro per dag gesubsidieerd*. En dat allemaal onder het mom van “we moeten het volk voeden”. Terwijl er zoveel meer mogelijkheden zijn van kleinschalige landbouw, waarbij ook de voorwaarde voor diversiteit in acht genomen wordt, die genoeg op kunnen brengen om de wereldbevolking te voeden en in gezondheid te laten leven. Als we maar willen.

*Bron: 50 feiten die de wereld moeten veranderen – Jessica Williams, Uitgeverij Bert Bakker, 2006

Het belang van biodiversiteit – Dag 187

Het hele leven bestaat uit verschillen. Mensen verschillen van elkaar en de natuur biedt een ongekende hoeveelheid verschillende dieren en planten. Al de verschillen bepalen het succes van ons bestaan. Verschillende soorten planten en dieren vormen een kringloop die zodanig op elkaar is afgestemd dat er een natuurlijke voedselketen ontstaat waardoor er voedsel is voor alle planten en dieren. Ook de mens past in deze keten. Zonder deze voedselketen en zonder biodiversiteit geen bestaan.

WP_001062Ergens in de jaren ’80 zag ik een documentaire over kikkers in een tropisch land. Door de vraag naar kikkerbillen werden massaal kikkers gevangen die ook nog eens levend in tweeën werden gezaagd omdat alleen de onderkant van het lichaam belangrijk was. Schokkend vond ik dat. Maar nog dramatischer was het feit dat door de massale jacht de kikkerstand drastisch terugliep, dit vormde weer een ernstig gevaar voor de volksgezondheid ter plaatse, omdat veel insecten vrij spel hadden waardoor mensen ziek werden en stierven. Nooit van mijn leven heb ik meer kikkerbillen gegeten.

Dit voorval maakte mij in een klap duidelijk hoe belangrijk de natuurlijke balans in een omgeving is. Als ik naar buiten kijk zie ik voornamelijk grasland. Eigenlijk is dit een niet-natuurlijke omgeving. Het grasland in de omgeving wordt òf kaal gegraasd door de dieren die er op lopen òf gemaaid zodat het als veevoer dient voor de winter. Ieder jaar opnieuw vindt dit proces plaats. Het is niets meer en niets minder dan een monocultuur. Om de groei op gang te houden moet er ook geregeld bemest worden.

Ook op onze eigen grond vindt dit proces plaats, want het merendeel van onze grond achter ons huis is in gebruik door de buren die er hun paarden op hebben lopen. Er valt dus nog een hoop te verbeteren om de natuurlijke balans te herstellen. En juist dat is wat we van plan zijn met ons permacultuurplan. Dus op termijn zal het grasland plaats maken voor een natuurlijke omgeving. Op zich hoeft dat niet zo moeilijk te zijn want op die plaatsen waar geen paarden lopen en niet gemaaid wordt komt de natuur in alle hevigheid tevoorschijn. De natuur regelt dat zelf. Ik vind dat schitterend om te zien. Iedere dag ontdek ik weer nieuwe planten. En iedere dag dat er nieuwe planten komen neemt ook de hoeveelheid dieren toe.

Het permacultuur landschap dat we gaan inrichten moet een diversiteit aan planten en dieren gaan bevatten dat zodanig wordt opgezet dat de natuur het zelf gaat regelen met minimale aanpassingen van onze kant. Juist door de biodiversiteit moet een voedselketen en een natuurlijke kringloop ontstaan waardoor niet alleen de planten en dieren kunnen floreren maar wij er ook van kunnen leven.