De treurige wilg

In onze voortuin staat een schitterende treurwilg, aangeplant in de jaren ’70, toen mijn schoonouders het huis gingen bewonen. Na een aantal jaar, tijdens een strenge winter, is hij bijna doodgevroren. Toch heeft hij het wonderwel overleefd. Gevolg is dat het geen boom met één rechte stam is geworden maar al vrij snel uitloopt in vier stammen.

De gesnoeide treurwilg

Afgelopen vrijdag is hij gesnoeid. Twee klimmers, boomverzorger van beroep, zijn de boom in geklommen. Met kettingzagen en een hoop kabaal hebben ze de treurwilg een onderhoudsbeurt gegeven. Vooral onze jongens waren erg onder de indruk. Blijkbaar konden ze zich de laatste keer niet goed meer herinneren. Dat was ook al zeker vijf of misschien zelfs zes jaar geleden, dus werd het wel weer eens tijd voor groot onderhoud.

Hij staat er nu wat treurig bij. De vorm van de boom is nu goed te zien en vooral waar de vorstschade is opgetreden. Door regelmatig te snoeien kan een treurwilg heel oud worden. De klimmers constateerden een gezonde boom. Tijdens heftige voorjaarsstormen is het vooral de treurwilg die indruk maakt en laat zien wat een geweld de natuur kan hebben.

Snoeien kunnen wij niet zelf, ons rest het opruimen van de enorme berg snoeiafval. Het is nu zaak om dat netjes tot kachelhout te verwerken. Eigenlijk had de boom vorig jaar al gesnoeid moeten worden, maar wij waren te druk met de aanleg van het permacultuur landschap. Het snoeiafval is ideaal om aanmaakhoutjes van te maken. Tenslotte is het wilgenhout. Deze winter hadden we totaal geen wilgenhout meer, dus was het iedere keer een hele toer om de kachel aan te krijgen.

Wat nu ook te zien is zijn de gaten die de grote bonte specht heeft gemaakt. Als je die specht aan het werk hoort dan begrijp je niet hoe zo’n kleine vogel met zoveel geweld zoveel slagen per minuut kan produceren. Het lijkt wel een drilboor. Niet vreemd dat een van de meest gestelde vragen op internet is: “Waarom krijgt een specht geen hoofdpijn van het tikken?” Wat is de natuur toch wonderlijk!

 

 

Advertenties

Snoeien is groeien – Dag 250

Snoeien is een lastig karwei. Vooral wat wanneer gesnoeid moet worden is niet altijd makkelijk te bepalen. Voor iedere boom of struik is dat weer anders. Als ik verschillende literatuur naast elkaar leg dan zijn er wel bepaalde regels zoals snoeien in de wintermaanden als de bomen en struiken in rust zijn. Maar er zijn ook boeken die zeggen dat je direct na de bloei- of vruchtperiode moet snoeien omdat dan de wond het beste hersteld. Een ding is zeker snoeien is groeien, een uitspraak die altijd opgaat.

Fruitbomenhout dat ligt te drogen

Fruitbomenhout dat ligt te drogen

Eigenlijk laat ik mij niet zo heel erg leiden door wat de boeken zeggen maar ga af op mijn intuïtie. Een aantal manieren van snoeien heb ik geleerd van mijn moeder. Bijvoorbeeld het snoeien van de rozen, dat doe ik eigenlijk de hele zomer door als de rozen uitgebloeid zijn, zodat er weer nieuwe rozen kunnen groeien. De hortensia’s snoei ik ergens in de winter als de meeste bollen zijn verdroogd. En de vlinderstruik wordt aan het eind van de winter tot kniehoog rigoureus teruggesnoeid.

Ik ben dol op buxus die op veel plekken mijn tuin sieren. Het snoeien is altijd een tijdrovend klusje en moet gebeuren voor de langste dag (21 juni). Om hem vervolgens de warme zomermaanden met rust te laten. Te laat snoeien betekent dat de kans aanwezig is dat de jonge toppen verbranden door de zon. Deze zomer was dat duidelijk te zien bij de 4 potten die ik voor het raam heb staan. Mijn zoon heeft ze een keer netjes gesnoeid, maar vlak daarna was het heel zonnig en droog weer. Doordat de toppen verschroeid waren zagen ze er een hele tijd zagen niet uit, maar ze zijn sterk en nu staan ze er weer picobello bij. In het najaar snoei ik ze vaak ook nog een keer.

Wat ik zelf erg leuk vind om te snoeien zijn de knotwilgen. We hebben er een die behoorlijk groot is. Om de twee jaar wordt hij geheel teruggesnoeid. In de wei langs de sloot hebben we twee jaar geleden jonge knotwilgen gezet. De winter die erop volgde was zo streng dat een aantal zijn kapotgevroren, dus die moesten we weer vervangen. Gelukkig doen de meeste, mede door de zachte winter die we achter de rug hebben, het nu goed. Voorlopig worden ze niet gesnoeid, maar haal ik wel geregeld de zijscheuten weg.

Mijn man is meer van het snoeien van de bomen, omdat het doorgaans nogal zwaar werk is. Maar zelf snoei ik door het hele jaar heen geregeld jonge twijgjes van bomen of struiken om de juiste vorm te behouden. Door de overdadige hoeveelheid pruimen, appels en peren zijn een aantal takken zo zwaar geworden in het voorjaar dat een aantal bomen wat schade hebben opgelopen. Nu is de tijd om dat te herstellen. Inmiddels hebben we al weer een hele voorraad snoeihout van fruitbomen, heel geschikt voor de houtkachel. Dat ligt tot volgend jaar te drogen om daarna tot formaat kachelhout te worden gezaagd.