Zuinigheid zit in de genen – Dag 76

Duurzaamheid zit bij mij in de genen. Alleen vroeger heette dat geen duurzaamheid maar gewoon zuinig zijn op wat je hebt en niets verspillen. Verspilling is immers een zonde. Allerlei spreekwoorden en gezegden typeren mijn opvoeding. Zoals: “Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd” of “Op de kleintjes letten” of “De hand op de knip houden” of “Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg” of “Je kunt het geld maar een keer uitgeven dus zorg dat je het aan iets nuttigs uitgeeft”. Ook hebben we geleerd om eerst te sparen voordat je iets kunt kopen. En zo kan ik nog wel een lijstje opsommen.

ZuinigheidIk kom uit een gereformeerde boerenfamilie waar het calvinisme hoogtij vierde. De zuinigheid zat meer in het zo weinig mogelijk geld uitgeven dan in het behoud van de natuur. De zuinigheid van mijn grootvader grensde eerder aan gierigheid. Als wij jarig waren kregen wij van mijn oma, in het zicht van mijn opa, een rijksdaalder en achter zijn rug om een tientje. Mijn oma werd ook kort gehouden. Toen de roklengte eind jaren ’70 weer wat langer werd zette mijn oma een stuk kant onderaan haar rokken. Het zag er niet uit.

Zuinigheid heb ik duidelijk overgehouden van mijn opvoeding, maar bij mij is het de kant op gegaan van zuinig zijn op onze aarde en heeft meer de vorm van hergebruik gekregen. Als ik iets nodig heb dan kijk ik eerst in onze schuur of er wat bruikbaars is voordat ik naar de winkel hol. Voor mij is het ook geen opgave om wat minder te consumeren of om wat vaker de fiets te pakken. Nu ben ik ook nog eens getrouwd met een boerenzoon die zuinigheid ook van huis uit heeft meegekregen. Niets werd er bij zijn familie weggegooid. Toen wij hier 12 jaar geleden kwamen wonen kreeg ik er een erfenis bij van zijn familie: 30 jaar bewaarwoede. Dat was echt een ramp.

Maar waar zouden we zijn zonder internet? Veel van de bewaarde spullen hebben wij verkocht via marktplaats. Het zal niemand verbazen dat ook in ons gezin zuinigheid een levenshouding is, of wij willen of niet. Onze kinderen vinden dat niet altijd fijn. Ze hebben tot nu toe altijd tweedehands fietsen gehad en als het even kan is de elektronica ook tweedehands. Een kennis van ons heeft een oudere zoon, een echt stadskind die zijn kleding amper vuil maakt. Daar hebben wij al menig kledingstuk zoals jassen vandaan gesleept. Het is een soort sport geworden.

Ook ik draag wel eens een tweedehands kledingstuk. Gekocht van iemand die dure merkkleding verkoopt van dames uit het Gooi, die eerder op iets zijn uitgekeken dan dat het niet netjes meer is. Dat deert mij echt niet ik draag het graag af. Daarom mag ik gerust zeggen dat ons gezin heel duurzaam bezig is en zijn wij een goed voorbeeld van de nieuwe economie die aan het ontstaan is: de circulaire economie, en daar ben ik eigenlijk best een beetje trots op.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s