De winter is nog maar amper begonnen…. – Dag 347

….. en het voorjaar komt er nu al weer aan. Krokusjes en sneeuwklokjes zijn elders in het land al gesignaleerd. Bij mij nog niet maar hier op het platteland is het altijd iets later. Maar toch zie ik al zo her en der struiken uitlopen. Hoewel het de laatste dagen erg onstuimig weer is waardoor het kil en guur lijkt is de temperatuur nog steeds hoog voor de tijd van het jaar, met alle gevolgen van dien. De vogelkransen worden ook maar mondjesmaat gebruikt, een belangrijk signaal dat de natuur nog voldoende voedsel biedt voor de vogels. Ook onze katten blijven nu al geregeld de hele nacht buiten.

De ooievaars die normaal overwinteren in het zuiden van Europa en het noorden van Afrika zijn deze winter hier gebleven. Dat betekent dat de temperatuur goed genoeg is maar nog belangrijker dat er nog voldoende voedsel te vinden is. De ooievaar tellers zijn daar wat minder enthousiast over, want als het mis gaat en de winter toch doorzet dan zullen velen sterven.

Als het zo door gaat kan ik binnenkort al weer gaan zaaien. Oeps daar had ik nog niet op gerekend. Tot rust komen is er dan niet meer bij. Maar ik laat mij door een enkel sneeuwklokje niet wijs maken dat de lente echt begonnen is. We weten totaal niet wat ons nog te wachten staat. De maanden februari en maart kunnen nog knap verraderlijk zijn.

Vorig jaar ging de herfst over in de lente. Dat was op zich geen groot probleem. Slechts een aantal dagen was het even penibel of de vorst door zou zetten, maar dat liep met een sisser af. De echte problemen komen als deze hoge temperaturen aanhouden waardoor de sapstromen van de fruitbomen al weer op gang komen en er dan alsnog flinke vorst overheen gaat. Dan zal er geen fruit zijn. Dat hebben we een paar jaar geleden gezien. Het gezegde luidt niet voor niets: “Als de dagen lengen gaan de nachten strengen”. We zullen het moeten afwachten.

 

Meer ooievaars – Dag 238

Vorige week moest ik ’s avonds met de auto ergens naar toe. Het begon al wat te schemeren. Op de lantaarnpalen langs de provinciale weg zat op iedere paal een ooievaar. “Wat een hoop”, dacht ik gelijk bij mijzelf. Een aantal jaar geleden nog een zeldzaamheid en nu zie je ze bij bosjes tegelijk. Maar ook flitste er door mijn hoofd heen wat zo’n rij ooievaars zou kunnen aanrichten. Het zijn grote vogels dus hun ‘vogelpoepjes’ zijn niet gering.

Ooievaars (foto ANP)

Ooievaars (foto ANP)

In het verleden heb ik tijdens het autorijden wel eens een poepende reiger boven mijn auto gehad. Verschrikkelijk, van voor tot achter zat de hele auto onder, alsof er een olifant overheen gevlogen was. Ik kon gelijk doorrijden naar de autowasserette. Maar het bleef bij die ene gedachte. Toen ik terugreed waren de ooievaars weer verdwenen.

De volgende ochtend wilde mijn man met de auto weggaan. “Wat heb jij gedaan?” vroeg hij aan mij. “Huh wat bedoel je?” zei ik. “Heb je dan niet gezien dat de auto helemaal onder zit?” Ik moest het met mijn eigen ogen gaan bekijken, want anders had ik het niet geloofd. Het raam aan de passagierskant en het dak zaten onder de vogelstront. Ik was beduusd, want ik had er aan gedacht maar niets gemerkt. Bij de afspraak waar ik geparkeerd had was het donker en bij thuiskomst is het mij ook niet opgevallen.

Vanmorgen werd ik er weer aan herinnerd omdat het een item was op het nieuws. De populatie ooievaars is in de afgelopen jaren sterk gegroeid, ze zijn geen zeldzaamheid meer. En ze zitten inderdaad, zoals ik ervaren heb, graag op lantaarnpalen omdat ze de omgeving dan goed in de gaten kunnen houden. De groei van het aantal komt vooral doordat er minder met pesticiden wordt gespoten. En dat is natuurlijk heel goed nieuws en daar heb ik best een keertje autowassen voor over.