Een pingpongspel met slechte tijding – Dag 230

In het voorjaar hebben wij een professioneel plan laten maken voor ons permacultuur project. In juni hadden we daarover een eerste gesprek bij de gemeente Buren. Mijn man vond de ambtenaar positief, ik had dat wat minder. Het idee werd wel positief ontvangen, maar de wet- en regelgeving werpen obstakels op. Ons werd geadviseerd een adviesaanvraag in te dienen, dat kost wel geld maar niet zoveel als een officiële vergunningaanvraag. Het voordeel is dat het plan niet in zijn geheel kan worden afgewezen.

Uit het eerste gesprek bleek al direct dat een aantal punten in het plan niet realiseerbaar zijn onder de huidige wetgeving. Zo hebben wij een minicamping voorzien om vrijwilligers en/of studenten de ruimte te bieden mee te werken tegen kost en inwoning. Wij hadden daarvoor een logische en rustige plek voorzien aan de rand van ons perceel zo’n 200 meter van ons huis af waardoor zowel de kampeerders als wijzelf voldoende privacy behouden. Maar dat mag dus niet. Een minicamping moet binnen 70 meter van ons eigen huis staan. De redenering daarachter is ons volstrekt onduidelijk.

Pingpongspel

Pingpongspel

Nadat wij de laatste wijzigingen hadden aangebracht hebben wij uiteindelijk op 18 juli onze adviesaanvraag ingestuurd. Het advies moet in principe binnen 6 weken kunnen worden uitgebracht. Niets leek erop dat het problemen zou opleveren. Op 6 augustus, bijna drie weken later dus, kregen wij een brief dat onze stukken in goede orde waren ontvangen en dat wij binnen 6 weken bericht zouden krijgen. De brief was niet afkomstig van de gemeente maar van de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR), het samenwerkingsverband van de 10 gemeenten in de regio dat sinds vorig jaar april actief is om vergunningen te stroomlijnen.

Dus heb ik maar eens even gebeld met de ODR dat er inmiddels al bijna drie weken verstreken waren. “Ja daar hadden wij geen boodschap aan, dat is de schuld van de gemeente, die heeft het niet snel genoeg opgepakt”, was het commentaar. “Op 11 augustus is de betreffende medewerker die er over gaat van vakantie terug, belt u dan nog maar eens”, werd mij nog meegedeeld. Op 11 augustus bleek dat het ten onrechte bij die medewerker was ingeboekt, haar verantwoordelijkheid niet. De collega die er wel over gaat was die dag niet aanwezig.

Hoezo van het-kastje-naar-de-muur-gevoel? De volgende dag weer gebeld, maar nog niet veel wijzer geworden. Wel dat er aan wordt gewerkt. Op mijn vraag wanneer wij wat te horen krijgen wees hij mij wederom op de 6 weken. “Het is vakantietijd, mevrouw”, benadrukte hij ook nog. “En het is druk en vergunningaanvragen hebben voorrang, dat van u is maar een adviesaanvraag.” Daar kon ik het mee doen.

Op 1 september toch maar weer eens gebeld over de status. Tja ik heb geleerd om er bovenop te blijven zitten als je iets wilt bereiken en dan hou ik mij hier nog in. “Wij hebben ons werk gedaan, mevrouw, het ligt nu weer bij de gemeente”, kreeg ik te horen, “zij moeten het toetsen aan het bestemmingsplan”. Ik was zeer verbaasd, we zijn gestart bij de afdeling Ruimtelijke Ordening die het in principe getoetst hebben aan het bestemmingsplan op basis waarvan wij al een eerste aanpassing hebben gemaakt. Wat zie ik over het hoofd? En wat is dan de rol van de ODR?

Pingpongattributen

Pingpongattributen

Dus weer gebeld met de gemeente. Die hebben het op 28 augustus van de ODR terugontvangen en moeten nu binnen twee weken weer reageren naar de ODR, die dan weer twee weken de tijd hebben voor het definitieve rapport. Huhhh begrijp jij het nog? Op mijn vraag hoe hard de termijn van 6 weken nu eigenlijk is was hij duidelijk: vergunningaanvragen hebben voorrang op adviesaanvragen.

Omdat inmiddels de twee weken doorlooptijd van de gemeente al weer verstreken is en de termijn van 6 weken van de ODR heb ik vandaag maar weer gebeld met de ODR. “Ja, hoor wij hebben het ontvangen van de gemeente op 11 september en zijn er nu mee aan de slag.” O, gelukkig de gemeente heeft woord gehouden. “Kunt u er al iets over zeggen?” vroeg ik hem. Had ik dat maar niet gedaan, want het antwoord was verontrustend.

Mijn onderbuik gevoel wat ik had na ons eerste gesprek wordt toch bevestigd. Wat zo onschuldig leek blijkt toch veel haken en ogen te bevatten. Er moet een ontheffing bestemmingsplan gaan plaatsvinden en dat kan niet eerder dan volgend jaar worden ingediend en pas in 2016 geeffectueerd. Dat betekent dat in het gunstigste geval wij pas in 2016 van start kunnen gaan. De moed zakt mij in de schoenen. In wat voor land leven wij eigenlijk? Wij moeten nu geld betalen voor een pingpongspel tussen twee bestuurslagen.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s