Droge hete zomer 2018 – water!

Vannacht heeft het voor het eerst in twee maanden weer geregend. Een unicum! Ik kan mij niet heugen dat het eerder zo droog is geweest. Wederom wordt een weerrecord gebroken. Inmiddels is 2018 droger dan het recordjaar 1976. Wie nu nog durft te beweren dat we op weg zijn naar een nieuwe ijstijd kijkt alleen naar het verre verleden en niet naar de ontwikkelingen van de afgelopen 400 jaar – het begin van de industriële revolutie. Wellicht komt er ooit weer een ijstijd, maar dan alleen vanwege een dramatische gebeurtenis (meteorietinslag, kernexplosie, o.i.d.).

Het land ligt er al wekenlang verdord en geel bij. Het gras in de tuin kleurt meestal geel in augustus, maar nooit zo vroeg in het jaar. Het is nooit reden voor paniek omdat wij weten dat het altijd weer goed komt. Zodra er een regenbui overheen gaat kleurt het gras langzaamaan weer groen. Ons grasveld sproeien, zoals zovelen doen, vinden wij onzin, verspilling van water en energie. Kijk maar eens als je gras definitief weg wilt hebben, dan moet je echt rigoureuze maatregelen nemen. Gras is oersterk.

Een jonge boomgaard

Scheuren in de grond

De kleigrond scheurt altijd wel als het droog is, maar dit jaar is het extreem. Je moet opletten waar je loopt want anders kan je een lelijke enkelblessure oplopen als je met je voet in een gat terecht komt. Waarschijnlijk zullen nadat de droogte voorbij is er gaten overblijven, maar een beetje extra grond erover en het gevaar is weer geweken.

Wij maken ons wel zorgen over onze jonge boomgaard. Veel bomen zijn nog lang niet sterk genoeg om zo’n lange periode van droogte te overbruggen. Dus geven wij onze bomen wel water. En dat is een hele klus, wij hebben inmiddels meer dan honderd jonge hoogstambomen. Nadat wij de bomen begin 2016 hadden aangeplant hebben wij een tank aangeschaft voor achter de tractor om ze water te kunnen geven. Wij pompen water uit de sloot en begieten de boompjes. Een hele klus, maar echt noodzakelijk!

Watergeven verboden
Bij terugkomst van vakantie sloeg ons echter de schrik om het hart toen wij de kop lazen van de lokale krant: ‘Overdag beregeningsverbond’. Gelukkig geen volledig verbod, want het geldt van 9.00 uur ’s morgens tot 18.00 uur ’s avonds, het moment dat de verdamping van het water op z’n grootst is, mag er geen beregening plaatsvinden met oppervlaktewater. Juist deze manier van watergeven is wat wij doen. Alleen de moestuin begieten wij met water uit de kraan.

Gisteravond nog werd ik aangesproken door een langsrijdende fietser toen ik de moestuin stond te besproeien. “Je mag helemaal niet sproeien!” zei de man plompverloren. Hij had ergens de klok horen luiden…. Het was inmiddels na 21.00 uur en ik gebruikte kraanwater. “Wie zegt dat?” antwoordde ik, maar hij fietste al weer gauw door niet bereid een discussie aan te gaan. De moestuin besproei ik meestal met opgevangen regenwater uit een tank, maar die is al maanden leeg. En de moestuin ligt te ver van de sloot af om met oppervlakte water te besproeien, dus moet ik helaas kraanwater gebruiken.

De eerste regen in weken
Maar of de plensbui van vannacht afdoende is om de omgeving weer groen te kleuren betwijfel ik. Voor mij mag het weer nog wel even warm en zonnig blijven, daar hou ik van. Mijn ideale weer is ’s nachts een regenbui en overdag lekker zonnig weer – groeizaam weer zogezegd.

 

Ecological Debt Day 8 augustus 2016

Vandaag is het Ecological Dept Day, ook wel Earth Overshoot Day genoemd. Dit is de dag van het jaar waarop wij de hoeveelheid natuurlijke grondstoffen, die voor iedereen op aarde beschikbaar zijn om van te kunnen leven, hebben opgebruikt. We gebruiken de rest van het jaar resources die er niet zijn, waardoor de aarde permanent en onherstelbare schade oploopt. De aarde wordt uitgeput en kan niet voldoende herstellen om aan de behoefte voor het volgende jaar te voldoen.

Earth Overshoot Day 2016Ieder jaar komt deze dag eerder, vorig jaar was dit nog op 13 augustus en het jaar daarvoor op 19 augustus, daardoor wordt onze aarde ieder jaar een stukje minder vruchtbaar. Voor onze behoeften aan natuurlijke hulpbronnen hebben we inmiddels al 1,6 aardbollen nodig. Dit kan zo niet doorgaan. We zullen maatregelen moeten nemen om het tij te keren. Laten we niet wachten tot de overheid of een maatschappelijke organisatie maatregelen neemt, of denken dat een ander wel zal minderen, want dat is je kop in het zand steken. Het gaat lukken als we allemaal ons steentje bijdragen.

De berekening van de Ecological Debt Day is gebaseerd op de ecologische voetafdruk en wordt als volgt berekend:

(Wereldwijde biocapaciteit van de aarde / Wereldwijde ecologische voetafdruk) x 365 dagen = Dag waarop het wereldwijde ecologische tekort ontstaat

Wat kunnen we doen om te voorkomen dat de datum van de Ecological Debt Day nog eerder in het jaar gaat vallen:
• Bewuster consumeren;
• Meer producten hergebruiken (laat je spullen repareren i.p.v. het direct weg te gooien);
• Eet bewust en vooral wat minder vlees;
• Minder voedsel verspillen;
• Zuinig zijn met water en schone lucht;
• Bewuster reizen (fiets, OV, auto delen, carpoolen);
• Zuinig zijn met energieverbruik;
• Wees zuinig op de natuur en de aarde.

 

Meer weten? Bekijk het volgende filmpje:

 

 

Alles in de natuur heeft zijn eigen tijd

Onlangs vonden wij in onze schuur een doosje mooie tomaten. Wij vermoedden dat ze van een vriend van ons waren die bij ons zijn boot heeft staan om eraan te klussen. Omdat de tomaten overrijp waren en we hem een aantal dagen niet gezien hadden hebben we ze maar opgegeten. Zonde om ze te laten beschimmelen. Ze waren erg lekker.

Zomaatzaden aan het vergisten.

Tomaatzaden aan het vergisten.

Toen hij zich weer liet zien vroegen we of de tomaten van hem waren. “Inderdaad”, zei hij. Nou over een tijdje hebben wij tomaten uit eigen kas en krijg je wel een doosje terug. “Dat is goed”, zei hij en vervolgde: “Je hebt toch wel de zaden van de tomaten geoogst?” Een beetje overrompeld moest ik bekennen, dat ik dat niet had gedaan. Ik legde hem uit dat ik alleen zaad gebruik waarvan ik de herkomst weet en dat wist ik niet van zijn tomaten. “Dat had je rustig kunnen doen”, zei hij, “want ze waren biologisch van de natuurwinkel.”

Onlangs is hij verhuisd en samen met zijn vriendin is hij flink aan het moestuinieren geslagen. Tomaten staan ook hoog op zijn lijstje om te kweken. De week erop kwam hij weer met een tomaat van de natuurwinkel. Of ik die zaden voor hem wilde oogsten. Natuurlijk wil ik dat. Dus nu staat er bij mij in de vensterbank een potje met de zaden uit zijn tomaat te vergisten. Gisteren was hij er weer met de vraag of ik de zaden al geoogst had. “Jazeker” zei ik en ik liet hem het potje met zaden zien die staan te vergisten. Aan de kleur kun je zien dat het om rode tomaten gaat. “Maar het duurt nog even voordat ze te gebruiken zijn, ging ik verder, want niet eerder dan het volgende zaaiseizoen, begin volgend jaar kan je aan de slag. Tomaten kan je zaaien van maart tot half april.”

Ietwat teleurgesteld moest hij toegeven dat alles in de natuur zijn tijd nodig heeft. Maar volgend jaar kan hij zijn eigen tomaten kweken, dat weet ik zeker! Het is fijn om vrienden te hebben die op hetzelfde spoor zitten wat voeding en de natuur betreft. En over een aantal weken hebben wij tomaten genoeg om uit te delen. Ik heb drie soorten sherrytomaten in de kweek (rode, gele en zwarte) en ik heb trostomaten, gewone tomaten en pomodori tomaten. De sherrytomaten zijn al bijna rijp, ik kijk er nu al naar uit.

Wil je weten hoe je precies de zaden van de tomaten moet oogsten lees dan mijn eerdere blogje daarover.

 

Slakken bestrijden met knoflook en borstels

Ieder jaar zijn er meer slakken dan het jaar ervoor en is de slakkenplaag erger. Ik ben ervan overtuigd dat de klimaatverandering hier een belangrijke oorzaak van is. De laatste jaren is het gewoon niet leuk meer om te moestuinieren. Sinds vorige week staan de pompoenplanten in de wei en weer ben ik de wanhoop nabij en is er geen houden aan. Ik kan wel janken. Binnen een dag waren alle planten aangevreten. Een aantal planten zijn al definitief verloren gegaan omdat het steeltje bij de grond is doorgeknaagd.

Door slakken gehavende pompoenplant, bij het steeltje afgevreten.

Door slakken gehavende pompoenplant, steeltje bij de grond afgevreten.

Om de resterende planten te redden ben ik iedere avond zeker twee uur bezig met slakken rapen. Het in mijn ogen enige echt realistische middel, althans voor een paar uurtjes, maar uitermate intensief. Al van alles heb ik geprobeerd maar niets is afdoende.

Drie jaar geleden vertelde iemand mij dat afrikaantjes een afdoende middel zijn tegen slakken. Dus kweekte ik ruim 300 afrikaantjes om rond de moestuin te zetten. Maar wat was het geval: slakken zijn juist dol op afrikaantjes. Had ik het verkeerd begrepen? Vast wel. De afrikaantjes dienen als afleidingsmanoeuvre. Maar toch hield dit de slakken niet tegen, want binnen no time weg afrikaantjes en moest de rest eraan geloven!

Het jaar erop kwam de tip om nematoden te kweken. Dit zijn kleine aaltjes die in de grond leven en de slakken te lijf gaan. Dus aan de slag ermee. Nou ik weet niet hoe de Engelse tuinder Mark Abbott-Compton, die met de tip kwam, het voor elkaar kreeg, maar na een paar dagen op kweek waren alle slakken dood. Echt geholpen heeft het niet. Dan zijn er ook nog de Indische Loopeenden die dol zijn op slakken. Maar als ik zie hoe klein sommige slakken zijn dan zie ik het er niet van komen dat die eenden met hun relatief grove snavels die uitermate destructieve minuscule slakjes kunnen opeten.

Afgelopen week kreeg ik een artikel onder ogen over het bestrijden van slakken met behulp van knoflookwater. Natuurlijk probeer ik alles uit dus ook nu weer. Neem per liter water 2 hele knoflookbollen. Fijn pletten en koken. Afgieten door een zeef, af laten koelen en sproeien maar. Ik moet toegeven het bereiden was geen straf, het rook heerlijk in huis. Een paar eetlepels knoflookwater per liter water moest afdoende zijn om de slakken weg te houden. De dag nadat de pompoenplanten de wei in waren gegaan heb ik ze een flinke klets water met knoflook gegeven. Helaas tevergeefs. De volgende morgen nog net zoveel schade.

Slakkenborstel

Slakkenborstel

De volgende tip die ik kreeg is het plaatsen van borstels met plastic haren, daar kan de slak lastig overheen. Maar ja hoe werkt dat met een flink stuk grond? En daarnaast de slakken komen niet zo zeer van de naastgelegen percelen maar zitten gewoon in de grond, net als wormen en andere insecten. Dus moet ik soms mijn hele land ondergraven met een bed van borstels? Ondoenlijk. Leuk meegedacht maar niet haalbaar, hooguit op een balkon of voor de bakken met hosta.

Is dit het nu allemaal waard? Moet ik zo wel doorgaan met eigen groente en pompoenen kweken? Niets lijkt te helpen. Ieder jaar zeg ik tegen mijn gezin: “Volgend jaar geen moestuin en geen pompoenen.” Mijn kinderen blij, want die eten liever voedsel uit de supermarkt. Maar ieder jaar weer, ergens midden in de winter, begint er wat te kriebelen en lijkt alle ontbering van het moestuinieren vergeten en begint het zaaiproces opnieuw.

 

Op de volgende site kwam ik de slakkenborstels tegen, voor wie het wil uitproberen. Een set van 5 borstels van 1 meter kost € 9,95. Grof rekensommetje voor onze tuin: 400 m rondom de tuin = ca. € 800,- = veel te veel geld.

Darwin kreeg weer gelijk

In mijn vorige blogje beschreef ik het hachelijke avontuur van een boerenzwaluwpaartje dat zijn nest aan het bouwen was in onze schuur. Sinds door het warme weer aan het begin van de maand de deuren van onze schuur een aantal dagen wagenwijd open hadden gestaan, hadden zij hun domicilie in onze schuur gevonden. Geen goed idee, want ’s nachts en veelal ook door de week zijn de schuurdeuren dicht en kunnen ze dus niet in- en uitvliegen. Maar dat was nog niet eens het allerergste. Onze schuur is namelijk het domein van twee monsters: onze beide katten.

Zo ongeveer ziet het nets eruit.

Zo ongeveer ziet het nets eruit (foto: Afanja)

De zwaluwen lieten zich niet tegenhouden en al snel kregen we in de gaten dat ze een nest aan het bouwen waren tegen de nok van het dak. Gelukkig veilig veraf van onze katten. Zo af en toe zat een van de vogels al in het nestje. Hoe lang nog voor ze eieren gingen leggen en uitbroeden? vroeg ik mijzelf af. Ik keek er al naar uit. Iedere morgen werd ik begroet door een vrolijk gekwetter alsof ze zeggen wilden: Doe gauw de deur open want dan kunnen we eten en het nest verder afbouwen.

Helaas het is niet goed afgelopen met ze. Deze week kwam ik ’s avonds thuis en terwijl de garagedeuren automatisch achter mij dicht gingen vloog ineens het zwaluwpaartje in de garage. Een van onze katten, altijd alert op indringers in haar territorium, was vliegensvlug aanwezig. Voordat ik kon ingrijpen sprong ze zo hoog – ik wist niet eens dat katten zo hoog konden springen – en plukte een van de twee zwaluwen pardoes uit de lucht. Alsof dat nog niet genoeg was nam ze nog een sprong naar de andere zwaluw en mepte nummer twee zo uit de lucht. Versuft door de mep kon ik deze zwaluw naar buiten zetten, alwaar deze weg vloog.

Als een haas ging onze kat er met de zwaluw vandoor. Even later trof ik haar aan op het gazon. Ze had de zwaluw losgelaten op het gras en met een afleidingsmanoeuvre kon ik de zwaluw te pakken krijgen. Hij leefde nog. Nadat ik hem ergens veilig had neergelegd is de schok of de verwonding hem toch fataal geworden en trof ik hem de volgende morgen dood aan. De andere zwaluw hebben we nooit meer teruggezien.

Nu mis ik al een aantal dagen het vrolijke gekwetter als ik ’s morgens in de schuur kom. De natuur is wreed en meedogenloos en alleen de slimste overleven.

 

Darwin in de bocht

Met de komst van het mooie weer huizen er twee zwaluwen in onze schuur. Dit stelletje bracht duidelijk wel de zomer mee. Luid kwetterend zitten ze helemaal boven tegen het dak. Het moeten wel boerenzwaluwen zijn want dat is de enige soort die zijn nest bouwt in boerenschuren. Niet voor niets dat hij in het Engels Barn Swallow wordt genoemd.

Foto: vogelsiteharen.nl

Foto: vogelsiteharen.nl

Toch is het een hachelijk avontuur dat deze zwaluwen aangaan want onze schuur is het territorium van onze twee katten. En die zijn niet voor de poes. Geregeld treffen wij op de mat, als wij ’s morgens de bijkeuken uitkomen, de overblijfselen van een vogel aan. Vaak een kool- of een pimpelmeesje. Met een vleugje verdriet denk ik bij het opruimen van de overgebleven veren: “Had hij maar niet zo dom moeten zijn om in de schuur te gaan zitten”.

Vorig jaar bouwden een merelpaartje een nest in een struik naast de schuur. Niets mis mee, dat is wat merels doen, maar om dat nest nu onderin de struik aan te leggen getuigt niet van intelligentie en overlevingsdrift. Binnen no time hadden onze katten het nest in de gaten en waren de mereljongen een lekker hapje voor ze. Helaas werd Darwins theorie bevestigd. Als je sterk en slim bent krijg je nageslacht anders is het einde oefening.

Maar de zwaluwen maken het zich ook niet gemakkelijk. In het weekend staan de schuurdeuren meestal de hele dag open, maar door de week als wij allerlei andere dingen aan het doen zijn is dat niet het geval. Hoe moeten ze in en uit de schuur om het nest te bouwen en voedsel aan te voeren als de deuren dicht zitten? We laten toch echt de deur niet open als wij weg zijn. Ook een kwestie van Darwinisme?

Vanmorgen aan de ontbijttafel zei mijn man: “Ik ben bang dat een van de zwaluwen is opgegeten”. Niet fijn natuurlijk om dat te vernemen op je nuchtere maag met het slaap nog in je ogen. Gelukkig was hij zo wijs geweest om de overblijfselen al weg te doen. Na het ontbijt ging ik de schuur in om voer te halen voor de kippen. Door een alleraardigst kwetterend geluid werd ik begroet. Het zwaluwpaartje zat gezellig in de nok van de schuur. Met een zucht van verlichting deed ik de deur van de schuur maar een tijdje open. Het is even schipperen de komende weken. Zo af en toe moet je de natuur een handje helpen.

De zwaluwen in de schuur

Als je goed kijkt zie je de zwaluwen in onze schuur zitten

 

Het permacultuur project vordert gestaag

Afgelopen week is het graven van de vijver afgerond. Daarmee is het totale grondverzetwerk gereed. De mannen van het grondbedrijf zijn creatief geweest en hebben er iets moois van gemaakt. De vijver evenals de paddenpoel zijn niet recht toe recht aan gegraven maar hebben een organische vorm. De paddenpoel met beschutting, de vijver en de wal aan de westkant, wat uiteindelijk moet uitgroeien tot een blotevoetenpad, zijn hiermee gerealiseerd.

De vijver is gereed

De vijver is gereed

Wat rest is de vergroening van het totale landschap, ook nog een behoorlijke klus. De bomenaanplant vordert maar gaat langzaam. De weersomstandigheden zijn ook niet altijd even gunstig. De winter was vooral erg nat en dan is het lastig graven in de klei. Hoewel kleigrond zeer vruchtbaar is waardoor vooral fruit het hier goed doet, is het ook een grondsoort die zeer weerbarstig is. Als klei te nat is kan je er niets mee dan wordt het een compacte ondoordringbare massa dat ook nog eens overal aan blijft plakken. Een wandeling door natte klei levert minstens een kilo klei onder je laarzen op en dat is lastig lopen weet ik maar al te goed.

Inmiddels zijn nagenoeg alle hoogstamfruitbomen aangeplant. We hebben een fraai assortiment aan soorten en rassen. Van de verschillende rassen aan kersen, pruimen, appels en peren hebben we veelal maar een enkele boom waardoor een diversiteit ontstaat die je maar zelden aantreft. We hopen daarmee het cultuurerfgoed van het Betuwse landschap in ere te herstellen en te behouden voor de toekomst.

Een permacultuurlandschap in betuwse stijl bestaat nog niet, daar ligt nog een enorme uitdaging. Of is het slechts terugkijken naar hoe het vroeger was? Tenslotte streeft de aanleg van een permacultuurlandschap zelfvoorzienendheid na, als ook een landschap waarvan geleefd kan worden. Iets wat in het verleden ook al bestond en al eeuwen wordt nagestreefd. Op zich niets nieuws dus.

 

 

 

Dankzij subsidie en vrijwilligers

Voor ons permacultuurproject hebben wij via Stichting Landschapsbeheer Gelderland subsidie gekregen van de provincie Gelderland en de gemeente Buren. De subsidie vond plaats in natura in de vorm van bomen en planten, waarvoor wij zelf ook een bedrag betalen. Daarnaast moeten wij zelf zorgdragen voor de aanplant, de verzorging en het toekomstig onderhoud zoals het snoeien van de bomen.

Een deel van de vrijwilligers

Een deel van de vrijwilligers

Afgelopen weekend is al het plantgoed in een keer geleverd, natuurlijk veel te veel om ineens de grond in te krijgen. Daarom hebben wij op diverse plekken hulpvragen uitgezet, zodat alles voor het eind van de winterperiode in de grond staat. Gelukkig was een journalist uit de regio ons welgezind en schreef een mooi artikel in de lokale krant Stad Buren. We kregen er veel reacties op.

Met een geweldige groep vrijwilligers zijn ca. 50 hoogstam fruitbomen de grond in gegaan. Ondanks de inspanning was het een reuze gezellige activiteit. Om dit soort dingen gezamenlijk aan te pakken geeft zoveel energie. Ook het komende weekeinde gaan we nog verder met de aanplant, ook daarvoor kunnen we hulp gebruiken. Dus iedereen die het leuk vindt om met de natuur bezig te zijn is van harte uitgenodigd.

Vrijwilligers bedankt!

Nogmaals wil ik hierbij alle vrijwilligers die het mogelijk hebben gemaakt dat de hoogstam fruitbomen op een goede manier zijn aangeplant heel hartelijk bedanken. Wil je ook meehelpen laat het ons dan weten. Je bent van harte welkom.

 

Nog even recapitulerend op een rij waar ons project over gaat:

Wat is permacultuur

Permacultuur is een manier van landbouw bedrijven, overgewaaid uit Australië, waarvoor geen fossiele brandstoffen nodig zijn. Door de inrichting en samenstelling van het landschap moet een zelfvoorzienend eetbaar landschap ontstaan. Het is de tegenbeweging van de monocultuur en biedt ruimte aan een variëteit van planten en dieren die zodanig bij elkaar gebracht worden dat een ecologische kringloop ontstaat, dat ook nog eens met minimale menselijke inspanning zichzelf in stand kan houden. Permacultuur is afgeleid van Permanent Culture.

Permacultuur in de Betuwe

Wat ons project uniek maakt is dat de permacultuurfilosofie wordt toegepast op de vegetatie die van nature in het Rivierenlandgebied aanwezig is. Naast hoogstamfruit worden knotwilgen aangeplant, een paddenpoel aangelegd, houtwallen gecreëerd en zal ook een meidoornhaag met authentiek vlechtwerk worden aangelegd ter vervanging van prikkeldraadhekwerken. Hiermee worden cultuurhistorische waarden van de regio in ere hersteld.

Subsidieaanvraag

Met medewerking van Wim Kusters van de gemeente Buren en Saskia Bemer van Stichting Landschapsbeheer Gelderland is in het najaar van 2015 een subsidievoorstel uitgewerkt. Op 12 maart 2016 zijn de bomen en struiken geleverd waarmee een begin gemaakt wordt met de inrichting van het landschap.

Natuurbeleving met een blotevoetenpad

Met het plan willen we een bijdrage leveren aan een toekomst van onze kinderen door de ecologische voetafdruk te verlagen, de biodiversiteit te vergroten en het contact met de natuur te herstellen. Het uiteindelijke doel van het permacultuurplan is om geheel zelfvoorzienend en energieneutraal te worden, dat wil zeggen volledig leven van wat de eigen grond biedt rekening houdend met een minimale ecologische voetafdruk. Daarnaast willen wij de overvloed die ontstaat delen met andere mensen.

Naast de uitdaging om zelfvoorzienend te worden, zal ook ruimte zijn voor onderzoek en educatie maar ook heel nadrukkelijk krijgt de natuurbeleving een plaats, vooral daar waar het kinderen betreft. Voor de natuurbeleving zal een blotevoetenpad worden aangelegd. Ook zal kennisoverdracht plaatsvinden omtrent de voedselvoorziening via de eigen moestuin, waarin ruimte is voor vergeten groenten.

Geen bestrijdingsmiddelen en kunstmest

Alles wat we nu al doen op eigen terrein is volledig biologisch-dynamisch. Er wordt niet gewerkt met chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest omdat voldoende natuurlijke middelen beschikbaar zijn. Ook hierdoor wordt voorkomen dat fossiele brandstoffen nodig zijn.

Dieren zullen ook deel uitmaken van de inrichting van het plan zoals varkens, kippen, schapen en geiten. Dierenwelzijn neemt hierbij een belangrijke plaats in. Zowel planten als dieren krijgen de tijd om te groeien om een zo hoog mogelijke kwaliteit te verkrijgen. Niet alleen ten behoeve van de consumptie maar ook voor de natuurlijke balans van het systeem.

Ons motto

Het motto van ons project is: “Het is onze ambitie om een duurzame samenleving te ontwikkelen waarbij alle leven op aarde van mensen, dieren en planten gerespecteerd wordt.”

 

Hierbij een overzicht van de geweldige mensen die hebben bijgedragen aan het planten van de bomen en struiken. In willekeurige volgorde (en niet allemaal op de foto): Laurens, Peter, Anita, Gerard, Ellen, Adri, Marijn, Joren, Jannes, Jan, Iwanjka, Marije en natuurlijk niet te vergeten Mats.

 

 

 

En weer ligt glyfosaat onder vuur

Zembla had afgelopen woensdag 24 februari 2016 weer een meesterlijke uitzending. De documentaire was geheel gewijd aan glyfosaat, het onkruidbestrijdingsmiddel van de firma Monanto. Schokkende feiten kwamen boven tafel over de gevolgen van het gif op de mens. De bewijzen dat glyfosaat het DNA van mensen kan veranderen en kanker kan veroorzaken stapelen zich op. Nog schokkender zijn de tegenargumenten van de belanghebbenden. Ik vraag mij af of zij bereid zijn een glaasje glyfosaat te drinken als het toch niet aanwijsbaar gevaarlijk is voor de volksgezondheid.

RoundUp bijna uitverkocht

RoundUp bijna uitverkocht

De volgende dag krijgt de uitzending van Zembla nog meer gewicht als de Duitse media met bewijzen naar buiten komt dat er hoeveelheden glyfosaat in de Duitse bieren zijn aangetroffen. Kom je aan de Duitse bieren dan heb je reuring in de tent. Het Reinheitsgebot is heilig als het om Duits bier gaat. Maar toch nemen de Duitsers geen actie omdat de wetenschap zegt dat je minstens 1000 liter bier gedronken moet hebben voor je er last van krijgt. Het ligt er dus maar aan hoeveel bier je drinkt. Ik laat het voorlopig aan mij voorbij gaan.

Het is niet de eerste keer dat ik in mijn blogje ageer tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen in het algemeen en RoundUp in het bijzonder. Een onkruidverdelger als RoundUp is tot daar aan toe als het maar gebruikt wordt voor plantengroei die je niet wilt hebben. Maar de kwalijke praktijken van bedrijven als Monsanto die gewassen zodanig manipuleren dat ze resistent worden voor glyfosaat, het hoofdbestanddeel van RoundUp, is de omgekeerde wereld. Je ziet wat er van komt.

Is het gek dat als je glyfosaat over gewassen sproeit om onkruid te bestrijden dat tussen de gewassen groeit en dat er dan sporen van het gif op het gewas terecht komen? Nee toch? Een kind kan dat bedenken. Wij zijn groot geworden met bestrijdingsmiddelen. Dat we nog leven is een wonder. Als ik vroeger ergens een appeltje van een boom plukte was de eerste gang naar de kraan om het schoon te wassen alvorens het op te peuzelen. Zelfs al kwamen de appeltjes uit de winkel.

En weer wegen materiële (geldelijke) belangen zwaarder dan de menselijke belangen. Daar word ik altijd diep en diep treurig van. Daarom gebruik ik zelf geen enkel bestrijdingsmiddel om te voorkomen dat het in mijn eigen voedselketen terecht komt. Bij mij mag onkruid gewoon onkruid zijn. En trouwens wat is eigenlijk onkruid? Iets dat nergens toe dient omdat je het niet kunt eten? Ik heb goed nieuws: de meeste gewassen die wij als onkruid bestempelen is door de mens te eten, zoals de brandnetel en zelfs de berenklauw, om maar eens wat te noemen. En anders leven er wel dieren van, die hebben toch ook recht om te bestaan?

Bekijk hier de aflevering van Zembla over glyfosaat.